Categorie archief: invallen

hulp voor invallers

Waar zijn de inlogcodes?

Waar zijn de inlogcodes?

In het onderwijs hebben we steeds vaker codes nodig. Voor het digibord, de PC, de methodes, snappet… en we moeten ook nog eens opnieuw inloggen omdat er iets uitvliegt. En door de privacywet veranderen de codes ook steeds, zodat oude codes niet meer werken.

Dit is vooral een probleem voor invallers. Soms zijn zo lang bezig om iemand te vinden die de juiste codes heeft, dat ze nauwelijks tijd hebben om zich even in te lezen in de klassenmap.

Daarom deze week: tips voor iedereen om de inlogcodes te vinden.

  1. Voor leraren: vrijwel iedere klas heeft zijn eigen klassenmap. Zorg ervoor dat op het eerste blad de codes staan en zorg er vooral voor dat ze up to date zijn. Zet er ook bij waar de codes voor zijn en wanneer je ze nodig hebt. Maak een schema in excell of in een tabel, zodat het goed leesbaar is.
  2. Op scholen: zorg ervoor dat een persoon alle gegevens heeft. Het is handig als dat bijvoorbeeld een OOP-er is. De ICT- coördinator is immers niet altijd beschikbaar.
  3. Voor invallers: bel van te voren (een dag eerder of ’s morgens, meteen nadat je bent gebeld om in te vallen) en vraag of iemand de codes klaar kan leggen.
  4. Voor ICT-coördinatoren: zet in je agenda dat iedereen de oude inlogcodes moet vervangen door de nieuwe. Als iedereen het in zijn systeem heeft, hoeft je ook niet meer te controleren of iedereen dat gedaan heeft.
  5. Voor directies/ teamleiders: zorg voor back-upcodes, zodat iedereen altijd overal in kan. Handig is een (gratis) account van ClassroomScreen of een schoolaccount van Gynzy. Dan kunnen invallers en gastdocenten in ieder geval met het digibord werken.

Ik wens jullie veel succes!

PS: HIER kun je alvast mijn nieuwe VLOG beluisteren, over werkdruk.

En ze praten maar door…

Open

En ze praten maar door…

Ik hoor vaak van (startende) leraren dat ze soms een klas hebben die niet meer stopt met praten. Ze gaan maar door. Soms zijn het maar een of twee leerlingen die hun mond niet kunnen houden, en in de tijd die jij die leerlingen bestraffend (?) toespreekt, beginnen andere leerlingen hun eigen conversatie. En als je hen stil hebt, zijn er weer anderen begonnen. Dat kost je zoveel energie. En tijd. En het verpest (meestal) de sfeer in de klas.

Herken je dit?

Allereerst is het van belang om na te gaan waarom ze maar blijven praten. De volgende vragen kunnen je daarbij helpen:

* Praten ze omdat ze het gezellig vinden in de klas? Omdat ze het idee hebben dat er “een doorlopend theekransje” plaatsvindt?Gezelligheid troef! En alles in goede sfeer!

* Praten ze om jouw les te verstoren? Om je te pesten? Om te kijken waar jouw grens ligt? Omdat ze willen weten wanneer jij “uit je vel springt”? Of omdat de sfeer zo negatief is (geworden) dat ze niet (meer) anders kunnen?

* Praten ze omdat ze niet anders kunnen? Omdat ze “geprogrammeerd zijn” om meteen verbaal te reageren op alles wat er gebeurt in de klas?

Waarschijnlijk weet jij zelf het antwoord op deze vragen. Maar welke van de drie redenen het ook is, in alle gevallen heb jij een probleem dat je wilt en kunt oplossen. Ben je bang dat dit teveel tijd kost? Ga voor jezelf na of je de investering in tijd en energie over hebt om de situatie zo te krijgen zoals jij wilt. Als je blijft doen wat je deed, blijft het zoals het is.

Ik zet (per vraag) wat handvatten op een rij die jou kunnen helpen om het tij te keren.

*Praten uit gezelligheid.
Meestal is dat een hele sociale groep, die oprecht alles met elkaar deelt. Je kunt je probleem gewoon bij hen neerleggen, waarbij je hun behoefte aan sociale conversaties  ook benoemt. Belangrijk is om goed uit te leggen op welke momenten en waarom je wilt dat iedereen zijn mond houdt. Deze momenten kun je met de leerlingen inventariseren. Je vraagt ook aan de leerlingen welke sanctie past bij het overtreden van de regel “je ben stil op deze X momenten”. Jij kiest die sanctie uit die jij passend vindt. Daarnaast geef je ook ruimte aan hun behoefte door meer samenwerkopdrachten te geven en misschien zelfs (aan het begin- en/ of aan het eind van de les) “praatpauzes” van vijf minuten in te plannen.

