Categorie archief: organisatie

organisatie

Rommelpiet

Rommelpiet

Weer eens een verhaal met een opgeheven vingertje. Dit verhaal gaat over Sven. Sven is 9 jaar en zit in groep 6. Leuke jongen om te zien, kan goed mee op school, heeft vriendjes, zit op voetbal. Je ziet het niet aan hem, maar hij heeft toch wel wat “dingetjes”.

  1. Hij kan heerlijk wegdromen. Het is dan net alsof hij niet luistert naar wat je vertelt. En dan blijkt later dat hij je best wel heeft gehoord. Maar als je ernaar vraagt, dan kan hij maar moeilijk herhalen wat je verteld hebt.
  2. Bij de gymles en het buitenspelen maakt hij andere leerlingen er steeds weer attent op dat ze zich aan de regels moeten houden.
  3. Hij kan enorm netjes op zijn spullen zijn. Opruimen is ook echt opruimen. Dingen rechtzetten, boeken precies op de hoek van de tafel. En tegelijkertijd is hij slordig op zijn spullen. Raakt dingen kwijt.
  4. Als er een invaller komt, schiet hij meteen in de weerstand. Ook al is de andere juf nog zo aardig tegen hem, hij kan alleen maar nors en boos reageren. Hij snapt zelf niet waarom.
  5. Sommige dingen kan je vijf keer uitleggen, maar dan snapt hij het nog niet. En dat terwijl hij best heel slim is.
  6. Hij kan soms opmerkingen maken waar hij zelf heel hard om moet lachen. Maar de andere kinderen snappen de grap niet, of vinden de grap ronduit beledigend.
  7. Hij is echt heel erg eigenwijs. Hij weet alles beter.

Sinterklaas is weer in het land. En Sven is bang. Niet voor Sinterklaas of Zwarte Piet; daar gelooft hij niet meer in. Maar om wat er vorig jaar gebeurde. Vorig jaar, in groep 5 had de juf op een middag een uurtje te tijd gegeven om met z’n allen de hele klas op te ruimen. Alle laadjes, alle kasten, alle planken. Sven vond het heerlijk. Zijn eigen laadje was zo klaar. Alles in de tas mee naar huis, papieren in de papierbak, laadje lekker leeg. Hij mocht daarna de biebkast opruimen. Sven haal de alle boeken eruit, maakte de kast schoon en zette alle boeken op AVI-volgorde terug. De juf gaf hem een compliment. Sven was zo trots en de ruimte in de klas gaf hem een heel goed gevoel.

Toen Sven de volgende ochtend met hetzelfde gevoel de klas instapte, sloeg de schrik om zijn hart. De rommelpiet was geweest. Zijn bureau stond op zijn kop. En erger nog; de biebkast was helemaal leeggehaald en alle boeken lagen verspreid door de klas. En Sven barstte in huilen uit. De andere kinderen keken hem raar aan en lachten hem uit.

Sinterklaas op school geeft Sven nu een naar gevoel. Hij wil dat het gewoon weer januari is. Zonder rare feestdagen en rommelpieten.

Misschien heb jij ook wel een Sven in de klas. Denk dan twee keer na over hoe je de feestdagen organiseert. Niet alle leerlingen houden van verrassingen. En ja: Sven moet er wel mee leren omgaan. En dat kan jij regelen. Door Sven steeds op de hoogte te houden van alle veranderingen die hij kan verwachten. Wennen en meenemen werkt beter dan in het diepe gooien. Van een trauma wordt tenslotte niemand blij.

Activiteiten voor de Mentor

Activiteiten voor de Mentor

Als mentor heb je in ieder schooljaar de schone taak voor je liggen om het gehele schooljaar op nuttige wijze de mentoruren te vullen. In het begin doe je wat kennismakingsspelen en wissel je vooral ervaringen uit. De kans is echter groot dat je daar snel mee klaar bent en dat jouw leerlingen huiswerk gaan maken in jouw mentoruur. Prima natuurlijk, als er ook echt huiswerk gemaakt wordt. Maar ik zie vaak gebeuren dat het gewoon “gezellig” wordt. Leerlingen gaan kletsen, zitten op hun telefoon (want het huiswerk staat in Magister) en doen van alles…. behalve huiswerk maken.

