Tagarchief: tips

Drie tips om de kerstdagen vredevol door te komen

Drie tips om de kerstdagen vredevol door te komen

Het is vakantie. Je bent vrij. En toch voelen de kerstdagen wel eens stressvol aan. Omdat je op bezoek moet. Of omdat je moet koken. Of omdat je nog een klus af moet maken.

We wensen elkaar “Fijne Kerstdagen”. Ik hoorde laatst dat er tijdens de kerstdagen toch meer ruzie gemaakt wordt dan de rest van het jaar. Dat klinkt toch niet fijn…

Daarom vandaag: drie tips om de kerstdagen vredevol door te komen.

1. Vervang “moeten” door willen. Je wilt bij mensen op bezoek. Je wilt lekker koken. Je wilt die klus afmaken. Kies ervoor.

2. Ga regelmatig naar buiten. Laat de hond uit (ook als je geen hond hebt). Ga etalages kijken. Doe een speurtocht. En neem een paraplu mee als het regent.

3. Als er ruzie dreigt: laat iedereen spreken vanuit zijn of/ haar hart, met de intentie om er samen uit te komen. Ga er vanuit dat iedereen zijn eigen waarheid spreekt, vanuit zijn of haar hart. Laat elkaar uitspreken. Geef desnoods een spreekstok.

Ik wens je hele gezellige kerstdagen.

De zeven tips van Juf Luca

De zeven tips van Juf Luca

Als je voor de klas staat is het belangrijk om goed voor jezelf te zorgen. Als je goed voor jezelf zorgt, zorg je ook goed voor je leerlingen. Je leerlingen worden daar blij van en blije leerlingen leren beter. Daarom vandaag: de zeven tips van Juf Luca.

1. Beweeg. Loop door de klas als je instructie geeft. Je ziet dan ook meteen welke leerlingen jou volgen en dan mag je aannemen dat ze opletten en luisteren naar wat jij te zeggen hebt. Laat ook je leerlingen bewegen.
2. Ontspan. Neem regelmatig een moment om met je leerlingen te ontspannen. Het is ook een goede methode om leerlingen weer rustig te krijgen na de pauze of een hectische activiteit. Zet een rustig muziekje op, ga allemaal even “slapen”, mediteren of doe een yogaoefening.
3. Laat los. Er zijn dingen waar je je druk om kunt maken maar waar je geen invloed op hebt. Parkeer die zaken achter je. Doe dat consequent de hele dag door; laat je werk daar waar het hoort: op school.
4. Drink. Zorg ervoor dat je de hele dag iets te drinken op je bureau hebt staan. Water, thee, koffie… Maak een leerling verantwoordelijk voor jouw “watervoorziening”; zet desnoods een waterkoker en/of Senseo apparaat in je lokaal.
5. Filter. Geef alle informatie die je de hele dag binnen krijgt meteen een plek. Veel dingen die je te horen krijgt zijn niet persoonlijk voor jou bedoeld, maar horen bij de ander. Brutale opmerkingen, afwijzingen, weigeringen; ze horen bij het leven en bij de communicatie tussen mensen. Parkeer ze buiten jouzelf.
6. Evalueer. Bedenk na iedere les waar je tevreden over bent en schrijf op hoe je het gedaan hebt; zo zorg je ervoor dat je het de volgende les weer zo doet.
7. Lach. Maak grapjes met de leerlingen of vertel een mop. Als je lacht ben je blij, geef je beter les en zullen de leerlingen ook meer van je leren.

Veel plezier!

Functioneringsgesprek? Ga ervoor!

Functioneringsgesprek? Ga ervoor!

Op de meeste scholen worden functioneringsgesprekken gevoerd. Op alle scholen wordt dat anders geregeld.
Een functioneringsgesprek heeft een andere functie dan een beoordelingsgesprek. Het is zaak om daar alert op te zijn.

Op de site van de AOB staat het als volgt omschreven:

Ken het doel van een functioneringsgesprek

Er bestaat veel onduidelijkheid over het verschil tussen een functioneringsgesprek en een beoordelingsgesprek. Beide gesprekken zijn onderdeel zijn van een cyclus en vinden jaarlijks plaats, maar het doel is anders. Een functioneringsgesprek is een gestructureerd tweerichtingsverkeer-gesprek tussen jou en je leidinggevende. Jullie bespreken de huidige werkpraktijk om knelpunten op te sporen. Voor de geconstateerde problemen bedenk je samen oplossingen en daarover maak je afspraken. Het functioneringsgesprek is dus toekomstgericht. De verbetering staat centraal.

