Categorie archief: werken

werken

Functioneringsgesprek? Ga ervoor!

Functioneringsgesprek? Ga ervoor!

Op de meeste scholen worden functioneringsgesprekken gevoerd. Op alle scholen wordt dat anders geregeld.

Een functioneringsgesprek heeft een andere functie dan een beoordelingsgesprek. Het is zaak om daar alert op te zijn.

Op de site van de AOB staat het als volgt omschreven:
Ken het doel van een functioneringsgesprek
Er bestaat veel onduidelijkheid over het verschil tussen een functioneringsgesprek en een beoordelingsgesprek. Beide gesprekken zijn onderdeel zijn van een cyclus en vinden jaarlijks plaats, maar het doel is anders. Een functioneringsgesprek is een gestructureerd tweerichtingsverkeer-gesprek tussen jou en je leidinggevende. Jullie bespreken de huidige werkpraktijk om knelpunten op te sporen. Voor de geconstateerde problemen bedenk je samen oplossingen en daarover maak je afspraken. Het functioneringsgesprek is dus toekomstgericht. De verbetering staat centraal.

Soms krijg je van te voren een formulier met vragen, of een lijstje met onderwerpen.
Soms is er van te voren een klassenbezoek waar je wordt geobserveerd.
Soms krijg je alleen een datum en een tijd door en moet je maar afwachten wat de onderwerpen zullen zijn.

Soms is degene waar je het gesprek mee hebt ook degene die jou (als je starter of invaller bent) begeleidt. Dat is eigenlijk geen goede zaak; jullie hebben dan allebei twee petten op. In dat geval zou je kunnen vragen of je je functioneringsgesprek met iemand anders mag hebben.

In alle gevallen: ga ervoor! Maak er een leuk gesprek van.

Of je nu invaller bent of vaste kracht, de volgende tips kunnen je helpen.

  • Maak van te voren twee lijstjes. Een met dingen die je heel erg leuk vindt in je werk en een met zaken waar je niet blij mee bent. Als je tweede lijstje langer is dan het eerste, zal je je moeten afvragen of je hier wel wilt blijven werken. De uitkomst daarvan is van invloed op het gesprek dat je hebt.
  • De dingen die je leuk vindt, kan je allemaal noemen. Doe dat met enthousiasme!
  • De zaken die je niet leuk vindt, kun je omzetten in “wensen”. Tijdens je gesprek vraag je dan of er mogelijkheden zijn om die wensen te vervullen. Zo zorg je voor een positieve insteek.
  • Spreek vanuit jezelf en niet over, of namens anderen.
  • Je mag je kwetsbaar opstellen, zolang je er een leerdoel aan koppelt. Zo laat je zien dat je je bewust bent van je tekortkomingen, maar dat je er aan werkt.
  • Alles waar je goed in bent, mag je ook zeker benoemen. Geef daar voorbeelden bij.
  • Als je alleen maar kritiek over je heen krijgt, vraag dan a. om voorbeelden en b. vraag wat volgens hem/ haar wel goed gaat.
  • Krijg je geen functioneringsgesprek? Vraag erom.

Succes!

Zeven tips voor een rustige vakantie

Zeven tips voor een rustige vakantie

Ik denk dat jullie nu allemaal vakantie hebben. Tijd om uit te rusten en bij te komen. Daarom heb ik zeven tips voor een rustige vakantie. Zodat je ook echt uitrust en bijkomt.

