Kleren maken de Leraar

Jaren geleden werkte ik op een asielzoekersschool. Aan het begin van het schooljaar kwamen er altijd “snuffelstagiaires” van de opleiding tot onderwijsassistent. Mijn laatste stagiaire heette Samira. Op haar eerste dag was het buiten bloedheet en binnen een sauna. Een veel voorkomend euvel in het onderwijs… platte daken en geen airco.

Samira was een jaar of 16. Ze keek me nauwelijks aan en gaf me een slap handje. Ze droeg een naveltruitje (incl. navelpiercing) met decolleté en een heel kort rokje. Ik had een groep van 18 leerlingen tussen de 10 en de 14 jaar, waarvan meer dan de helft jongens. Ik heb Samira vriendelijk verzocht om terug naar huis te gaan en zich om te kleden. Ze haalde beledigd haar neus op en vertrok. Ik heb haar nooit meer gezien.

Dat een naveltruitje (met of zonder piercing) met decolleté en kort rokje geen handige combinatie is op een school, klinkt heel logisch. Ook niet in een andere klas. Maar eigenlijk zijn er best veel kledingstukken waar je wel over kunt discussiëren: “Kan het wel of kan het niet?”

– korte broek (dames en heren);
– geen BH (tot welke cupmaat?);
– spaghettibandjes;
– decolletés (hoe diep is acceptabel?);
– rok boven de knie (waar ligt de grens?);
– sandalen;
– slippers;
– blouses die bij bepaald licht min of meer doorzichtig zijn;
– zichtbare piercings (m.u.v. oorbellen);
– zichtbare tatoeages.

Met warm weer lijkt het logisch om je luchtig te kleden. Het zou zelfs zo kunnen zijn dat je dat automatisch doet; zonder er bij na te denken. En laten we eerlijk zijn: op de meeste scholen is het meteen bloedheet bij warm weer. Bovendien: de meeste leerlingen kijken helemaal niet op van een juf of meester in korte broek of op sandalen.

Aan de andere kant: als leraar heb je een voorbeeldfunctie. En volgens mij zit het zo: één van de manieren om een bepaalde status uit te dragen, is het dragen van statusverhogende kleding. In het onderwijs wordt veel geklaagd over het feit dat “de leraar van zijn voetstuk is gevallen”.  Het dragen van representatieve kleding kan bijdragen tot de terugkeer van de leraar op het bijbehorende voetstuk. Denk maar aan advocaten en artsen; zonder net pak, toga of doktersjas zouden wij hen veel minder serieus nemen.

Dus ja: ik vind dat je je netjes moet kleden als je voor de klas staat. (Ook als onderwijsassistent, trouwens). Dat betekent dat je je uiterlijk dus moet controleren voor je naar school gaat. Stel  jezelf de volgende vragen als je ’s morgens voor de spiegel staat:

  1. Zou ik dit ook aandoen als ik op vakantie ben?
  2. Zie ik eruit als iemand die serieus genomen gaat worden door iemand die eigenlijk weinig respect heeft voor gezag?
  3. Zie ik iets waar iemand op school misschien wel over zou kunnen vallen?

Bij twijfel doe je meteen iets anders aan, want kleren maken de leraar!