Tagarchief: tijd

Het is weer tijd om oudergesprekken te voeren.

Het is weer tijd om oudergesprekken te voeren.

Tien-minutengesprekken, adviesgesprekken, contactavonden, tafeltjesavonden, enzovoort…

Dus het is weer tijd om weer even wat tips op een rijtje te zetten:

1. Begin met het vertellen van iets leuks over de leerling. Of laat iets moois zien. Een foto, een werkstuk, een hoge score.

2. Vertel het doel van het gesprek en benoem de tijdsduur. Het is natuurlijk prima als er ook andere zaken besproken moeten worden, maar maak daar dan een aparte afspraak voor.

3. Stel vragen aan de ouder(s). Toon oprechte belangstelling.

4. Je voorkomt weerstand door “een opgeheven vingertje” en “ongevraagde adviezen” achterwege te laten.

5. Luister heel goed naar wat ouders te vertellen hebben. Vermijd bagatelliseren en relativeren. Neem alle verhalen serieus.

6. Bij “slecht nieuws” benoem je specifiek en expliciet het gedrag of de scores. Wees duidelijk en voorkom “wollig inkleden”. Geef ouders meer dan voldoende tijd om de schok te verwerken en vraag vervolgens of dit gedrag/ deze scores verwacht werden.

7. Vraag ouders om hulp en advies; ook als je zelf oplossingen hebt bedacht. Bespreek daarna alle mogelijk oplossingen en laat de mening van de ouders meewegen. Als je de ouders “mee” hebt, kun je meer invloed uitoefenen op de leerling.

Geniet ervan! 

Toets maken? Zeven tips!

Toets maken? Zeven tips!

Het maken van een toets in de klas gaf mij altijd een dubbel gevoel. In principe houd ik niet van toetsen. Het zou niet nodig moeten zijn. Er zijn tenslotte andere manieren om erachter te komen of een leerling “klaar is om de maatschappij in te gaan”. En zeker in dat verband betwijfel ik dat een heel toets-systeem daar de juiste voorbereiding van is.

Aan de andere kant hielden mijn leerlingen erg van toetsen. Er hing een gezonde spanning. Het was heel rustig in de klas en het competitie-element van “hoe ga ik het doen?” beviel de meeste leerlingen prima.

Heb ik een oplossing voor de heersende afrekencultuur? Ja hoor: gewoon mee stoppen met ons allen.
Maar zo lang dat niet het geval is, is het van belang je leerlingen goed voor te bereiden op een toets. En daar heb ik wel wat tips voor:

1. Vertel precies wanneer de toets is. Datum en tijd zijn belangrijk om te weten voor leerlingen. Bij voorkeur 4 tot 6 weken van te voren, zodat de leerlingen de tijd hebben voor hun voorbereiden. En voorkom dat de datum of de tijd verplaatst worden.
2. Vertel wat precies het belang van de toets is. Wat hangt er van af? Zet de resultaten in relatief perspectief.
3. Vraag de leerlingen welk cijfer (of welke score) ze minimaal willen halen. Noteer die cijfers en laat de leerling een lijstje maken van alles wat ze moeten doen om dát cijfer te halen. Check regelmatig of ze op schema zijn.
4. Vertel exact wat de leerlingen moeten kunnen en weten. Neem ruim van te voren een oefentoets af.
5. Zorg voor de toets voor een “lachmoment”. Moppen tappen, leuke filmpjes kijken, gekke verhalen vertellen, een lach-energizer… Alles is goed, als er maar even flink gelachen wordt. Lachen zorgt ervoor dat je hersenen beter werken, dat je daarna beter kunt focussen en de ontspanning haalt de spanning weg.
6. Vlak voor de toets: Doe een focus-oefening. Ademhaling, voeten, keer naar binnen; in je hoofd.
7. Als het kan: kijk de toets meteen na afloop na. Maak een analyse en deel die met de leerlingen. Zorg ervoor dat uitvallers meteen remediërende opdrachten krijgen en regel een hele snelle herkansing.

Veel succes en ja toch: plezier met de komende toetsen.

Zeven goede voornemens voor leraren

Zeven goede voornemens voor leraren

Op 1 januari hoort het er bij: goede voornemens.
En dit jaar heb ik ze voor je bedacht! Je hoeft ze alleen uit te printen, ergens op te hangen en uit te voeren.

1. Geef je klas(sen) iedere dag minimaal één (klassikaal) compliment.

2. Delegeer een (terugkomende) klus die je vervelend vindt.

3. Maak (met je leerlingen) een to-do lijst van 3 leuke dingen die jullie de laatste maanden gaan doen, als…..

4. Organiseer een winterbarbecue (met- of zonder sneeuw).

5. Maak regelmatig een (gratis) sociogram van je klas(sen) op http://www.sociogram.nl/

6. Ga iedere dag op tijd naar huis.

7. Doe alleen leuke (werkklussen) thuis; ’s avonds of in het weekend.

Succes enneh… Gelukkig Nieuwjaar!