  1. Werk vandaag de laatste dingetjes af. Als je dat nog niet gedaan hebt.
  2. Maak een to-do-lijstje voor de laatste dag van jouw vakantie. Dan weet je zeker dat je niets vergeet.
  3. Parkeer alle zorgen, schuldgevoel en ander gedoe ergens achter je.
  4. Plan in je vakantie lege dagen in. Dagen waarop je helemaal niets hoeft, of waar je nog iets kunt gaan doen als je dat eventueel zou willen. Voorkom dat je hele vakantie alweer volgepland is.
  5. Bedenk bij alle sociale verplichtingen of je wilt of moet… willen is eigen keus en bij moeten is het slim om te bedenken of je echt wel wilt of dat je moet afzeggen/ delegeren/ verplaatsen/ veranderen.
  6. Zorg dat er minimaal één vakantiedag is waarop anderen voor jou zorgen. Ga desnoods in een hotel zitten, boek een wellnessdag, schakel je gezin in…. maakt niet uit.
  7. Rust uit en geniet. Van iedere minuut.

Fijne vakantie!

Wil je weten hoe je meer rust in je hoofd kunt houden als het geen vakantie is? Overweeg dan om mee te doen met de tweedaagse training voor leraren.

Heb je zin om een stukje te schrijven? Doe dan mee met de wedstrijd “Mijn eerste jaar als leraar” en win het boek “Je eerste jaar als leraar” van Bazalt.

Boos

Boos

Ik was laatst in een klas waar de leraar nogal boos deed en onvriendelijk was tegen de leerlingen. Kortaf, kribbig, boos. Die leraar liep duidelijk op zijn tandvlees. En de leerlingen haakten af. Mopperden. Na afloop van de les zei hij tegen mij: “Ik snap het niet. Ik wil niet onaardig zijn, maar het gaat vanzelf.….”

Ik had laatst een gesprek met een juf. Ze is net begonnen in een kleutergroep, de directeur is blij met haar en ze mag in ieder geval tot de zomer blijven. Maar ze was niet blij, ze barstte in tranen uit. “Ik ben niet goed genoeg” huilde ze. “Een ouder vroeg wanneer de andere juf weer terugkomt.”

Ik las een stukje over een meester, die overspannen was geraakt. Na vele gesprekken met een psycholoog trokken ze de conclusie dat de meester ongeschikt zou zijn voor het onderwijs. Te perfectionistisch. Meester nam ontslag en zocht een baan buiten het onderwijs. De titel van het stukje? “Hoe hard ik ook werkte, het werk was nooit af.”
Herken je dit?

En herken je deze opmerkingen ook?
“Het hoeft toch niet perfect te zijn.”
“Ik trek om vier uur de deur achter me dicht. Dat zou jij ook eens moeten doen.”
“Joh, zeur niet. Over een paar weken is het toch weer vakantie.”
“Waar maak je je nou druk om?”
“Je moet keuzes maken. Prioriteiten stellen.”
Allemaal makkelijk gezegd maar moeilijk gedaan, niet waar?
En deze… vind ik echt erg. Afgelopen twee weken al drie keer gehoord: “Hé, wel overeind blijven hoor, als jij uitvalt moeten wij nóg harder werken.”
Heb ik een oplossing?
Nee. Alhoewel…

Ga nou eens echt staken. Gewoon een maand alle scholen dicht. PO, VO, MBO… En zeg tegen iedereen dat er géén kinderen opgevangen worden. Dat de school gewoon dicht is. Omdat jullie met een spandoek en een slaapzak en een thermoskan thee op het binnenhof liggen. Maak nou eens een echte vuist, in plaats van dat kneuterige gepolder.
Ik snap wel hoe het zo ver heeft kunnen komen. Wij willen iedereen gelukkig maken, stellen onze leerlingen altijd voorop en we doen het allerallerergste: we doen wat ze van ons vragen, zonder te vragen: “Waarom?”
Ik spreek nog steeds leraren die eindeloze registraties bijhouden en groepsplannen maken omdat dat “van de inspectie moet”. Flauwekul. Het moet niet van de inspectie, het moet van jouw bestuur omdat ze je willen controleren.
En besturen duwen om de haverklap weer nieuwe veranderingen de school in omdat “het zo leuk, nuttig, modern, of noodzakelijk is”. Weer een nieuw concept de school in, begeleid door een onderwijskundige bureau dat veel huiswerk op geeft en ook nog in de klas komt kijken of je het wel goed uitvoert.
Als je de school geen maand wilt dichtgooien, stop dan gewoon eens collectief met alles te doen wat van je gevraagd wordt. Kies voor jezelf. Weiger alle flauwekul waar jullie eigenlijk het nut niet van inzien en waarvan jullie eigenlijk geen flauw idee hebben waarom jullie dit nu zouden moeten doen. Vraag een keer met z’n allen: “WAAROM? Wat hebben we er aan? Hoeveel tijd en energie kost het? Waarom is het goed voor de leerlingen?”
En als je dat niet durft: besteed één vergadering aan het opstellen van criteria: “Waar moet alles wat wij doen op school aan voldoen?” En stop met alles dat niet aan jullie criteria voldoet. En weiger vervolgens alles wat er in de toekomst niet aan voldoet.

