Stille saaie klas

Stille saaie klas

Soms kom je er wel eens een tegen: een stille saaie klas. Lesgeven aan zo’n groep voelt bijna als trekken aan een dood paard. Je moet alles uit de kast halen om er beweging in te krijgen.

Wat is er aan de hand in zo’n klas?

  1. Het kan zijn dat er een onveilig sfeer heerst. De leerlingen durven niets te ondernemen, uit angst voor nare reacties (in welke vorm dan ook) van een klasgenoot of klasgenoten. Een rotopmerking, uitstoting, uitlachen…. Soms merk je daar niets van als leraar, maar meestal zie je het aan blikken en voel je het aan de sfeer.
  2. De leerlingen vinden niets leuk, ze vinden alles stom. Het interesseert ze niet wat jij te vertellen hebt. Ze hangen onderuit en reageren nergens op of minimaal. Ze zijn zo geworden door andere leraren, dit is de heersende cultuur op school.
  3. Je hebt toevallig maar een paar soorten leerlingen in je klas, die allemaal verlegen, stug, saai, rustig, stil of combinaties daarvan zijn.
  4. De leerlingen zijn gedrild door een andere leraar (of jouw voorganger). Stil zijn is een tweede natuur voor ze geworden; ze zijn niet (meer gewend) om te praten, te lachen, te reageren.

Wat doe je eraan?

  1. Hoe wil je dat deze groep reageert? Welk zichtbaar gedrag wens jij?
  2. Wat is de oorzaak van het stille gedrag? Wat is er precies aan de hand? Ga grondig na wat er in het verleden gebeurd is, wie de informele leiders in de groep zijn, welke processen een rol spelen.
  3. Vraag wat deze leerlingen willen. Vraag door; neem geen genoegen met oppervlakkige antwoorden. Geef voldoende denktijd. Laat meerdere leerlingen antwoord geven, of laat alle leerlingen hun antwoord opschrijven. Dit proces kan heel taai worden, maar het is belangrijk dat je volhoudt. Maak grapjes tussendoor, dat ‘maakt het paard wat lichter’.
  4. Vertel wat jij wilt en waarom je dat wilt. Laat de leerlingen meedenken en neem ze serieus.
  5. Train je leerlingen in “het meedoen en uiten”. Dat doe je stap voor stap. Je introduceert alle vormen als een spel, dat maakt de drempel lager.
  6. In moeilijke klassen zijn de stapjes kleiner, ben je nog transparanter en duidelijker, en begin je pas met deze acties als je een band hebt opgebouwd met de leerlingen en de leerlingen de belangrijkste routines in hun systeem hebben zitten.

Wil je weten welke activiteiten je kunt doen om een stille klas in beweging te ktrijgen? Luister dan naar mijn vlog!

Succes!

Wisselmomenten in de les

Wisselmomenten in de les

De moeilijkste momenten in een les, zijn die momenten waar je wisselt van activiteit. Leerlingen grijpen die momenten aan om te gaan praten, lopen, rommelen… Waarom doen ze dat?

  • Omdat het mensen zijn, die even willen ontspannen na een inspannende activiteit.
  • Omdat ze de kans grijpen om de volgende activiteit uit te stellen.
  • Omdat de leraar ze die ruimte geeft.

Er zijn 5 dingen die je moet doen, om deze wisselmomenten rustig en snel te laten verlopen.

  1. Bedenk hoe je wilt dat de leswissel verloopt; stap voor stap en in hoeveel tijd. Schrijf het op.
  2. Maak er een routine van. Leer de leerlingen aan dat leswisselingen altijd om dezelfde manier in dezelfde tijd verlopen. Oefen de routine met de leerlingen.
  3. Vertel de leerlingen precies wat ze moeten doen (in zichtbaar gedrag) en vertel ook hoe lang ze er over moeten doen. Zet desnoods de stappen op het bord of op een poster.
  4. Zet een timer aan. Zichtbaar.
  5. Start! Complimenteer de leerlingen die goed op weg zijn. Geef ook complimenten als de tijd om is. Corrigeer algemeen als niet iedereen op tijd klaar is.

Succes!

