Tagarchief: regels

Tips voor het goed samenwerken met je duo-partner

Tips voor het goed samenwerken met je duo-partner

Dit doe je van te voren:
Als je parttime op een school komt te werken, is het belangrijk om goed af te stemmen met je (toekomstige) duo-partner. Je kent elkaar (nog) niet, maar toch ben je samen verantwoordelijk voor het leren en welzijn van jullie leerlingen. Goede communicatie en afstemming zijn voorwaarden om er samen een succesvolle periode van te kunnen maken.
– Regel een gesprek met je (toekomstige) duo-partner. Trek hier minimaal een uur voor uit.
– Zorg dat je al je vragen hebt opgeschreven.
– Wissel meteen telefoonnummers en e-mailadressen uit.
– Maak meteen een afspraak om bij je duo-partner in de klas te komen kijken.

Dit bespreek je:
Er gelden in het onderwijs veel ongeschreven regels en onuitgesproken verwachtingen. Maak meteen duidelijk dat je nieuw bent en dus helemaal niets weet. Stel je open op, stel vragen.

Vraag naar:
– De verwachtingen die jouw nieuwe collega van jou heeft:
– Gebruik van methodes
–  Afnemen van toetsen
– Communicatie naar ouders en externen
– Registratie in Parnassys (of een ander programma)
– Afspraken m.b.t. communicatie en overdracht tussen jullie
– Het opruimen en netjes houden van het lokaal
– Pleinwacht lopen en externe uitjes
– Rapporten

De school- en klassenregels en de consequenties van overtreding:
o Toiletgebruik
o Materialen en spullen
o Gedrag (klas – gang – plein)
o Gebruik digitale middelen
o Taken van leerlingen

Leerlingen en de communicatie met ouders en externen:
o T.a.v. zorg
o Plattegrond
o Niveaus
o Instructiegroepen

Routines in de klas:
o Luisterhouding
o Instructie
o Leswisselingen
o Nakijken
o Hulpmiddelen

Tot slot: vraag naar de sfeer in de lerarenkamer 😊

Moet ik lid worden van een vakbond?

Moet ik lid worden van een vakbond?

Goede vraag! Ik zet alles even op een rijtje.

1. Wat doet een vakbond?

Een vakbond is er om de rechten van werknemers te beschermen. Zolang jouw rechten niet geschonden worden, hoef je eigenlijk geen lid te zijn van een vakbond.
Maar… op het moment dat jouw rechten geschonden worden (arbeidsconflict!) en je bent géén lid van een vakbond, dan heb je een heel groot probleem. Je staat er dan alleen voor en dan moet je een dure advocaat in de arm nemen. Als je wel lid bent, dan helpt de vakbond je.
Kort door de bocht is een lidmaatschap bij een vakbond vooral een zeer goede rechtsbijstandsverzekering als je in het onderwijs werkt en een arbeidsconflict krijgt. Je krijgt dan een goede advocaat toegewezen die alles voor je doet wat nodig is om goed uit het conflict te komen.

Als er een staking is (georganiseerd door de vakbond), dan krijg je geen salaris, maar dan krijg je een vergoeding uit de stakingskas van de vakbond.

De vakbond onderhandelt voor jou met werkgevers over de cao. Hierbij behartigen ze ook jouw belangen. Mensen die in (vaste dienst) in het onderwijs werken, hebben te maken met twee zeer actieve bonden (CNV & AOB) en wij hebben daardoor een van de beste cao’s in Nederland. Onderwijspersoneel kan niet makkelijk ontslagen worden; dat hebben we aan de vakbonden te danken.

Als werknemer (al dan niet in vaste dienst) hoor je jouw rechten en plichten te kennen en dus ook je cao (net als ons burgerlijk wetboek). Maar helaas… dergelijke wetten en regels zijn moeilijker te begrijpen dan we eigenlijk willen en ze echt doorgronden is een taaie klus.
Als er iets op school verandert (pauzes, werktijden, taakverdeling, enzovoort), heb je meestal geen zin om de hele cao door te nemen. Dan bel je naar de bond en je stelt je vraag. Dan weet je meteen waar je aan toe bent. Ze kunnen je dan ook helpen als er problemen ontstaan op school.