Ja. Ik ben boos. En nee. Niet op de regering of de besturen.

Slachtofferhulp

Slachtofferhulp
Voor iedereen die dit wel eens denkt:
“Daar kan ik toch niets aan doen?”
Of zegt:
“De kinderen zijn tegenwoordig zo druk.”
Of verzucht:
“Ik moet steeds van alles.”
Of merkt:
“Die ouders nemen me niet serieus.”
Of fluistert:
“Mijn collega begrijpt mij niet”.
Is er nu slachtofferhulp.
Herken je het? Kan jij er ook wel eens niks aan doen?
Kruip jij ook wel eens in de rol van slachtoffer?
(Wat trouwens best wel een keertje mag…)
Dan is het de hoogste tijd voor slachtofferhulp.

Lees dit gedicht:
Als ik blijf doen wat ik altijd heb gedaan,
Blijf ik krijgen wat ik altijd heb gekregen.
Als ik blijf kijken zoals ik altijd heb gekeken,
Blijf ik denken zoals ik altijd heb gedaan.
Als ik blijf denken zoals ik altijd heb gedacht,
Blijf ik geloven zoals ik altijd heb geloofd.
Als ik blijf geloven wat ik altijd heb geloofd,
Blijf ik doen wat ik altijd heb gedaan.
Als ik blijf doen wat ik altijd heb gedaan
Blijft me overkomen wat me altijd is overkomen.
(Bron: onbekend)

En bedenk dan:
1. Hoe zou ik het willen hebben?
2. Heb ik daar invloed op?
3. Welke invloed heb ik daar (wel) op?
4. Wat is het eerste dat ik kan doen om iets te veranderen?
5. Kies een datum en zet in je agenda dat je dat gaat doen!

Succes!

Is die werkdruk echt te hoog?

Is die werkdruk echt te hoog?

Hè hè, eindelijk mag het gezegd worden: de werkdruk in het onderwijs is te hoog.

En eindelijk zijn we aan het staken. En ik hoop dat we daar mee doorgaan tot er echt iets verandert in het onderwijs. Een hoger salaris: ja. En veel meer geld voor de werkdrukverlaging dan nu is toegezegd. Want van dat beetje geld kan iedere school (heb ik ergens gelezen) 4 uur per week een conciërge of onderwijsassistent inhuren. Dat schiet lekker op (maar niet heus).

Tot  er echte veranderingen worden doorgevoerd, kun je als school ook al wat doen. Want er  zijn voorbeelden van scholen die de werkdruk en vooral ook de regeldruk onder controle hebben.

Hoe doen ze dat?

Leraren houden dat plezier als het ze lukt om te focussen op hun passie voor het onderwijs. Focussen op de dingen waar ze blij van worden in plaats van op wat ze niet bevalt of afkeuren.

Leraren blijven energiek als ze keuzes kunnen en durven maken in wat ze wel en niet doen, als ze zich eigenaar voelen van hun taken en geen ‘pion’ op een groot schaakbord. Als ze vanuit hun hart en met hun deskundige betrokkenheid prioriteiten kunnen stellen en op die manier goed voor de leerlingen en goed voor zichzelf zorgen.