Dus als jij het anders wilt… dan heb ik voor jou zeven mogelijke activiteiten voor de Mentor. Ze staan in willekeurige volgorde.

  1. Spellen waardoor de leerlingen elkaar echt gaan leren kennen. Bijvoorbeeld variaties op “over de streep” en “ga staan als je…”. Het begint natuurlijk bij hobby’s en huisdieren, maar later kun je ook persoonlijkere dingen vragen. Hier vind je nog meer leuke spellen voor in je klas.
  2. Maak groepjes van vier en ga aan de slag met een placematopdracht. Ieder viertal zit rondom 1 tafeltje met ieder een pen. Je zet een open vraag op het bord: bijvoorbeeld “wat zou er op school allemaal anders moeten”. De vraag kan gaan over van alles en nog wat (zelfs over de lesstof). Vervolgens krijgen de leerlingen 3-5 minuten om voor zichzelf (in stilte) het antwoord op te schrijven. Vervolgens kiest iedere groep een voorzitter. De voorzitter heeft als taak om de antwoorden van alle groepsleden te verzamelen, er vragen over te stellen en in het middelste vak een “grote gemene deler” te noteren. Daar krijgen de leerlingen 15 minuten voor. Daarna neem jij de groep weer centraal en verzamel jij de alle “grote gemene delers” van alle groepjes. En jij maakt daar weer een “grote gemene deler” van de hele klas van. Dat doe je allemaal op het bord. Deze opdracht geeft jouw veel inzicht in de leerlingen en de leerlingen leren veel van elkaar. Zorg wel dat je je strak aan de tijd houdt. De placemat kun je downloaden in de SterkNieuws.
  3. Heb het eens over huiswerk maken en het plannen voor proefwerken. De leerlingen moeten leren dat het belangrijk is om:
    1. Huiswerk op te schrijven in een planner of agenda. Plenda is een erg goede, maar prijzig. Hier vind je gratis huiswerkplanners.
    2. Niet langer dan 45 minuten achter elkaar te leren.
    3. Leer- en maakwerk af te wisselen.
    4. Water te drinken tijdens het leren.
    5. Telefoons uit te zetten: een kleine afleiding kost je 7 minuten om weer goed aan het werk te zijn.
    6. Te focussen voor je begint met leren.

Daarnaast is het belangrijk dat de leerlingen hun klachten over huiswerk en planningen (vooral van andere leraren) bij jou kwijt kunnen. Je moet wel duidelijk zijn in wat je wel en niet kunt doen om ze te helpen. Je mag ook je collega’s niet afvallen. Maar de leerlingen moeten wel jouw begrip voelen dus je moet vooral een steunend en luisterend oor zijn.

  1. Houd coachgesprekken! Doe dat één op één en geef de rest vrij (als dat kan). Bedenk wel van te voren goede, open vragen om te stellen. Hierdoor bouw je een goede band op met leerlingen. Respecteer wel openlijk hun privacy: vertel niets door en neem geen stelling. Luister goed en betrokken.
  2. Nodig gastsprekers uit. Dat kunnen mensen zijn die de leerlingen zelf bedacht hebben. Laat ze maar eens nadenken over wie ze zouden willen interviewen, of wiens verhaal interessant zou kunnen zijn. Zo had ik zelf jaarlijks een oud-verzetsstrijder te gast. Ieder jaar waren mijn leerlingen weer diep onder de indruk van het verhaal van de man.
  3. Geef les over leren leren. Hoe onthoud je de stof het beste? Oefen geheugentechnieken? Hoe slaan jouw hersenen de stof het beste op? Hier vind je veel tips.
  4. Organiseer een event met de klas. Ideeën kunnen de leerlingen uitwisselen d.m.v. de placematmethode. Het kan een feest worden, een geldinzameling, een project… het maakt niet uit, als er maar heel veel taken zijn, zodat iedereen zijn eigen bijdrage kan leveren. Zorg voor een duidelijk stappenplan, met tijd en deadlines.