Over het negeren van ongewenst gedrag

Over het negeren van ongewenst gedrag

Toen ik op de opleiding zat, heb ik heel vaak gehoord dat ik ongewenst gedrag moet negeren en gewenst gedrag moet bekrachtigen met belonen.

Dat klinkt heel logisch. Maar ik ben daar snel vanaf gestapt. Leerlingen die je les verstoren, daar heb je last van. Negeren helpt niet. De meeste leerlingen gaan er gewoon mee door. Je kunt “pesten” ook negeren, maar het gaat er niet van over…. Meestal wordt het alleen erger. En dat is ook met ongewenst gedrag het geval.

Wat doe je dan wel?

  1. Je stuurt een boze blik.
  2. Je geeft de leerlingen die het “goed” doen een compliment. Je kunt zeggen “ik wacht nog op 1 leerling”. Noem geen namen! Houd het algemeen.
  3. Je loopt er heen en spreekt de leerling onder 4 ogen aan. Je vertelt niet wat de leerling niet moet doen, maar je vertelt wat de leerling wel moet doen. Je zegt ook hoe, wanneer en dan bedank je de leerling. Vervolgens loop je weg.

Je kunt leerlingen wel dwars door de klas aanspreken, maar dan heb je de kans dat ze de strijd met je aangaan. Die strijd verlies je. Je kunt de hele klas tegen je krijgen, omdat de leerling de lachers op zijn hand krijgt. Of omdat je de leerling “voor gek zet”. Ook al is dat niet je bedoeling, hij kan het wel zo voelen.

Wanneer mag het wel?

  1. Als er een gevaarlijke situatie ontstaat. Dan roep je de naam van de leerling. Hard!
  2. Als echt helemaal niets helpt. Dan kun je met de leerling een code afspreken waarbij je zijn naam noemt.

En complimenten geven moet altijd! Heel veel. Dat is de beste beloning die je kunt geven. Vertel er dan ook bij wat er goed ging.

Succes!

Houd de aandacht vast van jouw leerlingen!

Houd de aandacht vast van jouw leerlingen!

Als leraar heb je de rol van presentator. Dat betekent dat je jouw leerlingen mee moet nemen in jouw verhaal. Maar hoe houd je ze geboeid? Hoe zorg je ervoor dat ze blijven luisteren? Helemaal tot het eind van jouw les?

Ik heb daar 7 tips voor:

  1. Begin aan het eind. Vertel het doel van je les; de kennis en/ of de vaardigheden die de leerlingen aan het eind gaan weten en/ of kunnen.
  2. Zorg voor een boeiende “haak”; iets wat aansluit bij de leerlingen, iets wat ze interessant vinden of waarvan je zeker weet dat ze willen weten wat het is en/ of hoe het werkt. Maak het spannend.
  3. Zorg ervoor dat je zelf niet langer dan 4 à 5 minuten achtereen praat.
  4. Vervolgens moeten de leerlingen iets doen. Iets zeggen (allemaal!), over- of opschrijven, iets uitvoeren, nadoen, enzovoort. Geef ook duidelijk aan hoeveel tijd ze daarvoor hebben. Ze moeten voldoende tijd hebben om de taak uit te voeren, maar niet zoveel tijd dat ze zich kunnen vervelen (en afhaken/ iets anders gaan doen).
  5. Laat iets zien. Een filmpje, een voorwerp, een demonstratie… Maak het spannend, zorg ervoor dat de leerlingen willen kijken, nieuwsgierig zijn.
  6. Als leerlingen toch afhaken, grijp je onmiddellijk in en haal je ze er weer bij. Dan kan met een blik, een algemene opmerking of een gebaar. Maak duidelijk dat je verwacht dat iedereen actief meedoet. Bedank je leerlingen als ze weer meedoen.
  7. Houd het tempo hoog! Als jij vertraagt, zullen je leerlingen afhaken. Ze moeten jou nèt bij kunnen houden.

Succes! Houd je leerlingen bij de les!

Geef een hele goede les

Geef een hele goede les

De eerste weken van een nieuw schooljaar is het heel belangrijk dat je je lessen heel goed voorbereid. Iedere les die je geeft moet een hele goede les zijn.