Wat kan iedereen binnen de school  doen om een gunstig klimaat in jouw school te creëren?

Hier volgt de top 7 van de dingen die jullie met het hele team kunnen doen:

1.Stel prioriteiten: wat is nu belangrijk en wat kan nog even wachten?

2.Wees bewust van wat een ‘must’ is (regelgeving) en waarin je als school vrijheid hebt om zelf vorm te geven. Vraag het na! Neem niets voor zoete koek aan.

3.Wees transparant over wat de overheid vraagt en wat je als school, vanuit je onderwijsvisie wilt.

4.Maak ruimte om aan teamgeest te werken. Heb het leuk met elkaar.

5.Kies bewust voor een paar jaarlijkse  buitenschoolse activiteiten en lessen en schrap de rest.

6.Maak zorgen, vragen en vraagtekens bespreekbaar.

7.Last but not least: neem het serieus als het soms toch teveel is voor iemand. Zorg voor een luisterend oor, begrip en eventueel samen naar een oplossing zoeken.

Het lijkt zo simpel, maar echt, het werkt.

 

Vijf tips voor minder werkdruk in het Onderwijs

Vijf tips voor minder werkdruk in het Onderwijs

Besturen, de overheid, directeuren en wijzelf zijn de oorzaak van de enorme werkdruk in het onderwijs.
De overheid, omdat die steeds van beleid en plannen wisselen.
Besturen, omdat zij bang zijn de controle te verliezen zonder bureaucratische regelgeving.
Directeuren, omdat zij enorm hun best doen in opdracht van die besturen.
Wijzelf, omdat wij perfectionistisch zijn, bang om iets fout te doen en omdat wij hopen dat mensen ons waarderen als wij ons werk doen zoals men verwacht.

Helaas hebben wij weinig tot geen invloed op de overheid en ons bestuur, maar wij kunnen wel als team met onze schoolleiders gaan praten over “hoe het anders zou kunnen”. Klagen is wel lekker maar helpt niet. Samen plannen bedenken en uitvoeren om de werkdruk te verminderen helpt wel.

Leg al jullie taken en bezigheden eens langs de volgende meetlat:
1. Zijn alle handelingen eenvoudig? Gemakkelijk uit te voeren? Handig in het gebruik?
2. Hoeveel tijd kosten de handelingen? Kan het in minder tijd? Kan het geschrapt?
3. Is het nuttig? Dient het een relevant doel?
4. Voel ik mij nuttig als ik dit doe? Draagt het bij tot mijn professionele houding?
5. Zijn de opbrengsten duidelijk? Gaat het om kwaliteit en inhoud?

Misschien heb je zelf ook nog wat puntjes voor de meetlat. Deel ze dan vooral met ons in het commentaarveld.
In ieder geval: ga ermee aan de slag. Trek de stoute schoenen aan, vorm een team en maak plannen!
Succes !

Zorg voor MINDER werkdruk in het onderwijs!

Een professionele houding in het onderwijs

Een professionele houding in het onderwijs

Ik betrap me erop dat ik van veel collega’s vind dat ze weinig professioneel zijn. Aan de ene kant vind ik dat niet kunnen; wie ben ik dat ik mag oordelen over anderen? Aan de andere kant vind ik het in belang van leerlingen dat leraren hun werk goed doen. Is het dan zo dat je alleen je werk goed kunt doen als je “professioneel” bent? En wat is professioneel dan?

Volgens Van Dale:
Betekenis ‘ professioneel ‘
Je hebt gezocht op het woord: professioneel.

pro•fes•si•o•neel (bijvoeglijk naamwoord, bijwoord)
1 van beroep
2 aan het beroep eigen
3 (als) van een vakman: een professionele aanpak

Hm. Hier kan ik niet zoveel mee. Ik denk dat wij tegenwoordig iets anders bedoelen met professioneel. Iets als “zakelijk”. Maar dan anders.

