Tagarchief: taal

Kennis of Kunde?

Kennis of Kunde?

21th Century Skills. Iedereen heeft het er over.
Wat moeten wij onze leerlingen leren om ze goed voorbereid af te kunnen leveren op de volgende school?

Ik heb een hoop kreten gehoord, de afgelopen jaren:
* Scholen bereiden leerlingen slecht voor op het bedrijfsleven.
* Leerlingen struikelen op HBO of Universiteit door gebrek aan kennis en vaardigheden.
* Onze leerlingen gaan beroepen kiezen die nu nog niet bestaan.
* Het taal- en rekenniveau van leerlingen is bedroevend slecht.
* Je kunt alle kennis vinden op internet.
* Kinderen en jongeren zijn handiger op de computer dan volwassenen.
* Het huidige onderwijs is verkeerd ingericht om 21th Century Skills aan te leren.

Mijn vraag aan jou: Waar draait het in het onderwijs echt om?
Gaat het er om leerlingen kennis bij te brengen? En wat moeten ze dan allemaal kunnen en weten? En wie bepaalt wat ze allemaal moeten kunnen en weten?

Wat is dan precies “gepersonaliseerd leren?” En hoe ziet “samen ontdekken” eruit? En welke ICT-vaardigheden moeten leerlingen dan beheersen?
Ik heb geen tips voor je deze week, ik heb alleen een opdracht:
Denk er eens over na. Wat wil jij jouw leerlingen meegeven? Wat wil jij dat ze kunnen en weten aan het eind van dit schooljaar? Wat vind jij het meest belangrijk?
Ik denk dat ik het antwoord weet. In zoverre… ik kan heel veel antwoorden bedenken. En waar het om gaat is dat jouw antwoord verschilt van het antwoord van een andere leraar. Het maakt nogal uit waar je lesgeeft namelijk.

Op een zelfstandig gymnasium mag je ervan uit gaan dat de leerlingen een aardige algemene ontwikkeling hebben, over veel ICT-vaardigheden beschikken en op een redelijk niveau met elkaar kunnen communiceren. Kritisch leren denken lijkt me daar een belangrijk doel. Maar je kunt pas kritisch denken als je meer dan voldoende kennis hebt.
Op een MBO niveau 1 stel je hele andere doelen. Op tijd komen. Gezond eten. Goed omgaan met geld. Een foutloos briefje schrijven.
En dat is dus mijn bezwaar tegen die zogenaamde 21th Century Skills. Hartstikke leuk op een school waar “leerlingen met een flinke bagage” zitten. Maar het overgrote deel van onze leerlingen zit op het VMBO en gaat daarna naar het MBO. En daar kom je om een beroep te leren. Vaardigheden. Met ook hier: kennis als basis. VMBO-leerlingen in de Bijlmer kun je natuurlijk achter een PC zetten om daar “hun eigen gepersonaliseerd leren vorm te geven”. Wat denk jij dat er dan gebeurt?

Wij willen in Nederland steeds weer dat iedereen hetzelfde kan en weet, dat iedereen dezelfde kennis heeft en dezelfde vaardigheden beheerst. Iedereen moet naar het VWO. Iedereen moet studeren. Iedereen moet zelfstandig kunnen werken. Iedereen moet samen kunnen werken. Waarom? Van wie? Worden we daar met ons allen gelukkiger van?
Als we nou gewoon eens alle Skills en Bla Bla van onderwijs 2023 ergens dumpen en gewoon kijken naar iedere leerling kan en wat hij nodig heeft om nog meer te kunnen. Met als basis: taal, rekenen, lezen, spelling en algemene kennis. Die ICT-vaardigheden komen vanzelf. Ik heb ook gewoon geleerd op welke knopjes ik moet drukken om mijn blogs te plaatsen. Voor die tijd ontbeerde ik die kennis en kunde en dat was geen probleem. Ik had het namelijk niet nodig.

En ik denk dat het daar om gaat. De hersenen van onze leerlingen zijn pas volgroeid als ze rond de 25 zijn. Dus we hebben tijd genoeg om onze kinderen voor te bereiden op de toekomst. Waarom zo’n haast? Laat ze lekker groeien, leren, spelen en de tijd nemen om na te denken over wat ze willen met hun leven. Ze worden vanzelf groot. En het is onze taak om ze tot die tijd te steunen.

Keuzestress? Ja! Doen!