Soms krijg je van te voren een formulier met vragen, of een lijstje met onderwerpen.
Soms is er van te voren een klassenbezoek waar je wordt geobserveerd.
Soms krijg je alleen een datum en een tijd door en moet je maar afwachten wat de onderwerpen zullen zijn.

Soms is degene waar je het gesprek mee hebt ook degene die jou (als je starter of invaller bent) begeleidt. Dat is eigenlijk geen goede zaak; jullie hebben dan allebei twee petten op. In dat geval zou je kunnen vragen of je je functioneringsgesprek met iemand anders mag hebben.

In alle gevallen: ga ervoor!

Of je nu invaller bent of vaste kracht, de volgende tips kunnen je helpen.

* Maak van te voren twee lijstjes. Een met dingen die je heel erg leuk vindt in je werk en een met zaken waar je niet blij mee bent. Als je tweede lijstje langer is dan het eerste, zal je je moeten afvragen of je hier wel wilt blijven werken. De uitkomst daarvan is van invloed op het gesprek dat je hebt.

* De dingen die je leuk vindt, kan je allemaal noemen. Doe dat met enthousiasme!

* De zaken die je niet leuk vindt, kun je omzetten in “wensen”. Tijdens je gesprek vraag je dan of er mogelijkheden zijn om die wensen te vervullen. Zo zorg je voor een positieve insteek.

* Spreek vanuit jezelf en niet over, of namens anderen.

* Je mag je kwetsbaar opstellen, zolang je er een leerdoel aan koppelt. Zo laat je zien dat je je bewust bent van je tekortkomingen, maar dat je er aan werkt.

* Alles waar je goed in bent, mag je ook zeker benoemen. Geef daar voorbeelden bij.

* Vraag of je zelf het verslag mag maken. Je maakt dan alleen een lijst met actiepunten en de data waarop deze actiepunten  (en door wie) uitgevoerd moeten zijn. Een uitgebreid verslag schrijven is zonde van je tijd!

Heb jij ook nog goede tips?
Zet ze in het commentaarveld!

Hoera! Daar is de invaller!

Hoera! Daar is de invaller!

Ik heb meer dan tien jaar ingevallen op heel veel verschillende scholen. Meer dan 10 jaar, omdat er in de tijd dat ik mijn Pabo-diploma kreeg, er geen werk was. Zelfs niet voor mannen. Mijn mannelijke klasgenoten vertrokken allemaal de ICT in, dat was toen een geweldig ontwikkelgebied.

In die tien jaar heb ik heel veel geleerd en ben ik door schade en schande wijzer geworden.

Soms had ik weken achtereen geen werk.
Soms werkte ik een half jaar op dezelfde school.
Soms zag ik in een week zes verschillende scholen.

In de meeste gevallen lag alles klaar met een keurig overzicht van de dag.
Een enkele keer lag er helemaal niets.
En heel soms probeerden de leerlingen me weg te pesten.
Dat lukte ze trouwens nooit…

De arbeidsmarkt is wisselend op dit moment en de werkdruk is enorm. Er is dus veel ziekte en dat betekent dat er veel werk is voor invallers.

En ja: een invaller krijgt de vakanties vaak niet doorbetaald. Soms worden ze tijdelijk op non-actief gezet zodat er geen vast contract gegeven hoeft te worden. Misbruik alom, dat is duidelijk.

Maar invallen kan echt heel leuk zijn en het is in ieder geval heel erg leerzaam.

Hetty op Ameland heeft hele leuke cursussen en een handboek voor invallers.
Ik organiseer zeer regelmatig een workshopmiddag voor invallers basisonderwijs: Invallen met Energie.
Op Sterke Aap vind je een online les “Invallen in het basisonderwijs”.

Maar voor nu alvast: 11 tips voor invallers in het primair onderwijs.

Werk jij als invaller in het VO of MBO? Wil jij dan jouw tips delen in het commentaarveld hieronder? Dan kan ik daar binnenkort ook een blog aan wijden!

