Hoe je overleeft in een moeilijke groep – en uiteindelijk kunt lachen met de leerlingen

Marcel solliciteerde naar een nieuwe baan. Groep 7. Tijdens het sollicitatiegesprek vertelde de directeur dat ze graag een man voor deze groep wilden, omdat het best een moeilijke groep was. Zijn eerste vraag was: Hoe sterk sta je in je schoenen op een schaal van één tot tien?

Marcel stelde drie tegenvragen:

  1. Welk cijfer heeft deze groep nodig?
  2. Welke praktische begeleiding krijg ik?
  3. Bij wie kan ik terecht als ik het niet meer zie zitten?

De directeur roerde in zijn koffie. De IB-er bladerde in Marcels CV. Het bleef even stil.

Marcel dronk zijn thee op en hield zijn mond. De IB-er kuchte. Ik denk dat deze groep wel een tien nodig heeft

Marcel knikte. Prima. Ik kan een tien bieden als jullie voor punt 2 en 3 zorgen.

De directeur knikte

Ik krijg altijd veel verzoeken om hulp van leraren die plotseling een moeilijke groep over moeten nemen. Ze beginnen enthousiast, maar na een paar weken gaan ze met lood in hun schoenen naar school.

Negatief gedrag is de norm geworden.

Natuurlijk: kinderen proberen een nieuwe leraar uit, dat is normaal. Maar in moeilijke groepen wordt het uitproberen van de leraar overstegen door negativiteit.

Wat zijn de symptomen van een moeilijke groep?

  • De leerlingen letten de hele tijd alleen maar op elkaar.
  • Ze reageren op alles; verbaal en nonverbaal.
  • Leerlingen lijken niks te pikken; niet van hun klasgenoten en niet van de leraar.
  • Straffen en belonen lijken geen enkel effect te hebben.
  • De groep wordt heel moeilijk stil. Als dat eindelijk is gelukt, beginnen ze weer opnieuw met praten.

Eerst moet je een aantal zaken te onderzoeken:

  • Neem een sociogram af. Het geeft je inzicht in welke relaties er in de groep zijn.
  • Kijk welke leerlingen een “etiket” hebben. Praat met deze leerlingen, hun ouders en je collega’s en vraag welke benadering bij deze leerlingen werkt.
  • Zoek uit wie de informele (negatieve) leider is van de groep. Deze leerling geef je geen speciale aandacht meer.
  • Zoek uit welke leerlingen wel positief zijn, maar dit niet meer durven te laten merken. Deze leerlingen geef je extra positieve aandacht.
  • Vraag naar het verleden van de groep. Wanneer is deze sfeer ontstaan? Wat kunnen de oorzaken zijn?
  • Vraag steun aan je leidinggevende, je collega’s en de ouders.

In  de groep zelf is het zaak om te focussen op je lessen en je klassenmanagement:

  • Zorg voor een duidelijke, voorspelbare structuur en routines.
  • Trek het je nooit persoonlijk aan. Het heeft niets met jou te maken, maar met groepsprocessen uit het verleden. Zie het als een uitdaging om het tij te keren.
  • Kies bewust: wanneer noem je specifieke namen van leerlingen en wanneer spreek je in het algemeen?
  • Benoem alle gedrag dat je ziet. Negatief gedrag kap je kort en duidelijk af, bij positief gedrag complimenteer je extra.
  • Ga nooit in discussie. Spreek duidelijk je verwachtingen uit en geef twee keuzes. Zorg dat je zelf achter beide keuzes staat
  • Voorkom stemverheffing. Praat zacht.
  • Gebruik technieken die continue de aandacht op jou
  • Wees snel, kort en effectief.
  • Blijf rustig, tactvol en lief. Zorg voor een warme ondertoon, hoe streng je ook bent.

En tot slot:

  • Houd vol!!!!
  • Blijf lachen!
  • Koester ieder klein succesje.
  • Blijf geloven in een ommekeer.
Doe zoals Marcel. Maak van te voren duidelijk hoe je het wilt hebben. Ook als je een vrouw bent.

En wanneer kan ik eindelijk lachen met de leerlingen?

  1. Maak iedere dag een grap.
  2. Kijk goed naar de reactie van de leerlingen.
  3. Straf negatieve reacties meteen af.
  4. Houd vol.
  5. Je bent er bijna als leerlingen écht lachen om jouw grap.

Meer lezen over Pedagogisch Klimaat? Klik hier.

Heb je minder zelfvertrouwen dan Marcel? Doe dan mee aan de tweedaagse.

Tips nodig voor het omgaan met gedragsproblemen? Kijk bij Anton.