De vakbonden hebben hun eigen tijdschrift, waar veel informatie in staat waar je echt iets aan hebt. Tenminste, dat vind ik. Het is van een veel hoger niveau dan, laten we zeggen, de autokampioen.

Als lid heb je recht op allerlei hulpdiensten. Korting op (collectieve) verzekeringen, gratis hulp bij aangifte inkomstenbelasting, leuke boeken, cursussen, scholingen en nog veel meer.

2. Welke vakbonden zijn er en wat zijn de verschillen?

AOB: de Algemene Onderwijsbond.
Deze staat bekend als “openbaar” en is de grootste onderwijsvakbond. Is altijd als eerste op de hoogte en heeft goede rechtsbijstand.
Bij de AOB is ook de Groene Golf; speciaal opgericht voor startende leraren.

CNV-onderwijs: de Christelijke Onderwijsbond.
Ook heel groot en met goede rechtsbijstand. Verschilt niet veel van de AOB, behalve dat er van oudsher een Christelijke inslag is.
CNV heeft aparte trainingen voor invallers en veel extra informatie voor startende leraren.

De laatste tijd zijn er wat vakbonden bijgekomen die vinden dat bovenstaande “oude bonden” niet goed (meer) de belangen van leraren behartigen.

AVV; van Beter Onderwijs Nederland.
Zij willen de belangen van leraren écht gaan behartigen, maar zij hebben geen rechtsbijstand in geval van een arbeidsconflict.

LIA; Leraren in Actie.
Alleen voor leraren in het Voortgezet Onderwijs.
Ook zij zijn ontstaan uit onvrede met de huidige grote vakbonden.
Met rechtshulp (wel aan criteria gebonden) en enkele scholingen, maar niet zo uitgebreid als van de grote bonden.

FOV; Vereniging van Onderwijs Vakbonden.
Blijkbaar praten zij ook al jaren mee over de cao en ze bieden scholing op het gebied van MR. Verder lijkt het een erg handige site, want al het officiële onderwijsnieuws staat er meteen op, evenals alle cao’s en de aanvullingen daarop.

3. Waarom zou ik lid worden van een vakbond?

Ook al denk je van niet, er is altijd een kans dat je in een arbeidsconflict terecht komt:
Omdat je tussen wal en schip valt bij een nieuwe cao.
Omdat de nieuwe leidinggevende en jij elkaar niet liggen.
Omdat je moet samenwerken met een collega en dat werkt echt niet. Omdat het nieuwe bestuur heeft besloten dat je er zomaar uit of naar een andere school moet.
Als je dan niet lid bent van een vakbond, dan baal je echt. En het onderwijs-arbeidsrecht is dermate anders dan andere arbeidsrechten, dat een gewone advocaat minder voor je kan doen dan een van de vakbond.

Omdat je het heerlijk vindt om regelmatig een tijdschrift te krijgen met nieuws over rechten en plichten in het onderwijs en ook wel wat andere zaken.

Omdat je gratis of voor een klein bedrag scholing kunt krijgen.

Omdat een telefoontje genoeg is om er achter te komen of jouw bestuur of directeur zomaar ***** mag doen.

Je krijgt betaald op de eerstvolgende echte stakingsdag.

Je mag een gedeelte van de lidmaatschapskosten aftrekken van de belasting.

En… als je nog op de opleiding zit, betaal je niets of een piepklein beetje.

4. En waarom zou ik geen lid worden?

Ook een arbeidsconflict overleef je. Je zoekt ergens anders een leuke baan en laat ze hun flauwekul houden. Je hoeft niet altijd genoegdoening te halen.

Een lidmaatschap kost geld.

Er zijn voldoende andere collectieve verzekeringen, leuke boeken en leerzame scholingen in de aanbieding.