Ik heb vijf aspecten gevonden die m.i. horen bij de professionele beroepshouding van een leraar:
1. Persoonlijke eigenschappen: sociaal vaardig, gedisciplineerd, initiatiefrijk, besluitvaardig en pragmatisch.
2. Een mooie balans kunnen vinden tussen begrip tonen en grenzen stellen; op de juiste wijze assertief zijn.
3. Willen blijven (bij)leren. Ontwikkelingen in de wereld gaan snel. Het is de taak van de leraar om leerlingen voor te bereiden op hun taak in de wereld. Dat betekent dus dat een leraar op te hoogte moet zijn van de laatste ontwikkelingen.
4. De leraar staat centraal. Alleen een leraar die zichzelf centraal stelt kan iedere leerling datgene bieden wat hij of zij nodig heeft.
5. Ontwikkelde vaardigheden: pedagogisch, didactisch en reflectievermogen.

En nu ben ik heel benieuwd of jullie het hier mee eens zijn… en als dat zo is: hebben wij dan dezelfde mening over de professionaliteit van sommige collega’s? Of betekent dit dat wij daar nog steeds niet over mogen oordelen?

Hm…

Het onderwijs in Portugal

Het onderwijs in Portugal

Ik ben nu op vakantie. In Portugal. En dan kan ik natuurlijk een weekje overslaan. Maar ik denk natuurlijk dat ik compleet onmisbaar ben in jullie leven, dus heb ik toch een blog geschreven. En om in de stemming te blijven, gaat deze blog over “Het onderwijs in Portugal”.

Onderwijs in Portugal is openbaar (gratis) of particulier (betaald en meestal RK).
Kinderen van 3 tot 5 kunnen naar de kleuterschool. Dat is niet verplicht; de leerplicht begint pas vanaf 6 jaar. Er zijn niet zoveel kleuterscholen; eigenlijk alleen in de grote steden.

De lagere school is voor kinderen van 7 t/m 15 jaar; daarna stopt de leerplicht. Veel leerlingen stoppen dan met school en gaan werken. Het functioneel alfabetisme is in Portugal daardoor een van de hoogste van Europa.

Het lager onderwijs is verdeeld in 3 fasen. Men krijgt een diploma na het slagen voor het afsluitende examen aan het eind van de 3e fase. Er is een enorm verschil tussen de kwaliteit van zowel voorzieningen als het onderwijs zelf, tussen de steden en het platteland. Op sommige plattelandsscholen wordt er zelfs nog les gegeven aan ochtend- en middagploegen.

Secondair onderwijs is voor 15-18 jarigen. Er kan gekozen worden tussen een algemeen vormende opleiding, een beroepsopleiding of een gespecialiseerde vakopleiding. Daarna kan toelatingsexamen gedaan worden voor HBO of Universiteit. Er zijn enorme kwaliteitsverschillen tussen opleidingen; hoe rijker je ouders, des te beter de opleiding die je kunt volgen.

De laatste jaren is er veel aandacht geweest voor het zg. tweedekansonderwijs. De overheid wil hiermee het enorme analfabetisme terugdringen. Door vooroordelen en vastgeroeste systemen lijkt dit echter maar langzaam te lukken.

Kortom: wij boffen in Nederland met ons onderwijs. En onze leerlingen zeker!

Ik wil wel maar die ander wil niet

Ik wil wel maar die ander wil niet 

“Make them an offer they can’t refuse”.

Het klinkt bijna als een relationele crisis.
Jij wilt trouwen, maar je vriendin wil dat niet. Jij wilt op vakantie naar Griekenland, maar je man wil naar Zweden. Jij wilt dat je zoon zijn kamer opruimt, maar jouw zoon vindt dat niet nodig.
Allemaal onderwerpen waar je ruzie over kunt maken, of in ieder geval de ander kan proberen te overtuigen van jouw gelijk. Omdat je een relatie hebt met die ander; verbonden bent.
Maar wat nou als het iemand betreft die je nog helemaal niet kent? Of iemand die in de hiërarchische ladder “hoger” staat dan jij? Zoals een toekomstige duo-partner. Of de directeur van een school waar je komt te werken?

