Tagarchief: school

Broodje Aap of waarheid?

Broodje Aap of waarheid?

Er gaan een hoop verhalen rond in het onderwijs, waarvan ik zo nu en dan stijl achterover sla. En ja, ik heb alles uit de tweede hand… dus aan jou de vraag: zijn deze verhalen waarheid of een Broodje Aap?

1. Op een middelbare school mogen de leerlingen altijd een flesje water op hun bureau hebben. In de bovenbouw van de gymnasiumafdeling hebben de leerlingen alleen geen water in hun fles, maar wodka. De leraren weten dit niet.

2. Jongetje X werd op 5 december 4 jaar oud. Op 6 december ging hij voor het eerst “echt”naar school. In februari vinden de eerste oudergesprekken plaats. De juffen vertellen aan de ouders van jongetje X dat ze twijfelen aan zijn presentatievaardigheden. Zijn eerste boekbespreking was niet zo goed verlopen, dus ze willen de ouders nu vast mededelen dat de kans groot is dat jongetje X gaat blijven zitten in groep 1.

3. Twee moeders vechten in de gang voor het lokaal van groep 6. Ze trekken elkaar de haren uit, krabben waar ze de ander kunnen raken en schelden elkaar verrot. Catfight! Het blijkt dat de echtgenoot van de ene moeder een verhouding heeft met de andere moeder. In plaats van dat de omstanders (andere moeders en leerlingen) het duo uit elkaar halen, moedigen ze de moeder aan wiens man is vreemdgegaan.

4. En jonge docent wordt mentor van een moeilijke VMBO-klas. De leerlingen vechten, schreeuwen en doen precies waar ze zin in hebben. Alle pogingen van de docent om van de groep een groep te maken, lopen op niets uit. Ze gaat naar haar leidinggevende en vraagt op hulp. De sectieleider zegt doodleuk: “Het is jouw klas, dus het is jouw probleem. Los het maar op.”

5. Tijdens de handvaardigheidles steekt een leerling van groep 7 de prullenbak in brand met een zelf-meegenomen aansteker. De leerkracht blust de brand snel door haar flesje water er in leeg te gooien. Ze stuurt de leerling naar de directeur. Ze verwacht dat er sancties genomen zullen worden. Maar de volgende dag zit de betreffende leerling gewoon weer in haar klas met de mededeling van de directeur: “Hij heeft beloofd dat hij het nooit meer zal doen.” En tot overmaat van ramp dienen de ouders een klacht over haar in bij het bestuur wegens “het in gevaar brengen van de leerlingen”.

6. Op een hele grote basisschool wordt 2 tot 3 keer per jaar een hele week geen gymles gegeven. In die weken staan de tafels en stoelen in examenopstelling in het gymlokaal. Dan worden de Cito-toetsen afgenomen; klas voor klas. En ja: ook de kleuters worden getoetst in het gymlokaal.

7. Een klassenassistente staat na het uitvallen van de groepsleerkracht fulltime voor groep 4. Ze doet enorm haar best. Qua orde heeft ze de groep aardig onder controle, maar de opbrengsten van de Cito-toetsen vallen nogal tegen. Tijdens haar beoordelingsgesprek wordt ze beoordeeld als groepsleerkracht.

AU? Of Broodje Aap?
Ik ben benieuwd wat jij denkt…. Wil je je reactie in het commentaarveld plaatsen? Ik hoop op veel reacties.

Ouderwets = uit de tijd … dus weg ermee!

Ouderwets = uit de tijd … dus weg ermee!

Als ik naar het onderwijs kijk vandaag de dag, dan vind ik eigenlijk dat er niks is veranderd. Meer dan 100 jaar geleden zaten er heel veel kinderen van dezelfde leeftijd in de klas en er stond een leraar voor, die erg zijn best deed om zo goed mogelijk les te geven.
Wat is er dan anders?
Niks!