1. Zorg dat je er netjes uitziet!
2. Geef iedereen een hand. Collega’s, OOP, leerlingen en ouders.
3. Neem een invalkoffer mee met lessen en activiteiten.
4. Houdt een logboek bij per school/ klas met dingen die je moet onthouden voor de volgende keer dat je daar komt.
5. Sta op twee benen, drink genoeg en maak lol.
6. Neem je eigen regels mee (letterlijk) en houd je leerlingen daar aan.
7. Maak met de leerlingen leuke naamstickers.
8. Houd een kahoot-quiz over jezelf.
9. Neem een beker met ijslollystokjes mee, zet daar de namen op en trek namen om beurten te geven.
10. Kijk alles meteen na afloop van de les samen met de leerlingen na. Dan weet je meteen hoe je les is gegaan en je hoeft niet na schooltijd na te kijken.
11. Zorg voor een hele leuke activiteit aan het einde van de dag, zodat iedereen vrolijk naar huis gaat. Jij vooral!

Oooo! Waarom hebben ze nu weer een onvoldoende?

Oooo! Waarom hebben ze nu weer een onvoldoende?

Een paar weken geleden was ik in een klas waar een slecht gemaakt proefwerk werd nabesproken. Het proefwerk was niet moeilijk geweest, de docent begreep niet waarom er zoveel onvoldoendes waren.

De leerlingen mopperden.

De docent deed haar best om de moed erin te houden. “Kom op jongens, over twee weken is de herkansing en als jullie nu goed meedoen, dan gaan jullie allemaal een voldoende halen.”

Het gemopper verstomde. Een beetje. En alle leerlingen deden echt hun best om actief mee te doen.

Het ging al gauw mis.

De docent las de eerste vraag voor en gaf vervolgens het juiste antwoord.
Een leerling riep: “ja, maar dat bedoelde ik ook! Het staat er toch? En toch heb je me daar geen punten voor gegeven!”

Het werd weer onrustig in de klas. De docent keek een beetje wanhopig rond en wist blijkbaar niet wat ze nu moest doen. Ze zei: “Oké. Als je een individuele vraag hebt, dan mag je na afloop van de les even bij me komen.”

Na afloop van de les bleven alle leerlingen zitten. Ze hadden allemaal een individuele vraag.
Ze wilden er punten bij. Want de vraag was onduidelijk gesteld. Of de docent had hun antwoord niet goed begrepen. De docent besloot contact op te nemen met de teamleider, want ze wist niet zo goed wat ze hier mee moest.

De conclusie van de teamleider was, dat de meeste leerlingen de vragen niet goed hadden gelezen. De vragen bestonden uit lange, samengestelde zinnen. Sommige vragen konden anders geïnterpreteerd worden. De docent had het proefwerk niet zelf gemaakt. Alle parallelklassen hadden hetzelfde proefwerk gemaakt, maar niet in alle klassen zo slecht als bij haar. En de docent had het proefwerk wel nabesproken, maar niet vóórbesproken. En daar zat de crux.

Als je wilt dat je leerlingen een voldoende halen voor een proefwerk, dan kunnen de volgende tips je helpen:

1. Neem de tijd om (belangrijke) proefwerken voor te bespreken.
2. Deel een “proef-proefwerk” uit en maak het klassikaal, interactief.
3. Leer je leerlingen samengestelde zinnen goed lezen.
4. Laat de leerlingen steeds hardop bedenken: “Wat wordt hier precies gevraagd?”
5. Laat je leerlingen hun ogen dicht doen en zich inbeelden dat ze in de toekomst zijn. Dat ze hier over een paar weken weer zitten en een voldoende hebben gehaald voor hetzelfde proefwerk.
6. Laat de leerlingen hun ogen opendoen en vervolgens in tweetallen bedenken wat ze nodig hebben om het proefwerk goed te kunnen maken.
7. Laat leerlingen een eigen stappenplan maken om een vraag goed te kunnen beantwoorden. Samenwerken mag hierbij.
8. Zorg dat ze dit stappenplan bij zich hebben bij de toets.
9. Eindig met een energizer, zodat iedereen fit en vol goede moed het proefwerk kan gaan maken.
10. Vlak voor het echte proefwerk: doe diezelfde energizer nog een keer!

Welke tips heb jij om onze leerlingen goede cijfers te laten halen? Deel ze in het commentaarveld!

Contact maken. En dan echt contact!

Contact maken. En dan echt contact!

Je hebt een gesprek met ouders. Misschien is het een 10-minutengesprek. Misschien heb je de ouders op school gevraagd om een probleem te bespreken. Misschien zijn deze ouders onverwacht binnen komen lopen en willen ze je heel graag spreken. Je bent best een beetje zenuwachtig. En dat mag ook. Jij wilt immers het beste voor jouw leerlingen en dat willen de ouders ook.