* Praten om jou te pesten.
In dit geval zal je opnieuw moeten beginnen met de groepsvorming. Deze groep heeft een negatieve houding naar jou toe en die zal je moeten doorbreken. Hier moet je echt veel tijd en energie in investeren en het werkt pas echt goed als je ouders en je eventuele duo-partner (of een collega) hierbij betrekt. Voor een betere sfeer in de groep is een goed stappenplan onontbeerlijk:
1. Je gaat met je duo-partner om de tafel zitten en je maakt duidelijk dat je het voortaan anders wilt. Je vraagt de hulp van je duo-partner (of collega). Zeker als je deze klas maar een of twee dagen per week hebt, gaat het zonder zijn of haar steun niet lukken. Jullie maken samen een plan. Breng het hele team op de hoogte.
2. Jullie sturen (samen) naar alle ouders een e-mail om ze te vertellen dat jullie je zorgen maken over de groep en dat jullie de komende weken de sfeer in de groep “positiever gaan maken”. Omdat dan ook de leerprestaties sterk zullen verbeteren. En dat jullie daarbij de steun en hulp van de ouders nodig hebben. Vraag ouders ook vooral om hun eigen tips, ideeën en aanvullingen. Nog beter is om ook nog een extra ouderavond te organiseren waarbij jullie je mail mondeling toelichten en ook om de mening van de ouders vragen.
3. Jullie vertellen de leerlingen dat het zo niet langer kan en dat jullie de komende weken iedere dag aandacht gaan besteden aan groepsvorming.
4. Je begint met een groepsgesprek over normen en waarden in de klas. Jij vertelt wat je van de leerlingen verwacht en je vraag de leerlingen wat ze van hun klasgenoten verwachten in jouw les. Je geeft alleen de leerlingen de beurt waarvan je weet dat zij een positieve insteek hebben. Zo zet je een positieve norm. De hieruit ontstane regels (waarden) zet je op het bord en hang je ook op in de klas.
5. Iedere dag doe je met de klas een activiteit waarbij deze regels getest worden. Je beloont goed gedrag. Je evalueert met de leerlingen.
6. Vrijwel alle leerlingen zullen zich uiteindelijk neerleggen bij de nieuwe normen en waarden. Met de leerlingen die dit niet kunnen (als dat voorkomt), maak je een aparte afspraak. (Zie volgende…)
7. Houd en breng de ouders & collega’s steeds op de hoogte van de voortgang van het proces. Gebruik je duo-partner (of collega) als klankbord.

* Praten omdat ze niet anders kunnen.
Dit betreft meestal een leerling of een kleine groep. Met deze leerlingen maak je een aparte afspraak voor een gesprek, waarin je vraagt wat deze leerling nodig heeft om zich zo te gedragen zoals jij wilt. Doe dat per leerling individueel, nooit als groep bij elkaar. Stel jouw grenzen hierbij heel duidelijk. Als een leerling bijvoorbeeld zegt: “Ik heb nodig dat jij weg gaat”, is dat (helaas voor die leerling) een onacceptabel antwoord, want jij gaat niet weg. Dat zeg je dus ook. En je stelt de vraag opnieuw. Als een leerling zegt: “Ik weet het niet”, dan zegt jij: “En hoe ziet het er dan uit als je het wel zou weten?” Of: “Hoe doe je dat dan bij meneer X?” Soms zijn dit lange gesprekken, omdat je soms lang moet wachten op een antwoord wat voor jullie allebei acceptabel is. Je eindig altijd met een afspraak. Laat de leerling zelf een sanctie bedenken in geval van overtreding.

* In alle gevallen:
1. Spreek leerlingen niet individueel aan, maar corrigeer algemeen en complimenteer algemeen.
2. Wees heel consequent. Stil is stil. Wacht tot het echt stil is.
3. Ga niet in discussie. Voorkom strijd.
4. Loop door de klas. Ga bij de kletsers staan en laat non-verbaal merken dat jij de enige bent die mag praten.
5. Leg steeds opnieuw uit waarom het echt stil moet zijn.