Je werkt via een uitzendbureau of detachering. Dan val je onder een andere cao.

5. Welke vakbond zal ik kiezen?

Kies op je gevoel.
Bekijk alle sites en neem degene die bij jou past.

En je kunt natuurlijk lid worden van twee vakbonden. Dan wordt je lid van AOB of CNV voor de zekerheid en kies je daarnaast AVV of LIA omdat jij ook wilt dat er iets gaat veranderen.
En als je een speciaal vak geeft (gym, muziek of je bent IB-er) dan word je natuurlijk (ook) lid van de FOV.

Die laatste site zet je in ieder geval bij je favorieten. Erg handig.

6. Ik heb geen vaste aanstelling. Is het dan een extra goed idee om lid te worden?

Moeilijke vraag. Ik kan geen ja of nee antwoorden.

De huidige flexwet is een heel groot probleem voor invallers. De bond kan je niet beschermen tegen een bestuur dat jou drie maanden op non-actief zet om je niet in vaste dienst te hoeven nemen.

Gelukkig zijn er steeds meer besturen die flexpools organiseren of detacheringsbureaus in de arm nemen. Als je in een flexpool werkt die onder een bestuur valt, dan val je onder de onderwijs-cao. Dan is het wel handig om lid te worden.

Als je steeds losse dagen invalt bij verschillende besturen, dan zou ik het even aankijken. Lid worden kan altijd nog als je ergens wat vaster zit.

Als je een hele lange tijd (lees: maanden) invalt op een school, kan het wel handig zijn om lid te worden.

Als je voor een detacheringsbureau werkt, dan val je niet onder de onderwijs-cao en heeft een lidmaatschap weinig zin. Behalve natuurlijk als je wel op de hoogte wilt zijn en blijven.

Nou ja, tot zover een hele lange blog over het wel en wee in vakbondsland :-)

Heb jij nog aanvullingen? Zet ze in het commentaarveld.

Orde in de zaal!

Orde in de zaal!

In een zaal vol met mensen is het als spreker niet altijd makkelijk om de orde te bewaren of terug te nemen. Er gebeurt namelijk zoveel, er zijn zoveel prikkels, dat men afgeleid en bezig is met hele andere dingen en eigenlijk vergeten is dat jij iets belangrijks te vertellen hebt…

In een klas is het eigenlijk precies hetzelfde.

Er zijn twee redenen waarom je de orde verliest:

1. Je pakt het onhandig aan. Je didactiek is niet in orde, je legt niet goed uit, je spreekt een leerling verkeerd aan

2. Je laat het er bij zitten:
a. Je voelt je niet verantwoordelijk
b. Je denkt dat je er geen last van hebt
c. Je durft geen grenzen te stellen
d. Je weet niet goed wat je moet doen
e. Je weet wel wat je moet doen, maar je kunt het (nog) niet
f. Je bent bang om het nog erger te maken

In het eerste geval is het belangrijk om serieus te luisteren naar de signalen uit de klas. Je leerlingen zijn dan waarschijnlijk in opstand gekomen, omdat jij iets verkeerd, of onhandig hebt aangepakt. In dat geval helpt dit stappenplan:

1. Leg de les stil en vertel je leerlingen dat je serieus naar ze zult luisteren, en dat je daar hun hulp bij nodig hebt.

2. Jij vertelt de regels en de procedure (en daar houd je de leerlingen aan).

3. Je inventariseert de “klachten” en vraag om serieuze (!) oplossingen.

4. De oplossingen inventariseer je ook.

5. Je kiest de oplossing(en) die voor jou werken en je vraagt commitment aan de leerlingen door hun hand op te laten steken.

6. Je gaat verder met de les (als daar nog tijd voor is…).

In het tweede geval is sprake van een ordeprobleem. Hier is het belangrijk om na te gaan wat jij wilt. Pas als je dat op een rijtje hebt, kun je verder:

1. Welke regels vind jij echt belangrijk?
2. Wat mogen de leerlingen beslist niet?
3. Wat verwacht jij van de leerlingen?
4. Wat verwachten de leerlingen van jou?
5. Wat kunnen de leerlingen verwachten als zij zich niet aan het voorgaande houden?