Weet jij nog meer activiteiten? Reageer dan via “geef hier een reactie”.

Veel plezier!

Een schoon schoolplein

Een schoon schoolplein

Het lijkt wel alsof iedereen het de hele tijd over het milieu heeft en de klimaatverandering. Plastic Soep is Hot!


Sinds een half jaar speur ik, iedere keer als ik buiten loop, de grond af op zoek naar zwerfvuil. Lege blikjes, plastic zakken, wikkels van snoeprepen… en iedere keer raap ik minimaal 2 dingen op. Ik gooi ze weg in de dichtstbijzijnde vuilnisbak. Dat geeft mij het idee dat ik ook een bijdrage lever aan de vermindering van afval en een beter milieu. Ik heb dat niet zelf bedacht, het stond op feestboek, maar het kost me weinig moeite, eigenlijk. Ik denk er ook makkelijk aan.

Maar het valt me op hoe weinig vuilnisbakken er op straat staan, vooral in de buurt van de scholen waar ik vaak kom. En rondom die scholen kan ik dan zoveel afval oprapen dat ik voor zeker een week mijn taks haal. Ik heb nu dus een plastic (ahum) zak in mijn auto (ahum 2) waar ik het zwerfafval dan in verzamel voor mijn eigen vuilnisbak.

En dan zie ik de kinderen op het plein naar mij kijken. Ze stoten elkaar aan. “Die is gek… dat is toch vies…”  

Ik meen mij te herinneren dat basisschoolleerlingen altijd een enorm hart hebben voor dieren en het milieu. Ze weten ons volwassenen altijd precies te vertellen hoe het moet. Waar zit het pijnpunt?

Is het geen idee om onze leerlingen (ja! Ook die van VO en MBO) ook aan te leren om 2 keer per dag zwerfvuil te rapen rondom de school? Dat kost geen extra tijd. Gewoon in de pauze en vóór en na schooltijd. Zo moeilijk is dat toch niet? Alles voor een beter milieu. Ik geloof in druppels op een gloeiende plaat. Gewoon doen.

Wel daarna even handen wassen. Ja. Dat doe ik ook!

Plastic Soup Foundation

Wisselmomenten in de les

Wisselmomenten in de les

De moeilijkste momenten in een les, zijn die momenten waar je wisselt van activiteit. Leerlingen grijpen die momenten aan om te gaan praten, lopen, rommelen… Waarom doen ze dat?

  • Omdat het mensen zijn, die even willen ontspannen na een inspannende activiteit.
  • Omdat ze de kans grijpen om de volgende activiteit uit te stellen.
  • Omdat de leraar ze die ruimte geeft.

Er zijn 5 dingen die je moet doen, om deze wisselmomenten rustig en snel te laten verlopen.

  1. Bedenk hoe je wilt dat de leswissel verloopt; stap voor stap en in hoeveel tijd. Schrijf het op.
  2. Maak er een routine van. Leer de leerlingen aan dat leswisselingen altijd om dezelfde manier in dezelfde tijd verlopen. Oefen de routine met de leerlingen.
  3. Vertel de leerlingen precies wat ze moeten doen (in zichtbaar gedrag) en vertel ook hoe lang ze er over moeten doen. Zet desnoods de stappen op het bord of op een poster.
  4. Zet een timer aan. Zichtbaar.
  5. Start! Complimenteer de leerlingen die goed op weg zijn. Geef ook complimenten als de tijd om is. Corrigeer algemeen als niet iedereen op tijd klaar is.

Succes!

Houd de aandacht vast van jouw leerlingen!

Houd de aandacht vast van jouw leerlingen!

Als leraar heb je de rol van presentator. Dat betekent dat je jouw leerlingen mee moet nemen in jouw verhaal. Maar hoe houd je ze geboeid? Hoe zorg je ervoor dat ze blijven luisteren? Helemaal tot het eind van jouw les?