Je hebt een gesprek met een leerling. Het loopt niet zo lekker. Of je hebt gedrag gezien waar je niet blij mee bent. Of je wilt gewoon oprecht antwoorden op de vragen die je hebt.

Je hebt een gesprek met je leidinggevende. Misschien is het tijd voor je functioneringsgesprek. Of je beoordeling. Ook zo’n gesprek kan heel spannend zijn, zeker als jouw aanstelling in het geding is.

Dit zijn gesprekken waar je echt contact moet maken met de ander. Omdat je dan een win-winsituatie creëert. Iedereen “krijgt wat hij wil”.

De ouders luisteren naar jouw tips en jij staat open voor hun ideeën.
Het probleem dat je had met de leerling is opgelost, jij hebt je antwoorden en de leerling is ook opgelucht.
Je hebt een goed gesprek met je leidinggevende. Jij kunt je zegje doen in openheid en jouw leidinggevende heeft ook zijn doel bereikt.

Tijdens mijn NLP-opleiding heb ik geleerd hoe ik goed contact kan maken in gesprekken met anderen. Deze tips deel ik graag met jou.

1. Maak “rapport”. Dat wil zeggen dat je heel goed kijkt en luistert naar de ander. Waar kijkt de ander naar? Maakt diegene bewegingen met armen of handen? Hoe houdt de ander zijn hoofd? Wat is de houding van de ander? Rechtop? Of in elkaar? Signaleer.

2. Vervolgens ga je net zo zitten als de ander. Kopieer diens houding. Niet exact, maar ongeveer. Knik regelmatig. Zeg “m, m” ter bevestiging.

3. Er wordt vaak gezegd dat je moet samenvatten wat de ander zegt (LSD), en dat mag, maar het is beter om dat pas te doen op het eind van het gesprek. Tijdens het gesprek herhaal je letterlijk wat de ander zegt. Soms wat woorden, soms een hele zin. Dat voelt en klinkt in het begin een beetje vreemd, maar omdat de ander zijn eigen woorden terug hoort, voelt diegene zich gehoord en begrepen. En dat is de basis van een goed gesprek. Nu is er contact.

Juf, ik kan mijn kapstok niet vinden…

Ken je dat?

Juf*, ik kan mijn kapstok niet vinden…

*) ook Meesters…

Je hebt je les goed voorbereid.
Je biedt de leerstof op een leuke manier aan.
Je oefent en oefent en oefent.
Je laat de leerlingen herhalen wat jij hebt vertelt.
Je laat het ze nog eens aan elkaar uitleggen.

En toch….. weten ze de volgende dag niet meer waar je les ook alweer over ging.

Hoe komt dat nu toch?

Ik houd het even simplistisch.

Het heeft allemaal te maken met je geheugen.
Je onthoudt iets alleen als:

* Het indruk op je heeft gemaakt (een verhaal of beelden).
* Je iets echt wilt onthouden (een duidelijk doel).
* Je hersenen niet te vol zitten met andere informatie die alles verdringt (heftige emoties).

En laten we eerlijk zijn… pubers hebben nogal eens last van dat laatste.
Dus hoe laat je pubers dan toch iets onthouden van de lesstof?
Je maakt een kapstok!

Oftewel: je vertel je leerlingen hoe ze dingen kunnen onthouden en je laat ze kiezen. 

Je laat ze dus hun eigen kapstok maken. Je leert ze HOE ze een kapstok moeten maken.
Een kapstok maken in 3 stappen:

1. Waar houd je van? Wat vind je superleuk? Dansen? Zingen? Strips? Lezen? Tekenen? Dino’s?

2. Vervolgens hang je de informatie in je geheugen op aan iets wat je leuk vindt.
* Moet je woordjes leren en houd je van zingen? Maak er een liedje van.
* Wiskundeberekeningen en je houd van lezen? Zet de formules in een verhaal.
* Jaartallen en je houdt van pomuziek? Maak een tijdlijn van plaatjes van je favoriete artiest en plak de jaartallen met de gebeurtenissen in tekstballonnetjes erop. Wees creatief!

3. Oefen het reproduceren van de informatie aan jouw kapstok een paar keer, pas aan en probeer weer. Net zolang tot je een kapstok hebt gevonden die voor jou werkt.
En dan hoor je iedere dag: “Juf, mijn kapstok is weer zo fijn vlakbij!”. 
Wil je nog meer tips en trucs leren om kapstokken te maken?

Kijk dan eens bij ENERGIZERS IN DE KLAS!

5 tips die je niet op de Pabo leert

Welkom!

