Hoe een ijsbaan op het schoolplein voor ongeluk én geluk kunnen zorgen

Op de laatste schooldag voor de kerstvakantie was ons schoolplein één grote ijsbaan. De leerlingen hadden natuurlijk enorme lol en we verlengden de pauze zodat iedereen minstens 20 keer heen en weer kon glijden. Wat een geluk.

Om te voorkomen dat de ouders op weg naar de ingang onderuit zouden gaan, hadden we een mooi paadje gestrooid tussen het hek en de ingang, afgezet met oranje pilons. We wilden geen ongelukken.

Het leek allemaal goed te gaan

Maar Thomas, een leerling uit 6b, bedacht dat het wel leuk zou zijn om naast het paadje een extra glijbaan te maken. Dan konden de leerlingen naast hun ouders naar de ingang glijden.

Na de middagpauze was hij als eerste paraat op het plein. Gewapend met bezem en een deken boende hij naast het pad tot ook daar een glijbaan ontstond. Hij nam een mooie positie in en legde iedereen bij het hek uit hoe het werkte.

“Kijk, u loopt daar, tussen de pilons en uw kind mag er dan naast glijden’.

Hij wees enthousiast naar de baan, maakte een uitnodigend gebaar met zijn arm en boem: daar lag Thomas. Languit op zijn eigen ijsbaan. Ik had pleinwacht en rende naar hem toe.

Het klonk alsof er een aangereden dier naast de trambaan lag. Thomas jammerde zachtjes en wees naar zijn been. Het been lag in een rare hoek en Juul (BHV-er en de juf van Thomas) besloot dat er iets gebroken moest zijn. Ze legde voorzichtig de deken over Thomas heen en pakte zijn hand.

Ik belde 112

Helaas waren er zoveel bejaarden onderuit gegaan dat het een paar uur zou duren voor de ambulance kon komen.

Ik belde Thomas’ ouders. Juul strooide zout over de ijsbaan.

Vader was er binnen 10 minuten. We legden Thomas voorzichtig in de auto en
we zwaaiden hem uit. Hij zwaaide niet terug. Vader verdween met gierende banden uit ons zicht.

Zo zaten Juul en ik op onze eerste vakantiedag in het ziekenhuis

Thomas baalde als een stekker, want het bleek een gecompliceerde breuk. Hij  moest nog zeker vier weken in het ziekenhuis blijven; zoveel operaties stonden er op het programma.

In onze tweede vakantieweek gingen we weer op ziekenbezoek. Thomas huilde toen we binnenkwamen. Zijn moeder zat op het bed. Ze had haar arm om haar zoon heen geslagen en probeerde hem te troosten.

Wij stonden in de deuropening en durfden nauwelijks naar binnen.

“Heeft Thomas zo’n pijn?”

Maar nee.

Thomas huilde omdat hij het champagnefeest zou missen op de eerste schooldag. Juul en ik keken elkaar aan

Op onze school hadden we altijd een mooi Nieuwjaarsritueel. Iedereen verzamelde in de aula. Eerst spraken we mooie wensen voor het nieuwe jaar uit.  Daarna deelden we Jip-en Jannekechampagne uit in flûtes en proostten we met elkaar. Alle leerlingen en alle meesters en juffen. Gedempt licht. Het was altijd een bijzonder moment.

Arme Thomas. Zo’n bijzonder moment mocht hij toch niet missen? We namen zijn moeder even apart en fluisterden haar iets toe.

De eerste schooldag reden we na schooltijd met drie van Thomas’ beste vrienden naar het ziekenhuis. Met een volle fles Jip-en Jannekechampagne en zeven lege flûtes.

We stuurden de jongens vooruit en ze renden Thomas kamer in. Juul en ik kwamen er zachtjes achteraan, met fles en glazen achter onze rug. In de deurpost riepen we:

“Gelukkig Nieuwjaar!”

En daar zat Thomas te stralen in zijn bed. Zijn vrienden zaten er een beetje verlegen naast. De moeder van Thomas grijnsde van oor tot oor.

We haalden de fles tevoorschijn, lieten de kurk knallen en schonken Thomas als eerste in. We wensten allemaal dat hij nooit meer iets zou breken.

En Thomas zei: “wat een geluk bij een ongeluk”. Dat is een gezegde hè, juf?

Juul knuffelde Thomas en hij vond het goed.

Wil je meer verhalen lezen zoals deze? Koop dan mijn eboek.

Geen zin om iets te betalen? HIER kun je veel verhalen gratis lezen of luisteren.