Hoeveel werk kan jij aan?

Hoeveel werk kan jij aan?

Iedereen heeft het erover: Werkdruk in het onderwijs.
Teveel taken.
Te druk.
Teveel te doen.

Afgelopen week kreeg ik het weer te horen:

“O, kom je een workshop geven? Ja, leuk. Maar eigenlijk heb ik daar helemaal geen tijd voor. Ik heb teveel te doen. Ik moet nog 4 x 25 proefwerken nakijken, rapporten invullen (want morgen hebben we rapportvergadering) en alles in magister zetten en mijn lokaal is ook niet opgeruimd. En ik moet ook nog voorbereiden voor morgen, maar ik denk dat ik dat niet ga doen.”

Weten we nog wel wat belangrijk is in het onderwijs?
Waar het om gaat?
Waarom we iedere dag opnieuw dat lokaal instappen?

En waarom hebben we het eigenlijk zo druk?

Zijn we te perfectionistisch?
Doen we steeds braaf wat anderen ons zeggen te doen?
Willen we iedereen altijd blij maken en vergeten we onszelf?
Of doen we de verkeerde dingen op het verkeerde moment?

Ik weet het niet. Maar dit weet ik wel:

Als je veel te doen hebt zijn er twee mogelijkheden:
1. Je vind het heerlijk en je gedijt onder de spanning die het vele werk met zich meebrengt.
2. Je wilt alles goed doen, maar je slaapt slecht en wordt kribbig omdat je niet alles goed kunt doen.

In het eerste geval: houden zo!
In het tweede geval: STOP!

1. Pak een pen en papier.
2. Ga zitten.
3. Maak een lijstje van alles wat je nog moet doen (tussen nu en de komende drie maanden).
4. En vul al je “to do’s” op het schema van belang in:

eisenhower-model

En zorg ervoor dat het blok linksboven altijd LEEG is :-)!

En ze praten maar door…

En ze praten maar door…

Ik hoor vaak van (startende) leraren dat ze soms een klas hebben die niet meer stopt met praten. Ze praten maar door. Soms zijn het een of twee leerlingen die hun mond niet kunnen houden, en in de tijd dat jij die leerlingen bestraffend (?) toespreekt, beginnen andere leerlingen hun eigen conversatie. En als je die eindelijk stil hebt, zijn er andere leerlingen weer begonnen met praten. Het kost je zoveel energie. En tijd. En het verpest (meestal) de sfeer in de klas.

Herken je dat?

Allereerst is het van belang om na te gaan waarom ze maar blijven praten. De volgende vragen kunnen je daarbij helpen:

* Praten ze omdat ze het gezellig vinden in de klas? Omdat de sfeer goed is en ze het idee hebben dat er “een doorlopend theekransje” plaatsvindt?

* Praten ze om jouw les te verstoren? Om je te pesten? Om te kijken waar jouw grens ligt? Omdat ze willen weten wanneer jij “uit je vel springt”?
Of omdat de sfeer zo negatief is (geworden) dat ze niet (meer) anders kunnen?

* Praten ze omdát ze niet anders kunnen? Omdat ze “geprogrammeerd zijn” om meteen verbaal te reageren op alles wat er gebeurt in de klas? Meestal betreft dit een of twee leerlingen waar de rest van de klas ook last van heeft.

Waarschijnlijk weet jij zelf het antwoord op deze vragen. Maar welke van de drie redenen het ook is, in alle gevallen heb jij een probleem dat je wilt en kunt oplossen.

Ben je bang dat dit teveel tijd kost?
Ga voor jezelf na of je de investering in tijd en energie over hebt om de situatie zo te krijgen zoals jij wilt.

Als je blijft doen wat je deed, dan blijft het zoals het is.

Ik zet (per antwoord) wat handvatten op een rij die jou kunnen helpen om het tij te keren.

* Praten uit gezelligheid.
Meestal is dat een hele sociale groep, die oprecht alles met elkaar deelt. Je kunt je probleem gewoon bij hen neerleggen, waarbij je hun behoefte aan sociale conversaties ook benoemt. Belangrijk is om goed uit te leggen op welke momenten en waarom je wilt dat iedereen zijn mond houdt. Deze momenten kun je met de leerlingen inventariseren. Je vraagt ook aan de leerlingen welke sanctie past bij het overtreden van de regel “je ben stil op deze X momenten”. Jij kiest uit de sancties van de leerlingen die sanctie die jij passend vindt.