Ja oké, de techniek is de school ingekomen. We weten meer. De kinderen hebben een andere rol in het gezin dan 100 jaar geleden. De zaterdag is tegenwoordig een vrije dag. De maatschappij is veranderd. Gelukkig maar; ik moet er persoonlijk niet aan denken dat alles nog steeds hetzelfde is als 100 jaar geleden. Lijfstraffen, ezelskoppen, speciale opdrachten voor meisjes…
Maar als je nog eens kijkt naar de schoolklassen van toen en van nu… we doen nog steeds ontzettend onze best om zo goed mogelijk les te geven aan een (grote) groep leerlingen in een klaslokaal. Betekent dat dat het onderwijs ouderwets is?
Ouderwets wordt toch gezien als een beetje een “vies woord”. Uit de tijd. Achterhaald. Verleden tijd. Onderwijs is toch niet ouderwets meer? We hebben toch alles uit het verleden wat niet werkt de school uitgegooid?

Nou nee. We hebben van alles de school ingegooid waarvan men roept dat “het nieuw en dus goed is”. En sluipenderwijs heeft men wat ouderwetse dingen de school uitgezet. Maar wie zijn toch die “men”?
Ik ben er achter. Die “men” dat zijn onderwijskundigen die nog nooit een klas van dichtbij gezien hebben. Onderwijskundigen die dingen bedacht hebben, maar nooit onderzocht hebben of dat wat zij bedacht hebben wel werkt op onze scholen. Onderwijskundigen die veel contacten hebben in de politiek. Onderwijskundigen die ongetwijfeld verstand hebben van heel veel dingen, maar beslist niet van het dagelijkse onderwijs. En met hun ideeën zijn er veel goede technieken uit de klas verdwenen.

Ik pleit er voor om een paar ouderwetse technieken terug te halen in onze klassen. Ouderwets kan dan wel stom klinken, maar deze ouderwetse technieken werken. Ze zorgen ervoor dat onze leerlingen die dingen leren die ze moeten leren. En ik pleit er ook voor om een aantal nieuwe technieken te behouden. Omdat ze goed zijn voor onze leerlingen. Dan ben ik maar ouderwets.

1. Leerlingen zijn geen volwassenen. Hun hersenen zijn nog niet volgroeid, dus ze kunnen die nog niet volledig benutten. Ze zijn dus niet in staat om goed-doordachte beslissingen te nemen. Het is de taak van de leraar om ze daar bij te helpen. Die moet heel goed weten wat een leerling wel niet zelf kan beslissen. Een leraar moet dus duidelijke keuzes bieden.
2. Het digibord is fantastisch en het moet blijven. Maar hang er alsjeblieft een krijtbord naast; haal dat whiteboard weg. Krijtborden zijn een must voor degelijk schrijfonderwijs. En iedere leerling kan lezen wat er op staat; ook achterin het lokaal. Dat heb ik op een whiteboard nog niemand voor elkaar zien krijgen.
3. Zorg dat je goed weet wat de leerlingen moeten weten en kunnen: ken je leerlijnen. Leg daar de methode naast. Gebruik de methode als handreiking en niet als wet.
4. Leraar zijn is een vak. Er wordt veel van je verwacht en je hebt een enorme verantwoordelijkheid. Gedraag je daar ook naar. Ga terug op je voetstuk; profileer je als deskundig en laat je ook als zodanig betalen.
5. Tafels stampen. Rijtjes opzeggen. Strafregels schrijven. Fouten verbeteren. Onze hersenen zijn geprogrammeerd om iets te onthouden als we het a. mondeling herhalen en b. opschrijven. Liefs minimaal 7 keer. Sorry, maar het werkt.
6. Kleuters leren door spelen. Liedjes zingen. Rijmpjes. Bewegen. Voordoen. Herhalen. Meedoen. Rituelen. En ze kunnen niet langer dan 5 minuten achter elkaar luisteren.
7. Nee, alsjeblieft niet het Wilhelmus, maar het is goed om iedere dag te zingen. Ja, met alle leeftijden. Voor mijn part met YouTube en ondertitels, maar zing met je klas minimaal een lied per dag.
8. Kinderen hebben knuffels nodig. Geen panda’s, maar op schoot zitten en een troostende arm horen erbij. Een beetje meer vertrouwen in onze mannelijke collega’s mag best.
9. Jongens mogen stoeien en flinke competities houden. Rennen. Duwen. Hun kracht en uithoudingsvermogen testen. Spreek wel goed af waar, wanneer en met welke regels. En laat een man het regelen; die snapt het.
10. Leerlingen (en hun ouders) zijn niet van suiker. Je mag ze dus aanspreken op hun gedrag. Je hoeft je niet altijd te verdedigen; soms heb je gewoon gelijk omdat jij de leraar bent. Punt.

