Tagarchief: slachtoffer

EHBO voor leraren

EHBO voor leraren

Een ongeluk zit in een klein hoekje. En er zijn erg veel kleine hoekjes op school en op het plein. Ik ken dan ook veel leraren die voor een EHBO-diploma hebben. Of in ieder geval wat EHBO geleerd hebben tijdens de BHV-cursus. En ik weet natuurlijk niet hoe het met jou zit, maar ik vergeet altijd wat ik precies moet doen als ik het niet regelmatig doe. Vandaar deze week: een reminder voor de meest voorkomende ongelukken op school.
1. Blijf zelf rustig. Haal diep adem, zet je voeten stevig op de grond.
2. Kalmeer het slachtoffer en je zorgt dat hij of zij veilig ligt (of zit of staat).
3. Geef duidelijke opdrachten aan de omstanders. Dat zijn meestal andere leerlingen die nieuwsgierig of betrokken zijn.
Deze opdrachten geef je:
a. Jullie gaan allemaal op minimaal 3 meter afstand staan of je gaat weg.
b. Jij haalt juf X. (of een glas water, of de verbandtrommel, of ….)
4. Je vraagt het slachtoffer hoe het met hem of haar gaat. Op basis van de antwoorden handel je verder.

Handelingen in geval van:

Bloedneus:
• Laat het slachtoffer zitten.
• Houd zijn of haar hoofd een beetje voorover (schrijfhouding).
• Laat één keer goed snuiten.
• Knijp met je duim en wijsvinger de neus ongeveer 10 minuten dicht (niet te hard knijpen).
• Daarna moet de neus rusten: dus even niet snuiten!

Schaafwond:
• Schoonspoelen met een zachte (schone) doek.
• Laten drogen aan de lucht.
• Alleen een wond die onder kleding zit mag je na het drogen afdekken met pleister of verband.

Brandwond:
• Minimaal 10 minuten onder lauw stromend water.
• Laten drogen.
• Eventueel steriel afdekken.

Wespen- of bijensteek:
• Eventueel de angel eruit trekken met een pincet.
• Koele, natte doek erop.
• Bij steek in mond of keel (of bij allergische reactie): 112 bellen.

Snijwond:
• Eventueel schoonspoelen
• Druk de wond dicht met pleister of schone theedoek.
• Een grote wond die blijft bloeden: naar huisarts om te laten hechten.

Kraal in neus:
• Snuit of nies het voorwerp uit de neus.
• Houd het niet-verstopte neusgat dicht bij het snuiten.
• Blijft ie zitten? Naar de huisarts.

Verslikking:
• Zolang het kind stevig hoest, huilt en adem kan halen tussen het hoesten: stimuleer zo mogelijk het kind te blijven hoesten en houd het kind in de gaten.
• Als het kind niet (meer) hoest en (bijna) geen adem kan halen:
o Bel 112.
o Laat het kind vooroverbuigen.
o Geef met de hiel van de hand stoten tussen de schouderbladen, ondersteun daarbij de borstkas met de andere hand.
• Wanneer dit stoten niet helpt:
o Ga achter het kind staan, sla je armen rond de borstkas.
o Plaats je vuist met de duim in de hand tussen navel en onderkant borstbeen.
o Omvat deze vuist met de andere hand en trek beide handen met een ruk schuin omhoog naar je toe. Herhaal dit een aantal keren.
• Kinderen moeten na deze handeling door een arts op inwendig letsel worden onderzocht.

Allergische reactie:
• Kenmerken allergische reactie:
o Een allergische reactie kan optreden na een beet/steek of een (verkeerd) voedingsmiddel.
o Lekken, jeuk, roodheid, misselijk, braken, duizelig, ademnood, (neiging tot) bewusteloosheid, spierkrampen, bewegingsonrust, verwardheid kunnen het gevolg zijn.
• Wat te doen bij een ernstige allergische reactie:
o Het slachtoffer laten liggen.
o Bescherm het slachtoffer met een deken of jas tegen afkoeling.
o Schakel professionele hulp in.
• Bel 1-1-2 bij:
o Kenmerken (dreigende) shock: het slachtoffer is bleek, transpireert, voelt zich ziek.
o Ademnood.
o Ernstige zwelling vooral in de hals.