Keuzestress? Ja! Doen!

Houd daar mee op!
Stop daarmee!
Houd op met tikken (kletsen, wiebelen, ….)!
Luister naar me!
Doe wat ik zeg!
Houd je mond!

Waarom luister je niet?
Waarom doe je niet wat ik je vraag?
Waarom ga je nu toch door?
Waarom is het nou nog steeds niet stil?

Heb jij wel eens geturfd hoe vaak jij bovenstaande opmerkingen en waarschuwingen hebt uitgesproken? En hoe vaak jij die drie vragen hebt gesteld?
Ik heb ze niet geturfd, maar het ik denk dat ik al die dingen meer dan 10.000 keer heb gezegd.
Als ik die som toch uitreken: 40 schoolweken X 5 dagen per week X 3 keer per dag (is mijn voorzichtige schatting) X 30 jaar = 18.000
En oké… meestal deden de leerlingen uiteindelijk wat ik wilde, maar dat ging wel eens ten koste van de sfeer en vooral van mijn eigen humeur. Want van mopperen kan je energieniveau flink dalen… en een leraar met veel energie is goed voor iedereen.
Nu weet ik dat er trucs zijn om de energie hoog te houden (en de leerlingen in het gareel). En een van die trucs deel ik vandaag graag met jou:

Zorg altijd voor een win-win-situatie.

Voorkom discussies met leerlingen. Ze kosten energie en leveren tijdverlies en gedoe op. Zinnen als “Ga aan het werk” (Welk werk? Ik werk toch?) en “Doe dat niet” (Ik doe toch niets?) zijn vaag en roepen discussie op.
Dus als een leerling iets anders zegt of doet dat jij wilt, dan laat je hem kiezen. En de keuze moet zo concreet zijn, dat er geen ruis of ruimte mogelijk is. Je roept dat niet door de klas, maar je loopt dan even naar de leerling toe, zodat het een één-op-één-situatie lijkt en de leerling geen gezichtsverlies lijdt. Glimlach er vriendelijk bij.
Zeg: Oké, ik geef het op. Je mag kiezen:
1. Je stopt nu met tikken, of 2. je mag na schooltijd de vloer dweilen en de kasten soppen.
1. Je zorgt er voor dat om 12 uur opdracht 12 af is, of 2. je mag het morgenochtend om half 7 komen doen.
1. Je geeft die pen terug aan Marietje, of 2. je leent een pen van mij en je neemt morgen een zak drop voor me mee.
Enzovoort….

En natuurlijk zorg je ervoor dat het voor jou ook een win-win-situatie is. Maak nu maar vast een lijstje van mogelijke opties….

En ja: leuk als je jouw opties in het commentaarveld met ons deelt :-)

Vijf tips over voorlezen aan niet-Nederlandstalige kinderen

Gastblog 
(Leuk: als je deze blog wilt horen…. klik dan op de wordle.
Na afloop kom je niet automatisch op deze pagina terug; je moet daarvoor op het pijltje links naast het webadres klikken.)

wordle nt2spraak

 

 

 

 

Voorlezen aan niet-Nederlandstalige kinderen  – 5 tips van Marieke Goedegebure, taaltrainer/ logopedist NT2Spraak

Een boekje  voor het slapen gaan, een verhaal in de klas, goed voorlezen is een kunst. Je wilt natuurlijk dat de kinderen geboeid blijven en het verhaal makkelijk kunnen volgen. Zeker als Nederlands niet hun moedertaal is. Hoe kun je een verhaal zo begrijpelijk mogelijk maken zonder je stem te forceren? In deze blog geef ik vijf tips voor voorlezers.

Een goed verstaander

In je moedertaal hoef je letterlijk maar een half woord te horen. Maar voor het begrijpen van een taal die je minder goed beheerst, is meer nodig. Vooral meer volume. Kijk maar eens een programma zonder ondertiteling op de BBC: dan moet de tv echt een stukje harder.

Daarom alvast de volgende tips:

Tip 1: Zet kinderen met een lage taalvaardigheid dicht bij je, zodat ze je goed horen en minder last hebben van de omgeving.

Tip 2: Praat ietsje harder dan je normaal zou doen. Dit kun je al bereiken door je mond iets meer te bewegen: zo articuleer je meer en kan het geluid er beter uit. Let erop dat je ademt vanuit je buik, niet vanuit je schouders.