En hoe ouderwets ben jij?

Zeven tips voor een effectieve les

Zeven tips voor een effectieve les

1. Zorg dat je heel snel de namen van al je leerlingen kent. Gebruik naamstickers, sta bij de deur, maak contact!

2. Vertel bij alles wat en wanneer jij het wilt hebben! Vertel daarbij ook HOE men dat voor elkaar moet krijgen. Geef hele duidelijke instructies.
a) Qua gedrag.
b) Bij een opdracht die je geeft.

3. Zet bij alle lessen de stappen op het bord. Gebruik iedere les dezelfde stappenstructuur.
a) Binnenkomst & voorbereiding
b) Doel van de les
c) Welke middelen
d) Tijd
e) Wat te doen als….
f) Opruimen
g) Afsluiten

4. Voorkom het woord “NIET” in je taalgebruik.

5. Regels voor corrigeren:
a) Waarschuwen is onnodig. Negeren heeft een averechts effect. Ongewenst gedrag is gewoon onacceptabel. Grijp meteen in.
b) Doe je zachtjes/ non-verbaal, terloops, individueel (voorkom klassikaal). Complimenten geef je wel ten overstaan van de hele groep.
c) Vertel welk gedrag je van de leerling verwacht.
d) Discussies parkeer je: “Kom voor deze discussie even bij me na de les, voor nu wil ik dat je….”.

6. Leerlingen zijn kort van memorie. Dat betekent dat je alles ongeveer 7 keer moet herhalen voordat iets onthouden wordt.

7. Houdt de volgende tijdsindeling aan:
a) Binnenkomst en landing – 2,5 minuten
b) Vorige les, lesdoel en organisatie – 2,5 minuten
c) Begeleide instructie (incl. voordoen in stappen) – 5 à 10 minuten
d) Evt. verlengde instructie – 5 minuten
e) Zelfstandige verwerking (jij loopt een vaste ronde) – 30 minuten
f) Opruimen – 5 minuten
g) Afsluiten & afscheid – 2,5 minuten

Extra TIP: Gebruik veel humor! Heb plezier!

Dat doen wij zo niet…

Dat doen wij zo niet…

“Dat doen wij zo niet.” Niet leuk om te horen als je nieuw op een school bent en enthousiast een idee naar voren brengt.
“Wij doen het al jaren zo en dat bevalt prima.” Nog zo’n opmerking waar je niks mee kunt als je een verandering voorstelt.
“Ach ja, toen ik pas begon had ik ook van die wilde plannen, maar je zult zien dat dat vanzelf overgaat.” En je enthousiasme voor jouw “wilde plan” zakt meteen weg.
Laten we eerlijk zijn. Het is niet leuk om dergelijke opmerkingen te horen. En gelukkig worden ze steeds minder gemaakt. Maar als je op een school zit waar je wel zulke opmerkingen te horen krijgt, dan kun je er wel iets mee als je wilt.

