Kijken ze bij elkaar af of niet?

Een tijdje geleden kreeg ik de volgende vraag:
“Het afnemen van toetsen op het VO is soms een kunst op zich. Hoe ben je consequent en streng tijdens toetsen? Ik heb het idee dat leerlingen bij mij kunnen afkijken. Welke regels zijn belangrijk en hoe hanteer je ze? Juist als een kind een vraag stelt over de toets en je even het overzicht niet hebt.
Ik vind dat een geweldige vraag en ik heb echt even de tijd genomen om er over na te denken. Ik heb de vraag ook neergelegd bij mijn oud-collega’s die nog in het VO werken.
Men is het niet overal over eens, maar ik zal de vraag beantwoorden met 13 vragen en tips. Ik zou zeggen: doe er je voordeel mee! Ook te gebruiken in het PO, trouwens….

  1. Allereerst: is het jouw eigen toets of surveilleer je bij de toets van een ander of in een klas die je niet kent? Dat is echt wezenlijk anders. Bij jouw eigen toets en jouw eigen leerlingen ben je waarschijnlijk veel meer zeker van jezelf en sta je ook steviger in je schoenen. En des te meer zelfvertrouwen jijzelf hebt, hoe makkelijker het is om de regels streng te hanteren.
  2. Afkijken (bij elkaar of van spiekbriefjes) is een heikel punt. Het is namelijk zo dat leerlingen heel veel kunnen leren van afkijken. Alleen… wil je dat ook tijdens een toets? Ik zelf denk dat ik dat niet zou willen toestaan. Maar aan de andere kant kan een snelle blik op het blad van de buurman of buurvrouw de hersenen op gang zetten, waardoor het juiste antwoord snel gevonden wordt. Alles overschrijven is niet te doen en valt teveel op, dus het grootste gedeelte van het antwoord moeten ze toch zelf bedenken. Hetgeen geldt voor open vragen. Bij multiple choice heb je ook nog altijd de kans dat de ander het antwoord heeft gegokt en fout heeft.
  3. Als het je eigen klas is, kan het de moeite waard zijn om eens een klassengesprek te hebben over het maken van toetsen. Waarom wordt er getoetst? Wat is de waarde van toetsen? Wat is de opbrengst van afkijken? Hoe leer je voor toetsen? En hoe lang? Wat gebeurt er als je niet leert? Wat zouden de regels moeten zijn tijdens de toetsafname? Wat is er allemaal belangrijk voor, tijdens en na de toets?
  4. Je kunt ook zelf 3 toetsregels bedenken en op het bord zetten. Je hoeft er aan het begin van de toets alleen maar naar te wijzen. Zet de timer erbij en de leerlingen zien ook steeds goed hoe lang ze nog hebben.
  5. Voorbeeldregels:
    1. Je maakt de toets alleen.
    2. Je maakt de toets in stilte.
    3. Je blijft op je plaats zitten.
    4. Als je een vraag hebt over de toets, dan steek je je vinger op. Ik kom naar je toe en ik hoop voor jou dat ik het antwoord weet. Zo niet, dan heb je pech.
    5. Als je een pen of potlood o.i.d. nodig hebt, steek je 2 vingers op.
    6. Als je naar het toilet moet dan heb je pech, dat mag namelijk pas na afloop van de lestijd.
    7. Toets klaar? Leg je blaadje op de hoek van je tafel. Denk aan je naam!
    8. Als je klaar bent, pak je je leesboek (of …) en je gaat lezen (of …).
  6. Als de regels duidelijk zijn, is het makkelijker om streng en consequent te zijn.
  7. Ga nooit in discussie. Neem een warm/strenge houding aan: ‘Ik houd heel veel van je, maar je moet wel doen wat ik zeg’.
  8. Zorg dat je schoenen aan hebt met zachte zolen, zodat je geruisloos door het lokaal kunt lopen.
  9. Loop regelmatig een rondje. Blijf staan in de hoeken van je lokaal en observeer.
  10. Loop naar de leerling toe die een vraag heeft en handel het fluisterend, onder vier ogen af en doe dat binnen 10 seconden.
  11. Zorg ervoor dat je zelf niets hardop hoeft te zeggen als de leerlingen zijn begonnen. Spreek handtekens af of knikjes.
  12. Als jij (of iemand anders) de leerlingen stoort door (bijvoorbeeld) hardop te praten, duurt het minstens 7 minuten voor de concentratie terug is. En het wordt meteen onrustig in de klas.
  13. Spreek alle toetsroutines duidelijk af en oefen ze:
    1. Tafelopstelling.
    2. Uitdelen en ophalen.
    3. Spullen kwijt, op, vergeten (geen drama van maken, meteen geven zonder commentaar, maar met ‘strenge blik’).
    4. De juiste plaats van jassen, tassen, telefoons, etuis, agenda’s enz…
    5. Toiletbezoek.
    6. Wat te doen als je klaar bent.
    7. Extra tijd voor…
    8. Vragen stellen.

Kortom: ik wens je een prettige toets!