Daarnaast geef je ook ruimte aan hun behoefte door meer samenwerkopdrachten te geven en misschien zelfs (aan het begin- en/ of aan het eind van de les) “praatpauzes” van vijf minuten in te plannen.

* Praten om jou te pesten.
In dit geval zal je opnieuw moeten beginnen met de groepsvorming. Deze groep heeft een negatieve houding naar jou toe en die zal je moeten doorbreken. Hier moet je echt veel tijd en energie in investeren en het werkt pas echt goed als je ouders en je eventuele duo-partner (of een collega) hierbij betrekt. Voor een betere sfeer in de groep is een goed stappenplan onontbeerlijk:

1. Je gaat met je duo-partner om de tafel zitten en je maakt duidelijk dat je het voortaan anders wilt (en hoe dan). Je vraagt de hulp van je duo-partner (of collega). Zeker als je deze klas maar een of twee dagen per week hebt, gaat het zonder zijn of haar steun niet lukken. Jullie maken samen een plan. Breng het hele team op de hoogte. Betrek je leidinggevende erbij.

2. Jullie sturen (samen) naar alle ouders een e-mail om ze te vertellen dat jullie je zorgen maken over de groep en dat jullie de komende weken de sfeer in de groep “positiever gaan maken”. Omdat dan ook de leerprestaties sterk zullen verbeteren. En dat jullie daarbij de steun en hulp van de ouders nodig hebben. Vraag ouders ook vooral om hun eigen tips, ideeën en aanvullingen. Nog beter is om ook nog een extra ouderavond te organiseren waarbij jullie je mail mondeling toelichten en (nog eens) om de mening van de ouders vragen.

3. Jullie vertellen de leerlingen dat het zo niet langer kan (en waarom) en dat jullie de komende weken iedere dag aandacht gaan besteden aan groepsvorming.

4. Je begint met een groepsgesprek over normen en waarden in de klas. Jij vertelt wat je van de leerlingen verwacht en je vraagt aan de leerlingen wat ze van hun klasgenoten verwachten in jouw les. Je geeft alleen die leerlingen de beurt waarvan je weet dat zij een positieve insteek hebben. Zo zet je een positieve norm. Zo hoef je alleen steeds te herhalen en te bevestigen. De hieruit ontstane regels (waarden) zet je op het bord en hang je ook op in de klas.

5. Iedere dag doe je met de klas een activiteit waarbij deze waarden “getest worden”. Ook in de lessen komt je er steeds op terug. Je beloont goed gedrag. Je evalueert met de leerlingen.

6. Het kan wat weken duren, maar alle leerlingen zullen zich uiteindelijk neerleggen bij de nieuwe normen en waarden. Met de leerlingen die dit echt niet kunnen (als dat voorkomt), maak je een aparte afspraak. (Zie volgende…)

7. Houd en breng de ouders & collega’s steeds op de hoogte van de voortgang van het proces. Vraag hulp zodra je dat nodig vindt. Gebruik je duo-partner (of collega) als klankbord.

* Praten omdat ze niet anders kunnen.
Dit betreft meestal een leerling of een kleine groep. Met deze leerlingen maak je een aparte afspraak voor een gesprek, waarin je vraagt wat deze leerling nodig heeft om zich zo te gedragen zoals jij wilt. Doe dat per leerling individueel, nooit als groep bij elkaar.

Stel jouw grenzen hierbij heel duidelijk. Als een leerling bijvoorbeeld zegt: “Ik heb nodig dat jij weg gaat”, is dat (helaas voor die leerling) een onacceptabel antwoord, want jij gaat niet weg. Dat zeg je dus ook. En je stelt de vraag opnieuw.
Als een leerling zegt: “Ik weet het niet”, dan zegt jij: “En hoe ziet het er dan uit als je het wel zou weten?” Of: “Hoe doe je dat dan bij meneer X?” Soms zijn dit lange gesprekken, omdat je soms lang moet wachten op een antwoord wat voor jullie allebei acceptabel is.

Je eindigt altijd met een afspraak (een deal!). Laat de leerling zelf een sanctie bedenken in geval van overtreding.

* In alle gevallen:
Laat alle leerlingen (bijvoorbeeld door hand-opsteken) zich aan deze nieuwe afspraken committeren. Zo kan er nooit discussie ontstaan.

Van belang is natuurlijk dat je jezelf en de leerlingen hier heel consequent aan houdt. Grijp meteen in zodra het anders gaat dan jullie hebben afgesproken.

Ik hoor graag van jullie nog meer tips en trucs!
Zet ze in het commentaarveld.