Morsecode

Het Nederlands heeft een ‘morsecoderitme’: de accenten in belangrijke woorden zijn langer dan de rest. Bijvoorbeeld: ‘Wat heeft beer mooie schoenen aan.’ Of, in morse: •• •• ••
Met de accenten in de zin laat je horen wie wat doet, waar, wanneer en hoe. De luisteraar heeft daardoor houvast aan deze accenten: ze zijn de ‘kapstokjes’ van de betekenis.

Tip 3: Spreek rustig en laat de accenten in de zin duidelijk horen. Pauzeer bij punten en komma’s en gebruik deze pauzes om oogcontact te maken.

Tip 4: Maak niet alle lettergrepen even lang, dan krijg je: Wat-heeft-beer-moo-ie-schoe-nen-aan! Dit lijkt duidelijker, maar dat is het niet.

nijntje

 

 

 

 

 

 

 

Sommige teksten hebben een heel vast ritme!

Basistoon

In het Nederlands stijgt en daalt de toonhoogte bij vraag en antwoord. Ook kun je met de melodie bijzonderheden benadrukken en het verhaal interessanter maken. Het is voor de duidelijkheid van het verhaal niet nodig om stemmetjes na te doen, dat is bovendien slecht voor je stem. Wijs op de plaatjes in het boek aan wie iets zegt, of zeg het erbij: ‘Beer zegt…’

Tip 5: Je vindt de toonhoogte van je normale spreekstem door vlot de dagen van de week of de maanden van het jaar op te noemen. Dit is je basistoon. Varieer rond die toonhoogte en kom steeds weer bij je basistoon terug. Zo voorkom je dat je steeds hoger gaat praten waardoor je je stem forceert.

Interactie

Nog één tip tot slot. Toen ik mijn zoon (nu 14) nog voorlas, was het voor mij vooral moeilijk om zelf niet in slaap te vallen. Ik weet nu wat ik fout deed: ik las Pluk van de Petteflet voor alsof het een luisterboek was. Mijn laatste tip is dan ook: Stel vragen voor meer interactie. Laat de kinderen het verhaal herhalen en voorspellen. Dat is goed voor hun taalontwikkeling en houdt jou scherp. Denk daarbij aan de vijf W’s: wie, wat, waar, wanneer en wakker…eh… Waarom. 😉 Veel succes!

Over Marieke Goedegebure

Marieke Goedegebure klein

 

Als logopedist en NT2-specialist geef ik uitspraaktraining en taaltraining op maat aan anderstaligen die voor werk of sollicitatie duidelijk(er) Nederlands moeten spreken. Dit doe ik in individuele trajecten en groepstrainingen. Verder geef ik workshops en advies over de uitspraak van het Nederlands als tweede taal aan iedereen die betrokken is bij het onderwijs aan anderstaligen.

Marieke Goedegebure, NT2Spraak
nt2spraak_logo

Schipholweg 103
2316 XC Leiden
071-5249385
www.nt2spraak.nl
info@nt2spraak.nl

 

 

Zeven tips voor een betere communicatie met ouders die het Nederlands slecht beheersen

Zeven tips voor een betere communicatie met ouders die het Nederlands slecht beheersen

 

1. Gebruik geen woorden die een dubbele betekenis hebben (zoals “beter”).

2. Vraag -bij problemen- altijd eerst of de ouders misschien een oplossing weten. Roep hun hulp in.

3. Benoem eventuele cultuurverschillen en vraag goed na: zijn het inderdaad cultuurverschillen?

4. Als het kan: zorg voor een  officiële tolk.

5. Sta kinderen niet toe om te tolken (ook niet 18+). Zij zijn partij, vooral in slechtnieuwsgesprekken. Je weet niet hoe ze de boodschap brengen, in hoeverre zij hun ouders willen beschermen.

6. Heb respect voor andermans cultuur. Je hoeft het er niet mee eens te zijn om je respectvol op te kunnen stellen.

7. Gebruik beelden, tekeningen, filmpjes, pictogrammen etc. om je boodschap te verduidelijken. Beeld het desnoods zelf uit. En bij gedragsproblemen: zorg dat je het gedag van het kind op film hebt.

Oké Nog eentje dan:

8. Benoem de moeilijke communicatie. Gooi het open. Leg uit dat je daarom steeds samenvat wat zij gezegd hebben. Vraag hen ook te vertellen wat jij gezegd hebt.