Zeven energizers met een touw in de klas

Zeven energizers met een touw in de klas

Eigenlijk zou iedereen een (lang) touw in de klas moeten hebben. Niet om de leerlingen vast te binden, maar omdat een touw allerlei geweldige mogelijkheden heeft om in te zetten als werkvorm voor allerlei vakken.
En dan heb ik het zowel over sociaal emotionele ontwikkeling als over leervakken.

Ik zet er 7 neer, die je natuurlijk op allerlei manieren kunt aanpassen voor jouw leeftijdsgroep en voor het vak dat jij geeft.

1. Over de streep.
Je legt het touw in de lengte neer en vraagt de leerlingen aan een kant te gaan staan. Vervolgens geef je verschillende opdrachten, eventueel oplopend in “kwetsbaar durven opstellen”. Bijvoorbeeld van: “Als jij met losse handen durft te fietsen, dan stap je over de streep.” tot “Als jij een pestkop durft aan te spreken op zijn gedrag, dan stap je over de streep.”

2. Voorzetsels.
Je legt het touw in de lengte neer en vraagt de leerlingen aan een kant te gaan staan. Vervolgens geef je opdrachten: Ga staan (zitten, op een been enzovoort) -onder-op-naast-links van-rechts van-voor-en ga zo maar door- het touw.

3. Contact.
Je zit voor de klas en jij hebt de twee uiteinden van het touw in je handen. Het einde van de lus is bij een willekeurige leerling. Je geeft de klas de opdracht om ervoor te zorgen dat iedereen het touw met een hand vast heeft. Complicerende factoren zijn dat niemand van zijn plaats af mag (ook niet van zijn stoel) en dat het touw nergens mag kruisen. Ook mag er bij deze opdracht alleen stilzwijgend gecommuniceerd worden. Je maakt het moeilijker als je de opdracht geeft dat het touw bij iedereen op een vlakke hand moeten liggen; vastpakken mag dan niet.

4. Knoop.
Dit is het leukst met verschillende touwen (of nog moeilijker: wol). Je maakt net zoveel groepen als er touwen zijn. Alle touwen zijn enorm in de knoop en de opdracht is om met jouw groep het touw zo snel mogelijk te ontknopen. Je kunt dit met of zonder praten laten doen en je kunt er ook een wedstrijdelement in stoppen. Een leuke vervolgopdracht is om de groep het touw weer in de knoop te laten maken en weer door te laten geven aan een andere groep…

5. Vormen.
De leerlingen staan in een kring, het touw ligt (al dan niet in de knoop) in het midden. Vervolgens geef je de opdracht dat de hele groep binnen  (bijvoorbeeld) 10 seconden vormen moet maken met het touw: vierkant, cirkel, piramide, kubus, driehoek, parabool, enzovoort. Ook dit kan met en zonder overleg. Het wordt heel interessant als je (heel serieus) vormen gaat noemen die niet bestaan, maar wel een echte vorm lijken: “sommametrum”, of “vierkante grammo”.

6. De loop.
Speciaal voor aardrijkskundelessen: het touw vormt de loop van de rivier en de leerlingen beelden uit wat er met de rivier gebeurt. Hiermee kunnen termen als “meanderen”, “erosie”, “slibben”, enzovoort geoefend worden.

7. Kijken en meten.
Je legt het touw in de lengte neer en vraagt de leerlingen op het touw te gaan staan. Vervolgens geef je verschillende opdrachten waarbij de leerlingen op volgorde moeten gaan staan. Van groot naar klein, van dik naar dun, op schoenmaat, haarkleur, kleding, leeftijd, wonend op afstand van school, enzovoort. Hoe vager je de opdracht geeft, hoe meer ze moeten overleggen! Je kunt er met de stopwatch een tijdslimiet aan geven of een wedstrijd van maken door ze steeds sneller goed te laten staan.

Welke energizer voeg jij aan dit rijtje toe? Zet het in het commentaarveld!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Current ye@r *