Vorige week gaf ik tips voor het samenwerken met een (toekomstige) duo-partner. En vervolgens kreeg ik de vraag: “Wat doe ik als die ander weigert om tijd voor mij te maken?”
Goede vraag. Je kunt de ander niet dwingen. En omdat je nog geen relatie met die ander hebt, is het moeilijk om invloed op diegene uit te oefenen. Dat jij je professioneel opstelt, is nog geen garantie dat een ander dat ook doet.

Er zijn vier dingen die je wel kunt doen.
1. Je vertelt de ander dat je heel graag wilt dat diegene wel die tijdsinvestering doet. Omwille van de kinderen. Daar willen jullie toch allebei het beste voor? Bovendien gaat het de ander heel veel meer tijd en energie kosten als dingen mislopen door een gebrekkige communicatie. Blijf in dit gesprek bij jezelf; maak duidelijk wat jij wilt en waarom. En: “Make them an offer they can’t refuse”. Beloof desnoods gebak mee te nemen.

2. Ga naar de directeur en vraag wat er van jou wordt verwacht als invaller. Als uit dat gesprek komt dat het gebruikelijk is dat er een overdracht plaatsvindt, dan kun je hem/ haar om hulp vragen om deze overdracht geregeld te krijgen. Leg de schuld niet bij de onwillige ander, maar zeg eerlijk dat je het moeilijk vindt om dit te vragen omdat de ander duidelijk bij jou heeft aangegeven geen tijd te hebben.

3. Je gaat gewoon aan de slag. Je maakt de leerlingen duidelijk dat het gaat zoals jij wilt op de dagen dat jij er bent. En dat alles dus anders gaat dan bij de andere juf. En dat ze dat heel goed kunnen; als ze gaan spelen bij een vriendje dan zijn de regels ook heel anders dan thuis. Zorg dat je dan wel heel sterk in je schoenen staat en heel consequent ben.

4. Je bedankt voor de opdracht. Je wilt alleen werken op een school met medewerkers met een professionele opstelling. Communiceer dat duidelijk en blijf bij jezelf.

Wat je ook kiest: kies een reactie die bij jou past. Succes!

Ouderwets = uit de tijd … dus weg ermee!

Ouderwets = uit de tijd … dus weg ermee!

Als ik naar het onderwijs kijk vandaag de dag, dan vind ik eigenlijk dat er niks is veranderd. Meer dan 100 jaar geleden zaten er heel veel kinderen van dezelfde leeftijd in de klas en er stond een leraar voor, die erg zijn best deed om zo goed mogelijk les te geven.
Wat is er dan anders?
Niks!

Ja oké, de techniek is de school ingekomen. We weten meer. De kinderen hebben een andere rol in het gezin dan 100 jaar geleden. De zaterdag is tegenwoordig een vrije dag. De maatschappij is veranderd. Gelukkig maar; ik moet er persoonlijk niet aan denken dat alles nog steeds hetzelfde is als 100 jaar geleden. Lijfstraffen, ezelskoppen, speciale opdrachten voor meisjes…
Maar als je nog eens kijkt naar de schoolklassen van toen en van nu… we doen nog steeds ontzettend onze best om zo goed mogelijk les te geven aan een (grote) groep leerlingen in een klaslokaal. Betekent dat dat het onderwijs ouderwets is?
Ouderwets wordt toch gezien als een beetje een “vies woord”. Uit de tijd. Achterhaald. Verleden tijd. Onderwijs is toch niet ouderwets meer? We hebben toch alles uit het verleden wat niet werkt de school uitgegooid?