Stille saaie klas

Stille saaie klas

Soms kom je er wel eens een tegen: een stille saaie klas. Lesgeven aan zo’n groep voelt bijna als trekken aan een dood paard. Je moet alles uit de kast halen om er beweging in te krijgen.

Wat is er aan de hand in zo’n klas?

  1. Het kan zijn dat er een onveilig sfeer heerst. De leerlingen durven niets te ondernemen, uit angst voor nare reacties (in welke vorm dan ook) van een klasgenoot of klasgenoten. Een rotopmerking, uitstoting, uitlachen…. Soms merk je daar niets van als leraar, maar meestal zie je het aan blikken en voel je het aan de sfeer.
  2. De leerlingen vinden niets leuk, ze vinden alles stom. Het interesseert ze niet wat jij te vertellen hebt. Ze hangen onderuit en reageren nergens op of minimaal. Ze zijn zo geworden door andere leraren, dit is de heersende cultuur op school.
  3. Je hebt toevallig maar een paar soorten leerlingen in je klas, die allemaal verlegen, stug, saai, rustig, stil of combinaties daarvan zijn.
  4. De leerlingen zijn gedrild door een andere leraar (of jouw voorganger). Stil zijn is een tweede natuur voor ze geworden; ze zijn niet (meer gewend) om te praten, te lachen, te reageren.

Wat doe je eraan?

  1. Hoe wil je dat deze groep reageert? Welk zichtbaar gedrag wens jij?
  2. Wat is de oorzaak van het stille gedrag? Wat is er precies aan de hand? Ga grondig na wat er in het verleden gebeurd is, wie de informele leiders in de groep zijn, welke processen een rol spelen.
  3. Vraag wat deze leerlingen willen. Vraag door; neem geen genoegen met oppervlakkige antwoorden. Geef voldoende denktijd. Laat meerdere leerlingen antwoord geven, of laat alle leerlingen hun antwoord opschrijven. Dit proces kan heel taai worden, maar het is belangrijk dat je volhoudt. Maak grapjes tussendoor, dat ‘maakt het paard wat lichter’.
  4. Vertel wat jij wilt en waarom je dat wilt. Laat de leerlingen meedenken en neem ze serieus.
  5. Train je leerlingen in “het meedoen en uiten”. Dat doe je stap voor stap. Je introduceert alle vormen als een spel, dat maakt de drempel lager.
  6. In moeilijke klassen zijn de stapjes kleiner, ben je nog transparanter en duidelijker, en begin je pas met deze acties als je een band hebt opgebouwd met de leerlingen en de leerlingen de belangrijkste routines in hun systeem hebben zitten.

Wil je weten welke activiteiten je kunt doen om een stille klas in beweging te ktrijgen? Luister dan naar mijn vlog!

Succes!

Lesgeven in moeilijke klassen

Lesgeven in moeilijke klassen

Voorbereiding:

  1. Bedenk een schriftelijke opdracht (begintaak) die de leerlingen moeten maken zodra ze binnenkomen (zie TLAC voor de omschrijving hiervan).
  2. Zet alle tafels in rijen recht naar voren.
  3. Zorg dat ze vloer schoon is en alle kastjes leeg.
  4. Schuif de tafels zo dat de leerlingen nergens met hun handen in of aan kunnen komen.
  5. Zet alle materialen klaar.
  6. Op het bord: opdracht begintaak, regels en rooster.

Bij het binnenkomen:

  1. Bij binnenkomst (jij staat bij de deur) vertel je iedere leerling individueel:
    1. Fijn dat je er bent 😊
    2. Dat ze de begintaak gaan maken, in stilte en alleen én dat de begintaak ook op het bord staat.
    3. Dat je verwacht dat het vandaag een les wordt waarin de leerlingen laten zien dat zij weten hoe zij zich moeten gedragen tijdens de les.

Tijdens de les:

  1. Pas gaan praten als iedereen stil is (wees hier heel consequent in; zie het als een wedstrijd en zorg dat je die wedstrijd wint).
  2. Iedereen blijft zitten.
  3. Meteen ingrijpen bij verstoring.
  4. Hulpleerlingen aanstellen die uitdelen.
  5. Hardop complimenten geven aan de leerlingen die laten zien dat zij weten hoe zij zich moeten gedragen tijdens de les.
  6. Steeds herhalen wat je verwacht.
  7. 15 minuten voor tijd stap voor stap opruimen.