1. Het is goed bedoeld. Het komt misschien anders over, maar in de grond is het een welwillend advies met het doel om jou te beschermen.
2. Je kunt er dus ook welwillend en begrijpend op reageren. “Ik begrijp het” zeg je dan. (Of iets van die strekking.) Je mag ook vragen naar de bezwaren die er zijn. Misschien hebben ze wel een punt… dan kun je daar rekening mee houden.
3. Vervolgens vraag je of je jouw plan toch mag uitproberen. Bij wijze van pilot. Bijvoorbeeld in jouw klas. In de meeste gevallen wordt daar positief op gereageerd.
4. Je gaat aan de slag.
5. En je vertelt iedere keer enthousiast over de vorderingen die je maakt.
6. En als je ergens tegenaan loopt, dan vraag je om hulp aan iemand die (min of meer) positief t.o.v. jouw “wilde plan” staat.
7. Je houdt vol. Grote kans dat iemand jouw plan adopteert.

Veel succes!

Zeven tips voor een goed sollicitatiegesprek

Zeven tips voor een goed sollicitatiegesprek

Er komt steeds meer werk in het onderwijs! Eindelijk! In de randstad zijn de leraren niet aan te slepen. In sommige vakken zijn er enorme tekorten. Het is dus tijd om te solliciteren. Misschien wil je wel eens naar een andere school, misschien ga je invallen (en als vaste invaller moet je tegenwoordig ook vaak een sollicitatiegesprek voeren), of misschien wil je gewoon jouw eerste vaste baan in het onderwijs.
Daarom deze week zeven sollicitatietips. Of eigenlijk veertien.
O nee. Vijftien.

Ik begin even met de 7 “gewone” sollicitatietips:
1. Zorg dat je er verzorgd uitziet; tanden en schoenen gepoetst!
2. Zet je telefoon uit.
3. Accepteer alleen water om te drinken.
4. Kom precies op tijd.
5. Geef iedereen een hand en stel je verstaanbaar voor.
6. Stel minimaal 3 vragen.
7. Kijk degene aan die jou een vraag stelt, maar kijk iedereen om de beurt aan bij het beantwoorden van de vraag.

En nu de 7 tips speciaal voor jou:
1. Bekijk de website van de school heel uitgebreid. Lees alles!
2. Als je de school niet kent: vraag of je van te voren even mag komen kijken als de school in bedrijf is. Loop rond, stel vragen en proef de sfeer.
3. Iedere school vraagt bepaalde competenties en vaardigheden. Die staan meestal in de vacature (en zo niet, dan kun je ze bedenken). Zorg dat je een goed praktijkvoorbeeld hebt van jezelf bij iedere competentie en vaardigheid; het bewijs dat jij die competentie of vaardigheid beheerst. Dit voorbeeld mag ook uit stage- of vrijwilligerswerkervaring komen!
4. Bedenk wat jij bij kunt dragen op deze school; wat ga jij brengen dat zij nog niet hebben?
5. Welk verschil maak jij voor de leerlingen? Wat maakt jou de beste leraar voor deze klas of vakgroep?
6. Spreek positief over anderen, ook als je ergens een negatieve ervaring hebt gehad.
7. Lach! Heb plezier in het gesprek. Onderwijs is leuk!

Bonustip: Je mag zenuwachtig zijn. Dat helpt je om goed te kunnen focussen.

Succes met jouw sollicitatiegesprek!

De regels van anderen… hoe ga jij daarmee om?

De regels van anderen… hoe ga jij daarmee om?

Er zijn wel eens regels waar je het eigenlijk niet mee eens bent. Bijvoorbeeld de regels van de school. Toen ik dramalessen gaf op een grote MBO-school had ik er bijvoorbeeld best veel moeite mee.