Als je de antwoorden hebt op deze vijf vragen, dan kun je die aan de leerlingen vertellen. En ze vragen om zich hier aan te committeren. En dan kun je opnieuw beginnen.

En het is waarschijnlijk heel verstandig om bij dit proces hulp te vragen aan een collega.

Het is dan wel heel belangrijk om consequent te zijn en te blijven. In het begin kost dat veel geduld en moet je steeds opnieuw beginnen. Want leerlingen zijn a. gewoontedieren en b. snel afgeleid…

(Vrij naar “Een leraar van Klasse” van Bram Lagerwerf en Fred Korthage)

De Streepjesmeester

De Streepjesmeester

(vrij naar een verhaal van Bianca)

Er was eens een jongeman; Peter en Peter kwam stage lopen bij Hans. Hans had een bovenbouwklas in de Schilderswijk in Den Haag. Best pittig dus.
Peter had eigenlijk alleen nog maar les gegeven op scholen en in klassen waar de leerlingen het altijd leuk vonden als hij een dagje kwam. Maar nu moest Peter niet “een dagje” maar een lange periode aan de slag. Als LIO. Hij moest aan de bak. En dat viel niet mee.

Peters eerste lessen verliepen onrustig, maar hij was niet ontevreden. Hans had altijd flink de wind eronder. Als een leerling door de klas riep, zette Hans de naam op het bord met een streepje er achter. En vijf streepjes betekende strafregels schrijven. Er kwam zelden iemand voorbij de vier; dan moest het wel heel hard stormen.

Peter wilde het liefst zo snel mogelijk zelfstandig de klas gaan draaien. Hans bedacht dat dat helemaal geen slecht idee was, dus hij bereidde samen met Peter een woensdagochtend voor en wenste hem veel succes. “En je weet het. Als iemand zijn mond open doet, dan zet je een streepje achter zijn naam.”

Het eerste uur ging prima. Estafette lezen en dictee. Tijdens de rekenles werd het onrustig. Peter werd onzeker over een strategie in het boek. Iemand riep: “Meester Hans legt veel beter uit!”. Peter zette het eerste streepje. Daar kwam veel commentaar op. “Mag hij zijn mening niet geven?” “We wonen toch in een vrij land?” “Democratie Meester!” “Dictator!” Meester Dictator!”

En zo ging het maar door. Omdat Peter steeds streepjes aan het zetten was, zag hij niet meer wat er in de klas gebeurde. Iedereen riep door elkaar, leerlingen liepen door de klas. Een paar leerlingen hadden wel tien streepjes achter hun naam en het huilen stond Peter nader dan het lachen.

En toen werd het plotseling doodstil in de klas. Hans stond in de deuropening. Een van de meisjes had hem opgehaald uit de teamkamer, waar hij werkstukken zat na te kijken. En Hans herstelde de orde, ging achterin zitten en vertelde dat Meester Peter nu verder ging met de rekenles. En dat deed Peter. De ochtend kroop voorbij, maar achteraf was hij blij dat hij het gedaan had. Met Hans achterin groeide zijn zelfvertrouwen weer en ging het steeds beter.

Tijdens de nabespreking stak Hans de hand in eigen boezem. “Ik had je nooit het idee van de streepjes mogen opdringen. Dat is mijn systeem. Ik ben De Streepjesmeester. Jij moet je eigen manier vinden om orde te houden. En daar ga ik je mee helpen. Stap voor stap.”

En zo gebeurde het. En toen Meester Peter afscheid nam, vonden alle leerlingen het jammer dat hij wegging. Een paar meisjes huilden zelfs.

Als je in een nieuwe klas begint, is het belangrijk om met de leerlingen te bespreken wat jij belangrijk vindt en wat de leerlingen belangrijk vinden.