Na de les:

  1. Precies prijzen: exact vertellen wat wél goed ging en wat je volgende week ook nog verwacht.
  2. Houd de regie tot de laatste leerling is vertrokken.
  3. Leerlingen individueel vertellen (je staat weer bij de deur):
    1. Een (specifiek benoemd) ding dat ze goed gedaan hebben.
    2. Fijn dat je er was, tot volgende week 😊

Kleren maken de Leraar

Kleren maken de Leraar

Jaren geleden werkte ik op een asielzoekersschool. Aan het begin van het schooljaar kwamen er altijd “snuffelstagiaires” van de opleiding tot onderwijsassistent. Mijn laatste stagiaire heette Samira. Op haar eerste dag was het buiten bloedheet en binnen een sauna. Een veel voorkomend euvel in het onderwijs… platte daken en geen airco.

Samira was een jaar of 16. Ze keek me nauwelijks aan en gaf me een slap handje. Ze droeg een naveltruitje (incl. navelpiercing) met decolleté en een heel kort rokje. Ik had een groep van 18 leerlingen tussen de 10 en de 14 jaar, waarvan meer dan de helft jongens. Ik heb Samira vriendelijk verzocht om terug naar huis te gaan en zich om te kleden. Ze haalde beledigd haar neus op en vertrok. Ik heb haar nooit meer gezien.

Dat een naveltruitje (met of zonder piercing) met decolleté en kort rokje geen handige combinatie is op een school, klinkt heel logisch. Ook niet in een andere klas. Maar eigenlijk zijn er best veel kledingstukken waar je wel over kunt discussiëren: “Kan het wel of kan het niet?”

– korte broek (dames en heren);
– geen BH (tot welke cupmaat?);
– spaghettibandjes;
– decolletés (hoe diep is acceptabel?);
– rok boven de knie (waar ligt de grens?);
– sandalen;
– slippers;
– blouses die bij bepaald licht min of meer doorzichtig zijn;
– zichtbare piercings (m.u.v. oorbellen);
– zichtbare tatoeages.

Met warm weer lijkt het logisch om je luchtig te kleden. Het zou zelfs zo kunnen zijn dat je dat automatisch doet; zonder er bij na te denken. En laten we eerlijk zijn: op de meeste scholen is het meteen bloedheet bij warm weer. Bovendien: de meeste leerlingen kijken helemaal niet op van een juf of meester in korte broek of op sandalen.

Aan de andere kant: als leraar heb je een voorbeeldfunctie. En volgens mij zit het zo: één van de manieren om een bepaalde status uit te dragen, is het dragen van statusverhogende kleding. In het onderwijs wordt veel geklaagd over het feit dat “de leraar van zijn voetstuk is gevallen”.  Het dragen van representatieve kleding kan bijdragen tot de terugkeer van de leraar op het bijbehorende voetstuk. Denk maar aan advocaten en artsen; zonder net pak, toga of doktersjas zouden wij hen veel minder serieus nemen.

Dus ja: ik vind dat je je netjes moet kleden als je voor de klas staat. (Ook als onderwijsassistent, trouwens). Dat betekent dat je je uiterlijk dus moet controleren voor je naar school gaat. Stel  jezelf de volgende vragen als je ’s morgens voor de spiegel staat:

  1. Zou ik dit ook aandoen als ik op vakantie ben?
  2. Zie ik eruit als iemand die serieus genomen gaat worden door iemand die eigenlijk weinig respect heeft voor gezag?
  3. Zie ik iets waar iemand op school misschien wel over zou kunnen vallen?

Bij twijfel doe je meteen iets anders aan, want kleren maken de leraar!

Twee klassen in een klas

Twee klassen in een klas

De griepgolf heeft enorm toegeslagen afgelopen winter. Ik weet niet hoe het bij jullie ging, maar wij moesten echt enorm ons best doen om vervangers te vinden. Op sommige scholen lukte dat niet en moesten klassen samengevoegd worden, zodat de leerlingen niet naar huis gestuurd hoefden te worden. Twee klassen in een klas…

Op zich kan dat natuurlijk best wel: twee klassen in een klas. En zeker als de leerlingen van de andere klas jou goed kennen is het misschien best een goede oplossing. Maar hoe pak je dat nu aan? Ik heb een stappenplan voor je.