Ik heb daar 7 tips voor:

  1. Begin aan het eind. Vertel het doel van je les; de kennis en/ of de vaardigheden die de leerlingen aan het eind gaan weten en/ of kunnen.
  2. Zorg voor een boeiende “haak”; iets wat aansluit bij de leerlingen, iets wat ze interessant vinden of waarvan je zeker weet dat ze willen weten wat het is en/ of hoe het werkt. Maak het spannend.
  3. Zorg ervoor dat je zelf niet langer dan 4 à 5 minuten achtereen praat.
  4. Vervolgens moeten de leerlingen iets doen. Iets zeggen (allemaal!), over- of opschrijven, iets uitvoeren, nadoen, enzovoort. Geef ook duidelijk aan hoeveel tijd ze daarvoor hebben. Ze moeten voldoende tijd hebben om de taak uit te voeren, maar niet zoveel tijd dat ze zich kunnen vervelen (en afhaken/ iets anders gaan doen).
  5. Laat iets zien. Een filmpje, een voorwerp, een demonstratie… Maak het spannend, zorg ervoor dat de leerlingen willen kijken, nieuwsgierig zijn.
  6. Als leerlingen toch afhaken, grijp je onmiddellijk in en haal je ze er weer bij. Dan kan met een blik, een algemene opmerking of een gebaar. Maak duidelijk dat je verwacht dat iedereen actief meedoet. Bedank je leerlingen als ze weer meedoen.
  7. Houd het tempo hoog! Als jij vertraagt, zullen je leerlingen afhaken. Ze moeten jou nèt bij kunnen houden.

Succes! Houd je leerlingen bij de les!

Geef een hele goede les

Geef een hele goede les

De eerste weken van een nieuw schooljaar is het heel belangrijk dat je je lessen heel goed voorbereid. Iedere les die je geeft moet een hele goede les zijn.

Nu kun je natuurlijk zo’n ouderwets lesvoorbereidingsformulier gebruiken, maar die zijn meestal veel te lang en moeilijk te gebruiken in de praktijk. Daarom geef ik je een stappenplan waarmee je in 7 stappen je les kunt voorbereiden en geven. Je hoeft alleen maar de antwoorden op te schrijven.

  1. Waar gaat de les over? Wat is het thema, het onderwerp?
  2. Waarom moeten jouw leerlingen dit leren? Wat moeten ze weten en/ of kunnen aan het eind van deze les? Wat is het doel van jouw les?
  3. Welke stappen moeten de leerlingen nemen (wat moeten ze precies doen en in welke volgorde) om het doel te bereiken?
  4. Hoe ziet jouw instructie eruit? Welke stappen moet jij nemen om ervoor te zorgen dat alle leerlingen precies doen (in de juiste volgorde) wat ze moeten doen om het doel te bereiken?
  5. Hoe ga je ervoor zorgen dat alle leerlingen betrokken worden én blijven bij jouw les? Hoe houd je ze bij de les?
  6. Welke voorbeelden geef jij zodat de leerlingen (begeleid) kunnen oefenen en welke opdrachten moeten de leerlingen maken om zelfstandig te kunnen oefenen (verwerken en zelfstandig werken)? Welke huiswerk hoort daarbij?
  7. Hoe ga je toetsen of de leerlingen het doel bereikt hebben en wanneer ga je dat doen?

Het is hierbij ook heel belangrijk dat je steeds aangeeft hoe de leerlingen het moeten doen. Zet op het bord aan welke eisen het werk (zowel tijdens de instructie als tijdens de verwerking en het zelfstandig werk) moet voldoen. Denk hierbij aan tijd, netjes werken, samen of alleen, wanneer moet het af zijn, in stilte of in overleg, enzovoort. Zo zorg je ervoor dat iedere les een hele goede les is.

PS Haal de “flauwekulopdrachten” die de methode ook geeft eruit als ze niet tot het lesdoel leiden en vervang deze opdrachten door jouw eigen opdrachten die wél tot het doel leiden!

Ik wens je veel plezier met het geven van de beste lessen van het jaar!