Voorbeelden?
Er mochten geen petten gedragen worden. Maar tijdens de les vond ik het tijdens het maken van toneelstukjes en sketches natuurlijk logisch dat er wel een pet gedragen werd.
Er mocht niet gedronken worden in de les. Maar ik had vaak blokuren, waarin flink bewogen werd. Natuurlijk kreeg iedereen op gezette tijden dorst en er was ook nog eens een kraan aanwezig in het lokaal.
Mobiele telefoons waren verboden. Maar ik deed vaak een kahootquiz om te kijken wie had onthouden wat ze vorige les hadden geleerd en daarvoor heb je toch echt een telefoon nodig.
De leerlingen mochten niet naar het toilet tijdens de les. Maar er was altijd wel een meisje dat prompt haar periode kreeg en dus streek ik weer over mijn hart. Controleren is ook weer zo wat in zo’n geval.

En zo waren er nog wat schoolregels waar ik in de praktijk “last van had” en ja… ik lapte ze dus aan mijn laars. En de eerste paar maanden ging dat goed. Tot het moment dat drie leerlingen doodleuk de klas binnenwandelden met een kop thee. Ik had het niet in de gaten, want ik was in gesprek met een leerling die nogal emotioneel was en net haar verhaal aan mij deed. Vlak achter de drie leerlingen stormde de directeur mijn lokaal in, die razendsnel zag hoe de vlag erbij hing: thee, flesjes water, telefoons, petten en een juf die er niets van zei. Oeps.

Natuurlijk werd ik op het matje geroepen en mij werd vriendelijk doch dringend verzocht mij aan de regels te houden. Hoe ging ik dat voor elkaar krijgen? Ik wilde me niet aan de schoolregels houden, maar ik moest wel. De directeur had eigenlijk gewoon gelijk. De sfeer in mijn lessen was ronduit chaotisch geworden. Ik had veel minder orde dan aan het begin van het schooljaar en de leerlingen gingen met me in discussie als ik eens iets verbood (zoals bijvoorbeeld de thee). Ik was niet (meer) consequent. En eigenlijk had ik daar wel last van.

Hoe heb ik het opgelost?
Ik heb de schoolregels weer in ere hersteld, met de leerlingen doorgenomen en duidelijke procedures met ze opgesteld:
1. Pet af in de klas. Als je een pet op wilt in een toneelstuk, dan krijg je er een van de juf.
2. Niet drinken in de les. Sorry. Geen uitzonderingen.
3. Telefoon inleveren bij de juf. Ik deelde ze uit als het echt nodig was (voor een opname of een quiz).
4. Toiletbezoek verboden. Sorry dames. (En prompt bleven de periodes uit.)

Het heeft me een maand strijd gekost, maar daarna verliepen mijn lessen weer prima. Er was weer rust, orde en structuur.
Dus helaas: schoolregels, daar moet je je gewoon aan houden.
Anders moet je een andere school zoeken. Of een andere baan.

Pak de orde terug in vijf stappen

Pak de orde terug in vijf stappen

Het is mij best wel vaak gebeurd. Dat ik een klas heb waar het wel aardig loopt. Er zitten wel wat stoorzenders tussen de lieverdjes van leerlingen, maar die weet ik over het algemeen best in het gareel te houden. Meestal gaat het prima met mijn orde in de klas.

Maar dan gebeurt het. HET. Ik ben moe of sacherijnig of wat dan ook en in ieder geval niet alert. En ik reageer verkeerd op een leerling. Ik maak een verkeerde opmerking, kijk de verkeerde kant op, of mijn hele houding is gewoon FOUT. En ik voel de orde als zand tussen mijn vingers wegglijden.

Ik probeer dan nog krampachtig te redden wat er te redden valt, maar meestal lukt het niet, is het een kwestie van de les uitzitten en volgende les opnieuw proberen. Het fijne is dat dat ook lukt, omdat leerlingen je altijd weer een nieuwe kans geven. En als je dan zelf alert bent (en uitgeslapen en vrolijk) dan is het net alsof die vorige les nooit geweest is.