Regels. Routines. Afspraken. Welke overtredingen zijn er en wat zijn de consequenties van die overtredingen.

Welke beloningen zijn er te verdienen en wanneer krijg je die.

Als de leerlingen precies weten wat ze aan jou hebben, dan verdien je daar respect mee.

Als jij jouw grenzen duidelijk aangeeft en bewaakt, is het makkelijker om de orde te bewaren.

Een manier om dergelijke afspraken duidelijk in beeld te brengen, is door middel van het maken van een poster met Pictochart (en ja, dat is gratis).

download

Je kiest (een) onderwerp(en) en laat alle leerlingen daar zelf een poster van maken. Jij kunt bepalen wat erop komt, maar je kunt hen ook vragen om voorbeelden te maken ter inspiratie.

Het is hoe dan ook belangrijk dat je je leerlingen betrekt bij alle afspraken die gemaakt worden aan het begin, en dit is een leuke, beeldende manier.

Het probleem van de rotklas

HET PROBLEEM VAN DE ROTKLAS

Vanmorgen was ik op een school. Op een hele gewone school voor Voortgezet Onderwijs, met hele gewone leerlingen en hele gewone leraren. Geen speciaal onderwijs, geen achterstandswijk; geen probleemschool. En toch was ik uitgenodigd om een groot probleem te helpen oplossen. Het probleem van de “rotklas”. Een tweede brugklas in dit geval. Je kent misschien ook wel zo’n klas.

Zo’n klas waar het al vanaf het begin van het schooljaar niet lekker loopt.
Zo’n klas waar de leerlingen continu een wedstrijd “wie durft vandaag de grootste rotopmerking te maken” lijken te houden.
Zo’n klas waar de hormonen je tegemoet vliegen zodra je de deur open doet.
Zo’n klas waar gecommuniceerd wordt door middel van blikken naar elkaar en kleine bewegingen.
Zo’n klas waar de mentor overspannen is afgevoerd en een jonge enthousiaste leraar het mag proberen.

En die jonge enthousiaste leraar riep tegen mij: “Kan ik het gewoon niet? Wat doe ik verkeerd?”

Doe jij dat ook altijd? Eerst de fout bij jezelf zoeken?
Terwijl je in de teamkamer al meerdere malen hebt gehoord: “Heb jij die rotklas? Pfff, nou succes. Of: dapper hoor!”

En nee, het ligt niet aan jou. Het is zo gegroeid. Aan het begin van het schooljaar is de groep niet op de juiste wijze begeleid en nu is het uit de hand gelopen. Er is een kans dat jij al de zoveelste invaller bent die het mag komen proberen.

Kees van Overveld zegt het heel goed in zijn boek Groepsplan Gedrag VO “Gedragproblemen zijn interactieproblemen”.
De leerlingen hebben geleerd op een manier met elkaar en naar anderen te communiceren die jij niet wenselijk vindt.
Deze “foute” manier van communiceren zit geheel in hun systeem. Ze kunnen niet meer anders.
Het is nu jouw taak, als invallende startende leraar, om deze leerlingen opnieuw te leren communiceren. Op de manier die jij wilt.

EN JA, DAT KAN!

Wat heb jij daarvoor nodig?

1. Een hele lange adem. Je zult heel lang, heel consequent moeten volhouden. Weken lang! Dat gaat je heel veel energie kosten, maar de aanhouder wint. Niet opgeven is het devies!
2. Steun van je duopartner (als je die hebt), je leidinggevende en de ouders. Vertel wat je gaat doen (en waarom) en vraag ze om je te helpen en te steunen.
3. Een stappenplan. En dat stappenplan krijg je van mij.
HET STAPPENPLAN:

1. Begin opnieuw met deze leerlingen. Spreek per les een of twee regels af en laat iedereen daarmee instemmen.

2. Leer elkaar opnieuw kennen. Mensen die elkaar kennen, die een relatie hebben, pesten elkaar niet. Doe kennismakingsspelen. Verbind. Geef zelf het goede voorbeeld.