  1. Maak ruimte in je lokaal. Schuif met stoelen en tafels, zet desnoods tijdelijk kasten op de gang. Ruimte is noodzakelijk.
  2. Stel duidelijke afspraken op. Misschien zijn die wel anders dan normaal, dat kun je uitleggen. Maar zet ze op papier.
  3. Maak een afwijkend dagrooster, waarin je korte lesblokken van 30 minuten maakt, met een korte instructie, enkelvoudige opdrachten bij Zelfstandig Werk en met gezamenlijke les-overgangen en ijkpunten.
  4. De volgende zaken zijn belangrijk:
    1. Herhaal de afwijkende afspraken regelmatig.
    2. Plan ook activiteiten én rustpunten in met beide groepen tegelijk.
    3. Oefen de routines, zeker als er naar het andere lokaal gelopen moet worden.
    4. Speel extra buiten of doe extra energizers tussendoor.
  5. Als je de dag na afloop met alle leerlingen evalueert, vraag dan alleen naar de dingen die heel goed gingen.
  6. Geef regelmatig pluimen aan de leerlingen als ze goed bezig zijn. Vooral aan die leerlingen voor wie verandering moeilijk is.
  7. Neem de tijd. Doe veel minder dan op het oorspronkelijke rooster staat. Kies met zorg je prioriteiten.

Kies ook met zorg de groepen uit die samengevoegd moeten worden. Misschien lijkt de boven- of onderliggende groep de beste keus, maar je kunt ook kiezen op basis van ligging in het gebouw of twee groepen samenvoegen die qua leeftijd ver uit elkaar liggen (groep 1-2  met groep 7). Korten: weeg alle voor- en nadelen tegen elkaar af, denk er over na (laat je niet opjagen) en zorg dat je bewust kiest.

FAQ voor invallers

FAQ voor invallers

Kijk, dat vind ik nou leuk: een e-mail van een invaljuf die tegen bepaalde dingen aanloopt en graag tips wil om te weten hoe zij er beter mee om kan gaan. Ik kan me zo voorstellen dat zij niet de enige is! Daarom deze week:

FAQ voor invallers

  1. Hoe om te gaan met zeer tijdelijke collega’s?
    • Geef ze allemaal een hand, herhaal hun naam en stel jezelf voor.
    • Als je vaker op die school wil invallen, ga dan in de pauze bij ze zitten en klets mee. Stel veel vragen.
    • Wordt vriendjes met de leraren in de lokalen naast je en bespreek wat je kunt doen met leerlingen met moeilijk gedrag. Wat zijn de regels op de school? Mag je leerlingen even bij de buren parkeren?
  1. Soms vragen collega’s hoe het gaat om vooral te horen dat ze niets extra’s hoeven te doen. Hoe kan je dan reageren?
    • Maak duidelijk dat je komt invallen, maar dat je de school en de leerlingen nog niet zo goed kent. En dat je echt niet zonder hun hulp kunt. Maar zegt ook dat je alles doet wat je kunt. Zorg voor een proactieve houding.
    • Zeg dat je de school uit de brand komt helpen, zodat de leerlingen niet verdeeld hoeven te worden.
    • Stel gewoon de vragen die je wilt stellen. Wees brutaal! Ze mogen blij zijn dat je er bent.
    • En als er steeds mensen jouw lokaal komen binnenlopen om te vragen hoe het gaat, spreek dan met de leerlingen dat jullie met z’n allen dan heel hard gaan zwaaien en uitroepen: “het gaat goed!” Oefen dit wel met de leeringen.
  1. Wat doe je met haperende digiborden en onjuiste codes?
    • Met een beetje mazzel heb je van te voren de checklist voor invallers uitgeprint en doorgelopen. Dan zou het kunnen zijn dat je in ieder geval de juiste codes hebt.
    • Zorg dat je in ieder geval (papieren) lessen hebt, zodat je in ieder geval les kunt geven.
    • Zet jouw regels op een poster die je op kunt hangen, evenals een dagprogramma.
    • Wijs één leerling aan als digibord-assistent. Die mag jou maximaal 3 minuten helpen. Als het niet lukt: pech. Dan blijft het bord uit. Maak in dat geval foto’s van de whiteboards, maak ze schoon en gebruik ze als schoolbord. Aan de hand van de foto kun je aan het eind van de dag alles er weer opzetten wat erop stond.
    • Bij digitale methodes wordt het een kwestie van improviseren. Doe niet wat je niet kunt doen.
    • Neem snelle beslissingen, kom zeker over. Zodra jij gaat twijfelen, wordt het onrustig in de klas. Voorkom dat. Jij bent de baas.
  1. Wat je kun je met leerlingen doen die jouw dag ernstig verstoren? Zelfs al bij kleuters!
    • Ook hier geldt: sta stevig in je schoenen. Doe wat jij wilt!
    • Vat het nooit persoonlijk op. Leerlingen zijn geprogrammeerd om jou uit te proberen.
    • Leerlingen die het “goed” doen geef je heel veel complimenten. Benoem specifiek wat ze goed doen,
    • Je neemt de leerlingen die je les verstoren onmiddellijk apart en je vertelt (duidelijk en positief gesteld) hoe jij het wilt hebben. Je zegt ook dat je weet dat die leerling dat kan.
    • Zodra de leerling het ook “goed” doet, geef je een groot compliment: “zie je wel! Je kunt het!”
    • Als je leerling je toch nog gaat uitproberen, gaat de ladder in werking:
  2. Je stuurt een boze blik. Eventueel met handgebaar.
  3. Je zet de leerling even apart en vertelt wanneer hij weer mag laten zien dat ie het kan.
  4. Je geeft de leerling straf.
  5. Je zet de leerling buiten de klas (zorg dat je van te voren weet waar).
  1. Moet je wel of niet de directeur begroeten bij binnenkomst op een nieuwe school.
    • Ja! Behalve als deze druk af afwezig is.
    • Belangrijker is: de conciërge en ander OOP. Wordt daar hele dikke vrienden mee!