Twee klassen in een klas

Twee klassen in een klas

De griepgolf heeft enorm toegeslagen afgelopen winter. Ik weet niet hoe het bij jullie ging, maar wij moesten echt enorm ons best doen om vervangers te vinden. Op sommige scholen lukte dat niet en moesten klassen samengevoegd worden, zodat de leerlingen niet naar huis gestuurd hoefden te worden. Twee klassen in een klas…

Op zich kan dat natuurlijk best wel: twee klassen in een klas. En zeker als de leerlingen van de andere klas jou goed kennen is het misschien best een goede oplossing. Maar hoe pak je dat nu aan? Ik heb een stappenplan voor je.

  1. Maak ruimte in je lokaal. Schuif met stoelen en tafels, zet desnoods tijdelijk kasten op de gang. Ruimte is noodzakelijk.
  2. Stel duidelijke afspraken op. Misschien zijn die wel anders dan normaal, dat kun je uitleggen. Maar zet ze op papier.
  3. Maak een afwijkend dagrooster, waarin je korte lesblokken van 30 minuten maakt, met een korte instructie, enkelvoudige opdrachten bij Zelfstandig Werk en met gezamenlijke les-overgangen en ijkpunten.
  4. De volgende zaken zijn belangrijk:
    1. Herhaal de afwijkende afspraken regelmatig.
    2. Plan ook activiteiten én rustpunten in met beide groepen tegelijk.
    3. Oefen de routines, zeker als er naar het andere lokaal gelopen moet worden.
    4. Speel extra buiten of doe extra energizers tussendoor.
  5. Als je de dag na afloop met alle leerlingen evalueert, vraag dan alleen naar de dingen die heel goed gingen.
  6. Geef regelmatig pluimen aan de leerlingen als ze goed bezig zijn. Vooral aan die leerlingen voor wie verandering moeilijk is.
  7. Neem de tijd. Doe veel minder dan op het oorspronkelijke rooster staat. Kies met zorg je prioriteiten.

Kies ook met zorg de groepen uit die samengevoegd moeten worden. Misschien lijkt de boven- of onderliggende groep de beste keus, maar je kunt ook kiezen op basis van ligging in het gebouw of twee groepen samenvoegen die qua leeftijd ver uit elkaar liggen (groep 1-2  met groep 7). Korten: weeg alle voor- en nadelen tegen elkaar af, denk er over na (laat je niet opjagen) en zorg dat je bewust kiest.

FAQ voor invallers

FAQ voor invallers

Kijk, dat vind ik nou leuk: een e-mail van een invaljuf die tegen bepaalde dingen aanloopt en graag tips wil om te weten hoe zij er beter mee om kan gaan. Ik kan me zo voorstellen dat zij niet de enige is! Daarom deze week:

FAQ voor invallers

  1. Hoe om te gaan met zeer tijdelijke collega’s?
    • Geef ze allemaal een hand, herhaal hun naam en stel jezelf voor.
    • Als je vaker op die school wil invallen, ga dan in de pauze bij ze zitten en klets mee. Stel veel vragen.
    • Wordt vriendjes met de leraren in de lokalen naast je en bespreek wat je kunt doen met leerlingen met moeilijk gedrag. Wat zijn de regels op de school? Mag je leerlingen even bij de buren parkeren?
  1. Soms vragen collega’s hoe het gaat om vooral te horen dat ze niets extra’s hoeven te doen. Hoe kan je dan reageren?
    • Maak duidelijk dat je komt invallen, maar dat je de school en de leerlingen nog niet zo goed kent. En dat je echt niet zonder hun hulp kunt. Maar zegt ook dat je alles doet wat je kunt. Zorg voor een proactieve houding.
    • Zeg dat je de school uit de brand komt helpen, zodat de leerlingen niet verdeeld hoeven te worden.
    • Stel gewoon de vragen die je wilt stellen. Wees brutaal! Ze mogen blij zijn dat je er bent.
    • En als er steeds mensen jouw lokaal komen binnenlopen om te vragen hoe het gaat, spreek dan met de leerlingen dat jullie met z’n allen dan heel hard gaan zwaaien en uitroepen: “het gaat goed!” Oefen dit wel met de leeringen.
  1. Wat doe je met haperende digiborden en onjuiste codes?
    • Met een beetje mazzel heb je van te voren de checklist voor invallers uitgeprint en doorgelopen. Dan zou het kunnen zijn dat je in ieder geval de juiste codes hebt.
    • Zorg dat je in ieder geval (papieren) lessen hebt, zodat je in ieder geval les kunt geven.
    • Zet jouw regels op een poster die je op kunt hangen, evenals een dagprogramma.
    • Wijs één leerling aan als digibord-assistent. Die mag jou maximaal 3 minuten helpen. Als het niet lukt: pech. Dan blijft het bord uit. Maak in dat geval foto’s van de whiteboards, maak ze schoon en gebruik ze als schoolbord. Aan de hand van de foto kun je aan het eind van de dag alles er weer opzetten wat erop stond.
    • Bij digitale methodes wordt het een kwestie van improviseren. Doe niet wat je niet kunt doen.
    • Neem snelle beslissingen, kom zeker over. Zodra jij gaat twijfelen, wordt het onrustig in de klas. Voorkom dat. Jij bent de baas.
  1. Wat je kun je met leerlingen doen die jouw dag ernstig verstoren? Zelfs al bij kleuters!
    • Ook hier geldt: sta stevig in je schoenen. Doe wat jij wilt!
    • Vat het nooit persoonlijk op. Leerlingen zijn geprogrammeerd om jou uit te proberen.
    • Leerlingen die het “goed” doen geef je heel veel complimenten. Benoem specifiek wat ze goed doen,
    • Je neemt de leerlingen die je les verstoren onmiddellijk apart en je vertelt (duidelijk en positief gesteld) hoe jij het wilt hebben. Je zegt ook dat je weet dat die leerling dat kan.
    • Zodra de leerling het ook “goed” doet, geef je een groot compliment: “zie je wel! Je kunt het!”
    • Als je leerling je toch nog gaat uitproberen, gaat de ladder in werking:
  2. Je stuurt een boze blik. Eventueel met handgebaar.
  3. Je zet de leerling even apart en vertelt wanneer hij weer mag laten zien dat ie het kan.
  4. Je geeft de leerling straf.
  5. Je zet de leerling buiten de klas (zorg dat je van te voren weet waar).
  1. Moet je wel of niet de directeur begroeten bij binnenkomst op een nieuwe school.
    • Ja! Behalve als deze druk af afwezig is.
    • Belangrijker is: de conciërge en ander OOP. Wordt daar hele dikke vrienden mee!

Vergeet niet: het is geen recept of wet van Meden en Perzen… als je op je gevoel afgaat, gaat het meestal goed!

Wil je de online cursus volgen “Invallen in het PO?” Klik dan hier.

Succes! en veel plezier met het verder lezen van de Sterk Nieuws

Orde Houden in de Klas

Orde Houden in de Klas

Orde houden is soms best ingewikkeld. Het is absoluut te leren en je moet voor ogen houden dat jij jouw manier van orde houden moet uitproberen en oefenen. De aanhouder wint, in dit geval (en ik kan het weten…).

Er zijn twee redenen waarom je de orde verliest:
1. Je pakt het onhandig aan. Je didactiek is niet in orde, je legt niet goed uit, je spreekt een leerling verkeerd aan
2. Je laat het er bij zitten:
a. Je voelt je niet verantwoordelijk
b. Je denkt dat je er geen last van hebt
c. Je durft geen grenzen te stellen
d. Je weet niet goed wat je moet doen
e. Je weet wel wat je moet doen, maar je kunt het (nog) niet
f. Je bent bang om het nog erger te maken

In het eerste geval is het belangrijk om serieus te luisteren naar de signalen uit de klas. Je leerlingen zijn dan waarschijnlijk in opstand gekomen, omdat jij iets verkeerd, of onhandig hebt aangepakt. In dat geval helpt dit stappenplan:
1. Leg de les stil en vertel je leerlingen dat je serieus naar ze zult luisteren, en dat je daar hun hulp bij nodig hebt.
2. Jij vertelt de regels en de procedure (en daar houd je de leerlingen aan).
3. Je inventariseert de “klachten” en vraagt om serieuze (!) oplossingen.
4. De oplossingen inventariseer je ook.
5. Je kiest de oplossing(en) die voor jou werken en je vraagt commitment aan de leerlingen door hun hand op te laten steken.
6. Je gaat verder met de les (als daar nog tijd voor is…).