3. Herhaal deze regels aan het begin van iedere les en maak duidelijk dat je de les stopt zodra iemand een van deze regels overtreedt. Doe dat ook, heel consequent, en vertel steeds waarom je de les hebt gestopt en wat je voor overtreding hebt gezien. Benoem gedrag en geen leerlingen.

4. Stel een beloning in het vooruitzicht als er geen regel overtreden wordt in deze les.

5. Geef heel veel compimenten en spreek bemoedigende woorden uit. “Het gaat al 5 minuten goed! Wat fijn!”

6. Je gaat niet in discussie. Je accepteert geen “ja, maar”. Je ben duidelijk en consequent. Je stelt geen vragen! Gewoon zeggen. Gewoon doen.

7. Leerlingen die de les verstoren spreek je niet door de klas heen aan. Je loopt erheen, je benoemt wat je ziet (het gedrag), vertelt wat je wel wilt zien en geeft de keus: “je doet xxxx (wat jij wilt dat de leerling doet), of je kiest xxxx (dat is dan de consequentie, zoals bijvoorbeeld strafregels schrijven en ouders worden gebeld).

8. Gebruik humor. Als de sfeer akelig wordt (en dat gaat gebeuren!), dan zeg je dat ook. Laat de “sfeer los” met z’n allen en begin weer opnieuw. Maak, zodra de situatie dat toelaat, een grapje. Behoud je goede humeur.

9. Volhouden!

10. Blij zijn met iedere les die goed gaat.

11. Zoek iemand waar je je ervaringen mee kan delen. Goed en slecht. Je moet een klankbord hebben, iemand waar je bij kunt spuien.

12. SUCCES!

N.B. Als jij ook zo’n klas hebt (en ik ben niet in de buurt): koop in ieder geval het boek “Groepsplan Gedrag” van Kees van Overveld. Er is een versie voor VO en een voor PO. Verkrijgbaar bij Uitgeverij Pica

Hoe ga jij om met opbrengstgericht werken?

Luc Stevens zei het al… “opbrengstgericht onderwijs, wat is dat voor onzin?”

En wij-leren.nl stelde vervolgens 10 kritische vragen over opbrengsgericht werken in het onderwijs.

Dus dan doe ik er nog een schepje bovenop met 

de 7 tips voor het omgaan met opbrengstgericht werken!

1.  Laat je niet onder druk zetten.
2. Zoek zelf goed uit wat wel en wat niet moet van de inspectie en sla je directeur daar mee om de oren als hij/ zij teveel van je eist.
3. Werk samen met collega’s. Bereid samen voor en bespreek samen na. Houd het kort en zakelijk.
4. Film  je lessen en kijk wat beter kan.
5. Eerst moeten je leerlingen gelukkig zijn. Anders leren ze niets.
6. Je bent geen lesboer die kinderen trucjes aanleert. Houd in je achterhoofd wat echt belangrijk is: de vorming van burgers van de toekomst.
7. Praat veel met collega’s, leerlingen en ouders over verwachtingen. Bespreek ook of al jullie verwachtingen reëel zijn. En zo niet: waarom niet?

 

Zeven tips om je lessen te verbeteren

Zeven tips om je lessen te verbeteren

1. Doe aan het begin en aan het eind van je les een energizer. Zo blijft iedereen bij de les.

2. Zet deze belangrijke dingen op het bord:
a. het doel van de les;
b. de inhoud van de les;
c. de regels en/of afspraken;
d. het tijdpad.

3. Je instructie, een activiteit en de evaluatie doe je klassikaal.

4. Zorg dat je niet meer dan 3 niveaugroepen hebt. Deze groepen kunnen verschillen per les.

5. Multitasken is slecht voor je. Doe alles wat je doet met aandacht.

6. Wees enthousiast over je les, over de inhoud.

7. Laat samen vatten wat de leerlingen al weten over het onderwerp, en neem ze stap voor stap mee aan het handje door de nieuwe stof.