Eén keer deed ik iets compleet anders dan anders. En dat werkte echt supersnel; ik had de orde binnen no time terug. Ik heb er vijf stappen van gemaakt die ik hier met jou deel:

1. Ik ging op een andere plek staan; achter in het lokaal en vroeg de leerlingen op zachte toon om hun spullen op te ruimen en even naar me te luisteren. Ik keek daar heel ernstig, bezorgd bij. Omdat ik iets onverwachts deed, luisterde iedereen redelijk snel. De leerlingen moesten zich omdraaien en waren daardoor met mij bezig en niet meer met elkaar.
2. Ik stond heel stevig in de grond. Ik haalde een paar keer diep adem en keek omhoog. Dat gaf me nieuwe energie. Ik keek alle leerlingen een voor een aan.
3. En ik bood mijn excuses aan voor het verstoren van de orde.
4. En ik stelde de leerlingen voor de keuze. Degenen die geen zin meer hadden in deze les mochten (in stilte) hun huiswerk gaan maken. Degenen die de les nog wel wilden volgen, mochten naar mij luisteren. Twee leerlingen wilden door met de les. De rest ging aan het werk. Ik had de orde terug. Binnen tien minuten deed iedereen weer mee met de les.
5. Na afloop bedankte ik de leerlingen voor hun coöperatie.

Maak hier je eigen variatie op; je eigen stappenplan.
1. Zorg voor (echte) afleiding.
2. Geef jezelf aarde en energie.
3. Bied je excuses aan.
4. Geef de leerlingen de keus. Wel een keus die als vanzelf stilte (en geen geloop door de klas) vereist.
5. Bedank je leerlingen, of geef ze een compliment.

Geen gedonder op het schoolplein

Geen gedonder op het schoolplein

Op de meeste scholen wordt er in de pauzes lekker gespeeld. Leerlingen rennen over het plein, doen spelletjes of hangen heerlijk rond.

Op sommige scholen is het iedere keer weer raak. Ruzies en vechtpartijen. Kinderen die niet mee mogen doen van andere kinderen. Ballen die te hard geschoten worden. Spullen die afgepakt worden. Geschreeuw en gehuil. De pleinwacht heeft het er dan erg druk mee…

Er zijn veel programma’s op de markt die leerlingen kunnen leren hoe ze beter met elkaar kunnen omgaan. Meestal zijn dit programma’s die uitgevoerd worden in de klas. De transitie naar het schoolplein (laat staan naar “na schooltijd”) wordt niet door alle leerlingen gemaakt.

Er zijn ook trainingen waarbij leerlingen geleerd wordt om als (peer)mediator op te treden tijdens conflicten op het plein. Ze zijn vaak herkenbaar aan hesjes of T-shirts en doordat ze hebben geleerd hoe ze om kunnen gaan met conflicten, is het veel leuker op het plein dan daarvoor.

Maar stel nou dat het opleiden van leerlingen tot mediator schoolbreed geen optie is? Wat kan je dan doen als leraar? Heel veel! Ik heb een “opleidingsplan in 9 stappen” gemaakt dat jou kan helpen!

Het maakt echt niet uit hoe oud jouw leerlingen zijn. Deze aanpak werkt zowel bij 4- als bij 16-jarigen; alleen je taalgebruik pas je aan).
Je kunt met jouw (mentor)klas het goede voorbeeld geven en je eigen “mediators” opleiden. Hoe zou je dat kunnen doen?

Een opleidingsplan in 9 stappen (je zou hier een maand over kunnen doen):

1. Je vertelt dat jouw doel van de komende maand is dat men zich “positief gedraagt” op het plein (gang, onderweg naar de gymzaal, na schooltijd, enzovoort).

2. Je vraagt aan de leerlingen hoe zij willen dat men buiten de klas (op de gang, op het plein en na schooltijd) met elkaar omgaat.
a. De leerlingen die positief gedrag benoemen, versterk je.
b. De leerlingen die negatief gedrag benoemen, negeer je.