Nou nee. We hebben van alles de school ingegooid waarvan men roept dat “het nieuw en dus goed is”. En sluipenderwijs heeft men wat ouderwetse dingen de school uitgezet. Maar wie zijn toch die “men”?
Ik ben er achter. Die “men” dat zijn onderwijskundigen die nog nooit een klas van dichtbij gezien hebben. Onderwijskundigen die dingen bedacht hebben, maar nooit onderzocht hebben of dat wat zij bedacht hebben wel werkt op onze scholen. Onderwijskundigen die veel contacten hebben in de politiek. Onderwijskundigen die ongetwijfeld verstand hebben van heel veel dingen, maar beslist niet van het dagelijkse onderwijs. En met hun ideeën zijn er veel goede technieken uit de klas verdwenen.

Ik pleit er voor om een paar ouderwetse technieken terug te halen in onze klassen. Ouderwets kan dan wel stom klinken, maar deze ouderwetse technieken werken. Ze zorgen ervoor dat onze leerlingen die dingen leren die ze moeten leren. En ik pleit er ook voor om een aantal nieuwe technieken te behouden. Omdat ze goed zijn voor onze leerlingen. Dan ben ik maar ouderwets.

1. Leerlingen zijn geen volwassenen. Hun hersenen zijn nog niet volgroeid, dus ze kunnen die nog niet volledig benutten. Ze zijn dus niet in staat om goed-doordachte beslissingen te nemen. Het is de taak van de leraar om ze daar bij te helpen. Die moet heel goed weten wat een leerling wel niet zelf kan beslissen. Een leraar moet dus duidelijke keuzes bieden.
2. Het digibord is fantastisch en het moet blijven. Maar hang er alsjeblieft een krijtbord naast; haal dat whiteboard weg. Krijtborden zijn een must voor degelijk schrijfonderwijs. En iedere leerling kan lezen wat er op staat; ook achterin het lokaal. Dat heb ik op een whiteboard nog niemand voor elkaar zien krijgen.
3. Zorg dat je goed weet wat de leerlingen moeten weten en kunnen: ken je leerlijnen. Leg daar de methode naast. Gebruik de methode als handreiking en niet als wet.
4. Leraar zijn is een vak. Er wordt veel van je verwacht en je hebt een enorme verantwoordelijkheid. Gedraag je daar ook naar. Ga terug op je voetstuk; profileer je als deskundig en laat je ook als zodanig betalen.
5. Tafels stampen. Rijtjes opzeggen. Strafregels schrijven. Fouten verbeteren. Onze hersenen zijn geprogrammeerd om iets te onthouden als we het a. mondeling herhalen en b. opschrijven. Liefs minimaal 7 keer. Sorry, maar het werkt.
6. Kleuters leren door spelen. Liedjes zingen. Rijmpjes. Bewegen. Voordoen. Herhalen. Meedoen. Rituelen. En ze kunnen niet langer dan 5 minuten achter elkaar luisteren.
7. Nee, alsjeblieft niet het Wilhelmus, maar het is goed om iedere dag te zingen. Ja, met alle leeftijden. Voor mijn part met YouTube en ondertitels, maar zing met je klas minimaal een lied per dag.
8. Kinderen hebben knuffels nodig. Geen panda’s, maar op schoot zitten en een troostende arm horen erbij. Een beetje meer vertrouwen in onze mannelijke collega’s mag best.
9. Jongens mogen stoeien en flinke competities houden. Rennen. Duwen. Hun kracht en uithoudingsvermogen testen. Spreek wel goed af waar, wanneer en met welke regels. En laat een man het regelen; die snapt het.
10. Leerlingen (en hun ouders) zijn niet van suiker. Je mag ze dus aanspreken op hun gedrag. Je hoeft je niet altijd te verdedigen; soms heb je gewoon gelijk omdat jij de leraar bent. Punt.

En hoe ouderwets ben jij?