Deze week geef ik eerst het woord aan een van de beste verhalenvertellers van Nederland: Hans van Woerkom

hans

 

 

 

 

 

5 Tips die je niet leert op de PABO

Verteltips voor wie beter wil leren vertellen!

‘Er was eens prins en die prins heette prins Albèrt. En die prins wilde zo graag … Ja, wat wilde die prins zo graag? Natuurlijk trouwen met een leuke prinses. Ze hoefde niet mooi te zien. Nee, als ze maar een beetje gezellig was. Een prinses waar je mee kon lachen. Nu had de prins wel een paar problemen. Zijn neus was nogal groot en zijn oren stonden iets te ver naar voren. De prins gaat op zoek naar een leuke prinses …’

Zo begint het sprookje ‘Het Zeehaasje’ van de gebroeders Grimm. Heb je wel eens ervaren hoe heerlijk het is als kinderen aan je lippen hangen als je een verhaal vertelt? Als ze aan het eind zeggen: nog een verhaal! Als stagiaire heb ik het vertellen geleerd met vallen en opstaan. In 1974 kreeg ik mijn eigen klas en vanaf dat moment heb ik honderden verhalen verteld. Daarna als professioneel verhalenverteller nog eens duizenden voorstellingen. Gaat dat nooit vervelen? Absoluut niet. Het wordt steeds leuker. De gezichten van al die kinderen: onbetaalbaar. Op het ogenblik geef ik ook vertellessen aan kinderen in een achterstandswijk. Niet de gemakkelijkste kinderen, maar als ik ga vertellen …. plezier, aandacht, meeleven. De bel gaat. Ik ga volgende week verder. Nee, gaat u alstublieft door!

Mijn naam is Hans van Woerkom, verhalenverteller en vertelcoach. In 2013 schreef ik het boek ‘Een Schatkist vol Vertelgeheimen’. Jan Terlouw, de bekende kinderboekenschrijver, nam het eerste exemplaar in ontvangst. Het boek helpt leerkrachten om sneller en beter een verhaal voor te bereiden en te vertellen: Een verhaal vertelklaar in 30 minuten! Dat is handig als je het heel druk hebt. Als je meer gaat vertellen, ontdek je vast dat het kunnen vertellen van een verhaal een gouden vaardigheid is. Je kunt het inzetten bij bijna elk vak: van rekenen tot aardrijkskunde. Het zorgt voor een betere sfeer en biedt vele voordelen.

Na het uitkomen van het boek ben ik gaan bloggen. Mijn blog heet Verteltips en 1 x in de 2 weken krijg je ze toegestuurd. Doel van de tips: om het vertelvuur brandend te houden! Als je naar mijn website gaat, kun je eerst gratis een E-book krijgen met 5 Tips die je niet leert op de PABO. Hieronder volgen de tips heel beknopt. In het E-book, dat uit 16 bladzijden bestaat, ga ik er veel dieper in.

5 Tips die je niet leert op de PABO:

  1. Karaktersmet vier eenvoudige vragen kun je zelf verhalen maken.
  1. Wie is het hoofdkarakter? – hoeft niet te diepgaand; leeftijd, uiterlijk, eigenschap.
  2. Wat is het doel van het hoofdkarakter? – wat wil h. aan het eind van het verhaal?
  3. Wat zijn de problemen van dat karakter? – problemen groter: spannender!
  4. Hoe worden de problemen opgelost? – met kinderen liefst een happy end!
  1. Interactiein het E-book belicht ik vier belangrijke vormen: rijmpjes, liedjes, geluiden met beweging, vragen stellen.
  2. Pauzes – Pauzes verhogen de spanning. Maakt nieuwsgierig. Wat gaat er gebeuren?
  3. Stemgebruik – aandacht voor toon van de stem, volume, tempo, klemtoon.
  4. Het vermijden van ‘Hij zei’ en ‘Zij zei’ – als je dit kunt vermijden, loopt je verhaal veel soepeler door.

Als je het E-book en de Verteltips wilt ontvangen, ga dan naar www.hansvanwoerkom.nl

5 tips

 

 

 

 

 

 

Voor nieuwe abonnees heb ik een bijzondere aanbieding. Je kunt mijn boek ‘Een Schatkist vol Vertelgeheimen’ ontvangen met een aantrekkelijke korting.
Interesse: klik op de link http://tinyurl.com/pm9octt

Dank je wel Hans!