3. Uit alle inzendingen destilleer je 3 tot 5 (positief geformuleerde) regels. Deze schrijf je op het bord. Je laat twee vrijwilligers deze regels over nemen op een groot vel papier en je hangt het papier in het lokaal.

4. Je vraagt aan de leerlingen hoe het mogelijk wordt dat iedereen (in deze klas) zich aan deze regels gaat houden. Benadruk dat het niet voor alle leerlingen even makkelijk is, maar dat iedereen het kan leren.

a. Het noemen van consequenties wuif je niet weg; je vertelt dat dit op een later moment aan de orde komt.

b. Alle suggesties die in de richting van “helpen door….” wijzen, beaam je en noteer je.

c. Je mag sturen in de richting van mediation. Als jullie ergens anders uit komen, dan is dat ook prima.

5. Je verzamelt alle suggesties. Je gaat alle suggesties met de leerlingen uitproberen. Dan kan met rollenspelen, het liefst buiten de klas. Per keer probeer je een suggestie en je bespreekt het rollenspel meteen na: Wat werkte wel en wat werkte niet?

6. Zodra jullie als groep iets hebben gevonden wat werkt, dan wordt de werkwijze (in een paar stappen) op een groot papier gezet en opgehangen.

7. Je vraagt wat een goede consequentie zou kunnen zijn voor het je niet houden aan deze werkwijze. Zijn er ook uitzonderingen mogelijk? Welke leerlingen hebben extra hulp nodig om geen consequenties op hun dak te hoeven krijgen? Hoe ziet die hulp eruit? En hoeveel waarschuwingen mogen gegeven worden? En door wie? Jij kiest de consequentie. Je zet de afspraak hierover op een kleiner papier en hangt het op naast de andere poster.

8. Iedere leerling committeert zich aan de consequenties en de werkwijze, door handopsteking (of iets anders).

9. Je evalueert dagelijks kort en past aan zodra dat nodig is.

Ik wens je veel plezier en succes!

Functioneringsgesprek? Ga ervoor!

Functioneringsgesprek? Ga ervoor!

Op de meeste scholen worden functioneringsgesprekken gevoerd. Op alle scholen wordt dat anders geregeld.
Een functioneringsgesprek heeft een andere functie dan een beoordelingsgesprek. Het is zaak om daar alert op te zijn.

Op de site van de AOB staat het als volgt omschreven:

Ken het doel van een functioneringsgesprek

Er bestaat veel onduidelijkheid over het verschil tussen een functioneringsgesprek en een beoordelingsgesprek. Beide gesprekken zijn onderdeel zijn van een cyclus en vinden jaarlijks plaats, maar het doel is anders. Een functioneringsgesprek is een gestructureerd tweerichtingsverkeer-gesprek tussen jou en je leidinggevende. Jullie bespreken de huidige werkpraktijk om knelpunten op te sporen. Voor de geconstateerde problemen bedenk je samen oplossingen en daarover maak je afspraken. Het functioneringsgesprek is dus toekomstgericht. De verbetering staat centraal.

Soms krijg je van te voren een formulier met vragen, of een lijstje met onderwerpen.
Soms is er van te voren een klassenbezoek waar je wordt geobserveerd.
Soms krijg je alleen een datum en een tijd door en moet je maar afwachten wat de onderwerpen zullen zijn.

Soms is degene waar je het gesprek mee hebt ook degene die jou (als je starter of invaller bent) begeleidt. Dat is eigenlijk geen goede zaak; jullie hebben dan allebei twee petten op. In dat geval zou je kunnen vragen of je je functioneringsgesprek met iemand anders mag hebben.

In alle gevallen: ga ervoor!

Of je nu invaller bent of vaste kracht, de volgende tips kunnen je helpen.