Bron en nog meer oplossingen: http://www.ehbo.nl/tips/

Let op je woorden in de klas deel 1 – NEE

Let op je woorden in de klas deel 1 – NEE

Je staat voor de klas. Je hebt net een vraag gesteld en je krijgt NEE te horen. Heb jij dat ook wel eens meegemaakt? Ik best heel vaak. En ik raakte dan verzeild in strijd met een leerling. Strijd = onrust = niet leuk.

Herken je dit?
Je zegt: “Stop met … !” En je krijgt als antwoord: “Nee.”
Of ze zeggen “ja”, maar doen “nee”.
Voor je het weet ben je verzeild geraakt in een vervelende discussie (of strijd) die je teveel tijd en energie kost en die je misschien nog verliest ook…
Hoe voorkom je dit soort gedoe???
Je voorkomt dit soort gedoe door in de klas op je woorden te letten. Door je zinnen en opdrachten op een andere manier te formuleren.

Je vraagt: “Stop met … !” En je krijgt als antwoord: “Nee.”

Er zijn vier soorten nee:
De nee van het slachtoffer. Hij wil wel maar hij weet niet hoe.
De nee van de vechter. Hij wil de strijd met jou aangaan.
De nee van de verhevene. Hij wil zich beter voelen dan jij.
De nee van de vluchter. Hij wil er echt onderuit komen.
Het is zaak om er heel snel achter te komen wat voor “nee” je hebt gekregen. Als het goed is kun je dat goed inschatten door de toon van de stem, de houding en de gezichtsuitdrukking. Vraag wel even na of jouw interpretatie klopt. Benoem wat je hoort en ziet.

Je volgende stap is:
Het slachtoffer vraag je hoe je kunt helpen.
De vechter laat je in zijn sop gaar koken of geef je een keus.
De verhevene bejegen je tactisch. Toon begrip, beweeg mee en stel hem voor de keus  te kiezen wat jij wilt zonder dat hij gezichtsverlies lijdt.
De vluchter zal je eerst moeten uitvragen… waarom wil hij er onderuit komen? Wat levert hem dat op? Pas daarna weet je hoe je verder moet reageren. Je komt dat meestal op een van de reacties hierboven uit, maar soms is er iets anders aan de hand wat eerst opgelost moet worden.

Of ze zeggen “ja”, maar doen “nee”.

Dat betekent dat ze van jou de mogelijkheid hebben gekregen om iets te vermijden. Het is beter om een duidelijke keus te geven (en ze daar ook aan te houden). Gebruik het woord OF:
“Ga je je werk nu afmaken OF na schooltijd?”
“Ga je nu stoppen met praten OF ga je op de gang 3 minuten tegen de muur praten en dan terugkomen en opletten bij de les?”

Wees je bewust van je woorden, hoe je reageert op de NEE van de ander. Schiet niet zelf in de weerstand, maar besef dat jij de ander de mogelijkheid hebt gegeven om NEE te zeggen.

Als je geen NEE wilt horen, zorg er dan voor dat de ander geen NEE kan zeggen.

Zeven inzichten in de oorzaak van pesten

 

 

 

 

M5 is een van de methodes om structureel pesten te stoppen en sociale veiligheid te waarborgen. Meer hierover vindt je op de website van de M5 groep. www.pestaanpak.nl.

 

Los van iedere anti-pestmethode, is er kennis en inzicht nodig over de oorzaken van structureel pesten. Daarom deze zeven inzichten in de oorzaak van pesten waarop de M5 methode gebaseerd is.

Zeven inzichten in de oorzaak van pesten

  1. Waar pesten niet of nauwelijks over gaat.

Pesten gaat niet over de huidskleur, kleding of anders zijn. Het heeft maar voor een klein deel te maken met de vaardigheden van de pester, het slachtoffer, de leerkracht of de schoolleiding. Er is ook gebleken dat het weinig uitmaakt op de school klein of groot is, of in een stad of in een dorp staat. Het maakt ook niet uit of je een jongen of een meisje bent.