 

Ik heb zelf ook nog een en ander te tippen:

En dan heb ik nog een hele leuke tip (lees: must) voor iedereen die met kleuters werkt:

Als je op facebook zit, meld je dan onmiddellijk aan bij de (besloten) groep Kleuterwereld.
Deze groep is praktisch, zeer actief en bereid tot zowel leren als delen.
Alles komt voorbij: leerlijnen, lijm, traktaties, boeken… je kunt het zo gek niet bedenken. Ik leer iedere dag nieuwe dingen van deze groep! Helemaal super!

 

Tot slot nog een paar links voor iedereen die les geeft aan leerlingen boven de 12:

MBO: stage-app & selfie-wedstrijd

Pubers: geweldige uitspraken, verzameld door Milou

Voor de werkzoekende docenten: docentenbank

 

En dan toch nog even op de valreep:

Nieuw Aanbod voor starters in het onderwijs!

Binnenkort komen er online lessen (films of webinars) met allerlei tips. Gratis en voor een klein bedrag. Op den duur gaan deze de workshopdagen vervangen.

En in mei aanstaande kun je natuurlijk mijn scheurkalender voor het onderwijs verwachten; voor het schooljaar 2015-2016, Met iedere dag een tip. Deze kalender komt uit bij uitgeverij Pica.

Maar misschien zit je wel verschrikkelijk in nood en kan je helemaal niet op wachten op al die tips! 
Je valt in of je hebt net een nieuwe baan en…
… je worstelt iedere dag opnieuw met het houden van orde, of
… je wilt graag je draai vinden in het lokaal van een ander, of
… je hebt de organisatie van een ander over genomen, maar het past je niet zo goed…

Dan is het tijd voor Eerste Hulp in de Klas

Nieuwsgierig geworden? Klik hier!

 

Sta komende week weer Sterk voor de Klas!

Groeten van Judith :-)

Zeven tips om iedereen de gordijnen in te jagen.

 

Herken je dit?

Weerstand bij een leerling… die iets moet maar niet wil.
Weerstand bij een collega… vanwege de volgende verandering op school.
Weerstand bij jezelf… als je collega bij jou komt klagen.
Weerstand bij een ouder… die het totaal niet met je eens is waar het jouw leerling betreft.

Ben je dol op weerstand?

De volgende 7 tips helpen je om ouders, leerlingen en collega’s razendsnel de gordijnen in te krijgen:

1. Zeg: doe niet zo stom.

2. Haal je schouders demonstratief op.

3. Reageer heel verbaasd.

4. Zeg: doe niet zo moeilijk.

5. Laat heel duidelijk je irritatie blijken.

6. Stap onmiddellijk naar een ander en begin te roddelen.

7. Vraag op boze toon: waarom niet?

 

 

 

 

 

Zeven tips hoe je om kunt gaan met verdriet in het onderwijs

Zeven tips hoe je om kunt gaan met verdriet in het onderwijs

Het overlijden van een leerling is een van de naarste dingen die je kan overkomen als school, als leerkracht. Net als het overlijden van een ouder van een leerling of collega. Verdriet gaat geen enkele  school voorbij, en hoe naar het ook klinkt, als je goed voorbereid bent, voorkom je paniek en kijk je later met een goed gevoel terug op een dergelijk heftige periode.

Daarom deze zeven tips:

1. Zorg voor een rouwprotocol. Je kunt deze downloaden van internet en aanpassen aan jouw school.

2. Zorg dat er één aanspreekpunt is, zowel voor de school als voor het getroffen gezin. Alle informatie loopt alleen via deze twee mensen. Dat voorkomt heel veel ruis.

3. Geef dagelijks ruimte voor het uiten van verdriet, maar stel kaders vast. Maak duidelijke afspraken over de tijdsduur en de vorm.

4. Leg op een centrale plek in de school een herdenkingsboek neer waar men in kan schrijven, met een foto, een kaars, een bloem, etc.

5. Wees duidelijk naar de familie toe waaraan en hoe de school  en waaraan kan bijdragen. In dit grote verdriet kunnen er (onbewust) enerzijds onredelijke eisen gesteld worden en anderzijds te grote toezeggingen gedaan worden.

6. Jongens uiten hun verdriet anders dan meisjes. Jongens maken wel eens ongepaste opmerkingen, meisjes kunnen in hun verdriet blijven hangen. Houd hier rekening mee en communiceer dit ook naar anderen.

7. Het kost sommige mensen veel moeite om zijn of haar emoties op een sociaal gewenste wijze uiten en/of onder woorden te brengen. Help deze leerlingen, ouders, collega’s.