* Maak van te voren twee lijstjes. Een met dingen die je heel erg leuk vindt in je werk en een met zaken waar je niet blij mee bent. Als je tweede lijstje langer is dan het eerste, zal je je moeten afvragen of je hier wel wilt blijven werken. De uitkomst daarvan is van invloed op het gesprek dat je hebt.

* De dingen die je leuk vindt, kan je allemaal noemen. Doe dat met enthousiasme!

* De zaken die je niet leuk vindt, kun je omzetten in “wensen”. Tijdens je gesprek vraag je dan of er mogelijkheden zijn om die wensen te vervullen. Zo zorg je voor een positieve insteek.

* Spreek vanuit jezelf en niet over, of namens anderen.

* Je mag je kwetsbaar opstellen, zolang je er een leerdoel aan koppelt. Zo laat je zien dat je je bewust bent van je tekortkomingen, maar dat je er aan werkt.

* Alles waar je goed in bent, mag je ook zeker benoemen. Geef daar voorbeelden bij.

* Vraag of je zelf het verslag mag maken. Je maakt dan alleen een lijst met actiepunten en de data waarop deze actiepunten  (en door wie) uitgevoerd moeten zijn. Een uitgebreid verslag schrijven is zonde van je tijd!

Heb jij ook nog goede tips?
Zet ze in het commentaarveld!

Acht tips voor de vrolijke invaller!

Acht tips voor de vrolijke invaller!

Een dagje hier, een dagje daar. School op de hoek, school ver weg. Auto, fiets, bus… je rent van hot naar haar en je past je overal in en aan. Vooral in het PO is “invallen” een bekend verschijnsel, omdat je basisschoolleerlingen niet even een tussenuur kunt geven.
En soms mag je als invaller langer blijven. Een week, een maand, maanden.

Ook in het VO en MBO wordt ingevallen, ingeval van langdurige afwezigheid van de leraar. Zwangerschap, burn-out, ziekte, zorgverlof, sabbatical….

Voor een starter in het onderwijs, is invallen meestal het begin van een carrière. En als er niet zoveel “vast werk” is, dan kan de periode van invallen wel tien jaar duren. Zoals in mijn geval…

Dat heeft een enorm voordeel. Je doet een schat aan ervaring op waar je je hele leven nog plezier van hebt. En je leert relativeren. Want niet iedere school past bij jou en soms heb je een dag waarop het gewoon niet loopt. En dat geeft niet, want de dag daarna gaat het beter. Of supergoed.

Het maakt niet uit waar je gaat invallen, of voor welke periode, als je maar goed voorbereid bent. En zeker als je voorafgaand een “sollicitatiegesprek” hebt, is het belangrijk om van te voren een aantal zaken in acht te nemen.

Daarom: acht tips voor de vrolijke invaller!

1. Zorg dat je de school kent. Google de school op internet, bekijk de website, lees het schoolplan.

2. Zorg dat je uiterlijk “passend” is bij de school. Wat hebben de leraren op de foto’s op de website aan? Let op piercings en tattoos, roklengte en decolletés.

3. Toon heel veel interesse in de groep, in de klas(sen) waar je les gaat geven. Stel vragen over de leerlingen, ouders, het verleden en de toekomst. Wie was de leraar voor jou? Waarom is diegene weg?

4. Weet welke visie de school heeft op leerlingen en onderwijs. Denk er over na of die visie bij jou past.

5. Geef iedereen die je in de school (en in de teamkamer!) ontmoet een hand en stel je voor. Probeer alle namen en gezichten te onthouden.

6. Maak mappen met activiteiten en lessen voor alle klassen en groepen, dan heb je altijd materiaal.

7. Laat je niet gek maken. Neem je tijd. Het programma hoeft niet af.

8. Heb heel veel plezier! Wees vrolijk, oprecht en maak er een mooie tijd van, ook al ben je er maar een halve dag.