De 9 tips van Meester Mark

De 9 tips van Meester Mark:

1. Kom voor jezelf op!
Laat niet over je lopen. Vraag salarisverhoging (een stapje hoger op dezelfde schaal) als er veel van je gevraagd wordt. Protesteer als je iets moet doen waar je het niet mee eens bent. Schakel de bond in als je rechten geschonden worden. Zeg “nee” tegen ouders, collega’s, leerlingen als ze iets willen wat jij niet wilt.

2. Zet eens een punt.
Wees niet te perfectionistisch. Stel een tijd vast waarop je stopt met werken. Ga niet altijd door en door en door. Prima is ook goed genoeg.

3. Maak dingen bespreekbaar in je team.
Mopper niet tegen elkaar in de wandelgangen, maar maak een lijst van zaken waar je het niet mee eens bent. Bedenk suggesties hoe het beter kan. En ga daar mee aan de slag tijdens een teamvergadering of ander overleg.

4. Trek je directeur de klas in.
Als het lijkt alsof de directie te ver van de praktijk staat, vraag hem of haar dan om in je klas te komen kijken. Niet voor 10 minuten, maar lang genoeg om te laten zien wat er niet, of moeizaam, werkt in je klas. Zoek daarna samen naar oplossingen.

5. Je kunt niet alles.
En je hoeft ook niet alles te kunnen. En zeker niet “alles tegelijk”. Iedereen heeft zijn sterke en zwakke punten, jij ook. Kies wat belangrijk is en focus daar op. Stap voor stap, punt voor punt.

6. Weet wat je wilt.
Als jij de methode anders wilt gebruiken, of loslaten. Als je iets wilt veranderen. Als je meer tijd wilt voor sociaal-emotionele zaken. Bedenk wat je wilt, maak een plan en leg het voor.

7. Neem je tijd.
Laat je niet opjagen. Laat je niet gek maken. Ren niet door. Laat je niet leiden door de waan van de dag. Neem alle tijd die jij nodig hebt.

8. Wat niet kan, dat kan niet.
Alles heeft een grens. Ook jij. Laat niemand over jouw grens komen, maar ga ook niet over je eigen grenzen heen.

9. Houd altijd in je achterhoofd voor wie je het doet: voor de leerlingen!

Zeven tips voor een administratie die tijd bespaart

Zeven tips voor een administratie die tijd bespaart

Heerlijk is dat, vind je ook niet? Je hebt je lokaal ingericht voor het nieuwe schooljaar. Alles is schoon. Alles ligt klaar. Punten geslepen. Boeken netjes recht boven elkaar in de kast. Schriften (zonder ezelsoren) er naast. Nieuwe planten en posters. Nieuwe spons. Alles ruikt ook nieuw. Ik kan er altijd zo van genieten. Je kijkt om je heen en je hebt er zin in. Je zit vol met goede voornemens, vooral waar het dingen betreft waar je vorig schooljaar niet zo blij mee was. Heb jij jouw goede voornemens al opgeschreven? Doe dat vooral, en kijk iedere dag even wat je ook al weer had opgeschreven. Want voor je het weet heeft de waan van de dag je alweer ingehaald…. en dan vooral die administratie…

 

Zeven tips voor een administratie die tijd bespaart

1. Deel je PC handig in. Pak pen en papier en maak een schema van hoe jij jouw mappen wilt hebben en wat je erin wilt hebben. Gooi de rest weg. Ruim je PC op en gebruik een opschoonprogramma.

2. Maak overal (digitaal en/of op papier, indien nodig) formulieren voor. Voor gesprekken, voor de leerlingen, voor verslagen, voor plannen, voor alles wat teveel tijd kost. Zorg ervoor dat ze niet langer zijn dan 1 A4. Bij voorkeur korter.

3. Maak geen notulen. Maak een actielijst en hang aan iedere actie een naam en een uiterlijke datum.

4. Plan twee uur per week in voor je administratie en doe het in die tijd. Maak er een sport van om steeds binnen de tijd te blijven en beloon jezelf met iets leuks in de tijd die je overhoudt.

5. Gooi dingen weg. Bewaar geen onnodige papieren. Wat vandaag niet nuttig is, is het morgen ook niet. En als het later nuttig blijkt, dan heb je het zo gevonden en een betere versie ook.

6. Leer nee zeggen. Zeg minimaal 1 keer per dag nee tegen iets wat jou tijd gaat kosten.

7. Delegeer! Bedenk bij alles wat je gaat doen of jij werkelijk de juiste persoon bent om dit te doen. Zo niet, dan delegeer je het naar een collega, ouder of leerling. Of je doet het niet. Maak weloverwogen keuzes.