  1. De oorsprong van pesten.

De oorsprong van pesten is de structurele onveiligheid voor kinderen binnen het schoolsysteem door gebrek aan sociale controle door volwassenen. Het is niet zo vreemd dat volwassenen nagenoeg onmachtig zijn om vergaande beschadiging van kinderen door pesten te voorkomen. Vooral het destructieve pesten gebeurt bewust buiten het zicht van volwassenen. Het is in de meeste gevallen dus niet vreemd dat een school er niets van heeft gemerkt.

  1. Als je veiligheid aan kinderen zelf overlaat, gaat het mis.

Er zijn per dag genoeg ‘vrije’ momenten waarop de veiligheid aan kinderen zelf wordt overgelaten. In die situaties moeten kinderen het met elkaar uitzoeken. Aan kinderen vragen om hun veiligheid op een volwassen en gezonde manier te regelen is hen overvragen. Pesters en de groep daarom heen zijn niet bezig met vijandigheid, maar met veiligheid. Zij regelen hun veiligheid ten koste van de andere kinderen in de groep. Kinderen weten dat ze niet moeten pesten, maar ervaren dat ze geen keus hebben.

  1. Bij sociale onveiligheid regeert de angst

Kinderen zijn bang wanneer zij in situaties terechtkomen waarin het sociaal onveilig is. Op die momenten reageert hun lijf instinctief en roept een vecht-vlucht reactie op. Deze automatische reactie is een natuurlijke overlevingsreactie. De ‘slachtoffers’ vluchten weg. Ze roepen zo onbedoeld een aanval op van kinderen die juist geneigd zijn om te vechten. Pesters reageren door te vechten en openen (aanvankelijk net zo onbewust als de vluchters) de aanval. Ze proberen de ander banger en onzekerder te maken, dan zij zelf zijn.

  1. Kinderen doen er het zwijgen toe.

Kinderen vertellen niets over het pesten omdat zij bang zijn voor repercussies van de pesters én omdat zij hebben ervaren dat volwassenen het toch niet voor hen op kunnen lossen. Van jongs af aan hebben zij, impliciet of expliciet geleerd, dat klikken niet fair is. Er geldt een zwijgplicht voor degene, die toevallig wel iets heeft waargenomen. Zij zwijgen om zelf niet de klos te worden.

  1. Structureel pesten is een blinde vlek.

Omdat het zo lastig is om pestgedrag helder te krijgen, richten we ons zelden op de dader. Het is voor volwassenen veiliger om zich te richten op de slachtoffers. Wie het gedaan heeft is doorgaans onduidelijk, maar het is vaak wel duidelijk wie zich slachtoffer voelt. Het advies is dan vaak simpel: dit kind moet zich weerbaarder opstellen (advies ouders: terug slaan), of op cursus (advies school). De onderliggende boodschap die slachtoffers feitelijk krijgen is dat het aan hen ligt en dat zij hun gedrag moeten veranderen. Als kind ben je na verloop van tijd wel klaar met dit soort hulp. Kinderen die na een cursus nog ernstig gepest worden, willen de volwassenen om heen niet langer teleurstellen en ondergaan hun lot daarom liever in stilte.

  1. Waarom je niet al het pesten moet voorkomen.

Er is een onderscheid tussen incidenteel en structureel pesten. Incidenteel pestgedrag is cruciaal voor de persoonlijke ontwikkeling van kinderen. Het is sociaal leergedrag en als je dat probeert te voorkomen, doe je hen tekort. Het is niet altijd leuk, maar in principe eerder louterend dan beschadigend. Bij structureel pesten is er sprake van een chronische vorm van geweld, dat aanhoudend en herhaaldelijk wordt toegepast bij één of verschillende slachtoffers. Wie de impact van structureel pesten kent snapt dat de omschrijving ‘geweld’ van toepassing is.

Bovengenoemde zeven inzichten in pesten zijn een greep uit een veelheid aan inzichten op dit terrein. Het is een aanzet tot een beter begrip over het fenomeen pesten. Wat wij geprobeerd hebben is om te laten zien dat pesten een symptoom is van iets fundamenteels, namelijk sociale onveiligheid.
(volgens M5)