In het tweede geval is er sprake van een ordeprobleem. Hier is het belangrijk om na te gaan wat jij wilt. Pas als je dat op een rijtje hebt, kun je verder:
1. Welke regels vind jij echt belangrijk?
2. Wat mogen de leerlingen beslist niet?
3. Wat verwacht jij van de leerlingen?
4. Wat verwachten de leerlingen van jou?
5. Wat kunnen de leerlingen verwachten als zij zich niet aan het voorgaande houden?
6. Hoe kun je alle regels en afspraken positief stellen (zonder in gemopper en “geniet” te vervallen)?
Als je antwoorden hebt op deze vijf vragen, dan kun je die aan de leerlingen vertellen. En ze vragen om zich hier aan te committeren. En dan kun je opnieuw beginnen.
En hoe zorg je dat je de orde vasthoudt?
1. Je loopt zelf rustig door de klas en je hebt ogen in je rug.
2. Je grijpt onmiddellijk in zodra iemand jouw orde verstoort. Je gooit een boze blik, spreekt de dader onder 4 ogen aan, of je complimenteert de leerlingen die doen zoals jij het wilt.
3. Je goochelt met aandacht: humor is het toverwoord!
Het is in ieder geval heel belangrijk om consequent te zijn en te blijven. In het begin kost dat veel geduld en steeds opnieuw beginnen. Want leerlingen zijn a. gewoontedieren en b. snel afgeleid…

Ik wens je succes en veel vasthoudendheid!

Wil je de SterkNieuws nu verder lezen? Klik dan HIER.

Vijf tips voor een rustig Sinterklaasfeest in de klas.

Vijf tips voor een rustig Sinterklaasfeest in de klas.

Jawel… hij is er. De Sint en zijn Pieten. En natuurlijk ga je daar op 5 december aandacht aan besteden… dat kan niet anders.
Alle kinderen zijn druk, of ze nu nog geloven of niet, of ze het vieren of niet… Het Sinterklaasfeest brengt gewoon onrust met zich mee, wat voor weer het ook is.
Ik ben er een groot voorstander van om de dag rustig te laten verlopen. Dat is prettig voor jezelf, het scheelt een hoop rotzooi in je lokaal en je komt zelf niet geheel uitgeput thuis.

Daarom krijg je van mij vijf tips voor een rustig Sinterklaasfeest in de klas:

  1. Zet het programma van de dag op papier (of op het bord) met de tijden erbij. Dan weet iedereen waar ie aan toe is en is de spanning (en daarmee de onrust) minder groot.
  2. Laat de dag op dezelfde manier beginnen als altijd. Als je altijd met een begintaak start, doe dat nu dan ook maar zorg voor een Sintopdracht. Begin je in de kring? Nu ook.
  3. Hang een lijst op met alle liedjes die gezongen kunnen worden. Wissel activiteiten af met een lied en streep iedere keer het gezongen liedje door. Daarmee voorkom je een eindeloze herhaling van “Sinterklaas Kapoentje”.
  4. Zorg ervoor dat leerlingen met speciaal gedrag (bv. ASS) van te voren alles weten. Neem het programma met ze door en zorg ervoor dat ze ergens heen kunnen om even bij te komen van de drukte. Bijvoorbeeld op een “hier-word-ik-rustig-stoel”.
  5. Bouw rustmomenten in waarop je de leerlingen even in stilte iets voor zichzelf laat doen. Lezen of tekenen is vaak een prettige bezigheid.

Ik wens jou en jouw leerlingen een rustig Sinterklaasfeest toe!

Wil je de SterkNieuws nu verder lezen? Klik dan hier.