Vergeet niet: het is geen recept of wet van Meden en Perzen… als je op je gevoel afgaat, gaat het meestal goed!

Wil je de online cursus volgen “Invallen in het PO?” Klik dan hier.

Succes! en veel plezier met het verder lezen van de Sterk Nieuws

Invallen in het Speciaal Onderwijs

Invallen in het Speciaal Onderwijs

Invallen in het Speciaal Onderwijs (of in een klas met veel zorgleerlingen) is een vak apart. Er zijn een aantal zaken waar je rekening mee moet houden. Ik zet ze hier op een rijtje:

  1. Bekijk van te voren de website van de school. Ook als je pas ‘s morgens wordt gebeld. Het is belangrijk om te weten welke regels op de school gelden, welke visie of missie er is en om te weten op welke wijze het onderwijs is georganiseerd.
  2. Zorg dat je goed contact maakt met de leerlingen. Sta bij de deur en kijk ze allemaal in de ogen. Zo kom je er snel achter welke leerlingen je in de klas hebt en of ze zin hebben in een dag met jou.
  3. Houd je aan de regels in de klas en in de school. Houd je aan die regels, ook al sta je er niet helemaal achter.
  4. Zoek in de klassenmap naar beschrijvingen van de leerlingen. Zo weet je snel met welke afspraken, medicijnen, ziektes, stoornissen enzovoort je rekening moet houden.
  5. Maak aantekeningen op je plattegrond over deze beschrijvingen.
  6. Begin met het uitspreken van jouw verwachtingen. Verwacht dat de leerlingen zich aan de regels houden; ook bij jou, en spreek alles hardop uit. Laat de leerlingen commitment geven aan de regels en de wijze waarop jij werkt, door een hand op te laten steken. Zo zie je meteen wie met je mee gaat werken.
  7. Vertel voldoende over jezelf (met veel humor) zodat de leerlingen weten wie jij bent en waar je van houdt. Zorg bijvoorbeeld voor een powerpointpresentatie met foto’s.
  8. Wijs meteen een “personal assistent” aan, die jou gaat helpen met alles. Waar liggen de spullen? Hoe doet de eigen leraar A of B? Laat je niet afleiden door opmerkingen van andere leerlingen.
  9. Wees consequent en duidelijk. Nee is nee en ja is ja. Laat je niet van je stuk brengen.

Veel plezier! Klik HIER om de SterkNieuws verder te lezen.

Acht tips voor de vrolijke invaller!

Acht tips voor de vrolijke invaller!

Een dagje hier, een dagje daar. School op de hoek, school ver weg. Auto, fiets, bus… je rent van hot naar haar en je past je overal in en aan. Vooral in het PO is “invallen” een bekend verschijnsel, omdat je basisschoolleerlingen niet even een tussenuur kunt geven.
En soms mag je als invaller langer blijven. Een week, een maand, maanden.
Ook in het VO en MBO wordt ingevallen, ingeval van langdurige afwezigheid van de leraar. Zwangerschap, burn-out, ziekte, zorgverlof, sabbatical….
Voor een starter in het onderwijs, is invallen meestal het begin van een carrière. En als er niet zoveel “vast werk” is, dan kan de periode van invallen wel tien jaar duren. Zoals in mijn geval .
Dat heeft een enorm voordeel. Je doet een schat aan ervaring op waar je je hele leven nog plezier van hebt. En je leert relativeren. Want niet iedere school past bij jou en soms heb je een dag waarop het gewoon niet loopt. En dat geeft niet, want de dag daarna gaat het beter. Of supergoed.
Het maakt niet uit waar je gaat invallen, of voor welke periode, als je maar goed voorbereid bent. En zeker als je voorafgaand een “sollicitatiegesprek” hebt, is het belangrijk om van te voren een aantal zaken in acht te nemen.

Daarom: acht tips voor de vrolijke invaller!
1. Zorg dat je de school kent. Google de school op internet, bekijk de website, lees het schoolplan.
2. Zorg dat je uiterlijk “passend” is bij de school. Wat hebben de leraren op de foto’s op de website aan? Let op piercings en tattoos, roklengte en decolletés.
3. Toon heel veel interesse in de groep, in de klas(sen) waar je les gaat geven. Stel vragen over de leerlingen, ouders, het verleden en de toekomst. Wie was de leraar voor jou? Waarom is diegene weg?
4. Weet welke visie de school heeft op leerlingen en onderwijs. Denk er over na of die visie bij jou past.
5. Geef iedereen die je in de school (en in de teamkamer!) ontmoet een hand en stel je voor. Probeer alle namen en gezichten te onthouden.
6. Maak mappen met activiteiten en lessen voor alle klassen en groepen, dan heb je altijd materiaal.
7. Laat je niet gek maken. Neem je tijd. Het programma hoeft niet af.
8. Heb heel veel plezier! Wees vrolijk, oprecht en maak er een mooie tijd van, ook al ben je er maar een halve dag.

Succes!

Wil je nu verder lezen in de SterkNieuws? Klik dan HIER.

Tips voor het goed samenwerken met je duo-partner

Tips voor het goed samenwerken met je duo-partner

Dit doe je van te voren:
Als je parttime op een school komt te werken, is het belangrijk om goed af te stemmen met je (toekomstige) duo-partner. Je kent elkaar (nog) niet, maar toch ben je samen verantwoordelijk voor het leren en welzijn van jullie leerlingen. Goede communicatie en afstemming zijn voorwaarden om er samen een succesvolle periode van te kunnen maken.
– Regel een gesprek met je (toekomstige) duo-partner. Trek hier minimaal een uur voor uit.
– Zorg dat je al je vragen hebt opgeschreven.
– Wissel meteen telefoonnummers en e-mailadressen uit.
– Maak meteen een afspraak om bij je duo-partner in de klas te komen kijken.

Dit bespreek je:
Er gelden in het onderwijs veel ongeschreven regels en onuitgesproken verwachtingen. Maak meteen duidelijk dat je nieuw bent en dus helemaal niets weet. Stel je open op, stel vragen.

Vraag naar:
– De verwachtingen die jouw nieuwe collega van jou heeft:
– Gebruik van methodes
–  Afnemen van toetsen
– Communicatie naar ouders en externen
– Registratie in Parnassys (of een ander programma)
– Afspraken m.b.t. communicatie en overdracht tussen jullie
– Het opruimen en netjes houden van het lokaal
– Pleinwacht lopen en externe uitjes
– Rapporten

De school- en klassenregels en de consequenties van overtreding:
o Toiletgebruik
o Materialen en spullen
o Gedrag (klas – gang – plein)
o Gebruik digitale middelen
o Taken van leerlingen

Leerlingen en de communicatie met ouders en externen:
o T.a.v. zorg
o Plattegrond
o Niveaus
o Instructiegroepen

Routines in de klas:
o Luisterhouding
o Instructie
o Leswisselingen
o Nakijken
o Hulpmiddelen

Tot slot: vraag naar de sfeer in de lerarenkamer ?