Nu kun je natuurlijk zo’n ouderwets lesvoorbereidingsformulier gebruiken, maar die zijn meestal veel te lang en moeilijk te gebruiken in de praktijk. Daarom geef ik je een stappenplan waarmee je in 7 stappen je les kunt voorbereiden en geven. Je hoeft alleen maar de antwoorden op te schrijven.

  1. Waar gaat de les over? Wat is het thema, het onderwerp?
  2. Waarom moeten jouw leerlingen dit leren? Wat moeten ze weten en/ of kunnen aan het eind van deze les? Wat is het doel van jouw les?
  3. Welke stappen moeten de leerlingen nemen (wat moeten ze precies doen en in welke volgorde) om het doel te bereiken?
  4. Hoe ziet jouw instructie eruit? Welke stappen moet jij nemen om ervoor te zorgen dat alle leerlingen precies doen (in de juiste volgorde) wat ze moeten doen om het doel te bereiken?
  5. Hoe ga je ervoor zorgen dat alle leerlingen betrokken worden én blijven bij jouw les? Hoe houd je ze bij de les?
  6. Welke voorbeelden geef jij zodat de leerlingen (begeleid) kunnen oefenen en welke opdrachten moeten de leerlingen maken om zelfstandig te kunnen oefenen (verwerken en zelfstandig werken)? Welke huiswerk hoort daarbij?
  7. Hoe ga je toetsen of de leerlingen het doel bereikt hebben en wanneer ga je dat doen?

Het is hierbij ook heel belangrijk dat je steeds aangeeft hoe de leerlingen het moeten doen. Zet op het bord aan welke eisen het werk (zowel tijdens de instructie als tijdens de verwerking en het zelfstandig werk) moet voldoen. Denk hierbij aan tijd, netjes werken, samen of alleen, wanneer moet het af zijn, in stilte of in overleg, enzovoort. Zo zorg je ervoor dat iedere les een hele goede les is.

PS Haal de “flauwekulopdrachten” die de methode ook geeft eruit als ze niet tot het lesdoel leiden en vervang deze opdrachten door jouw eigen opdrachten die wél tot het doel leiden!

Ik wens je veel plezier met het geven van de beste lessen van het jaar!

Negen dingen die je niet moet vergeten aan het begin van het schooljaar

Negen dingen die je niet moet vergeten aan het begin van het schooljaar

De eerste dag, de eerste les, de eerste week….

De eerste schooldag is altijd spannend. Alles staat klaar. Je lokaal is schoon. Alle materialen liggen in de kasten. Je lesplannen zijn gekopieerd…. En ook jouw hoofd staat op scherp. Ik sliep altijd heel slecht, de laatste nacht voor de eerste schooldag. Heb jij dat ook? Ik kan nu natuurlijk tips gaan geven voor een goede nachtrust, maar eigenlijk is dat niet nodig. Die ene slechte nacht hoort er gewoon bij en na 3 dagen is het toch net alsof je nooit vakantie hebt gehad. De waan van de dag heeft je alweer overspoeld. Mocht je toch tips willen, luister dan naar een slaapmeditatie op YouTube. Succes verzekerd ;-).

Deze eerste blog van dit nieuwe schooljaar geef ik je tips voor de eerste dag, de eerste les en de eerste week. Drie per “eerste”. Volgens mij zijn dit de meest belangrijke zaken om aan het begin van een nieuw schooljaar de toon meteen goed neer te zetten. Ik ga het niet hebben over “de Gouden Weken”. Die kennen jullie al en zo niet; Google. Dus er komen ook geen kennismakingsspelletjes (ook Google) of inhoudelijke leerlijnen op sociaal emotioneel gebied. Alleen maar basis:

Negen dingen die je niet moet vergeten aan het begin van het schooljaar

De eerste dag:

  1. Neem je ruim de tijd om de regels en routines te bespreken.
  2. Observeer je heel goed hoe de leerlingen op elkaar reageren. Als dat positief is, dan kun je in een veilige sfeer nader kennismaken, grapjes maken en spelletjes doen. Als leerlingen negatief op elkaar reageren, dan houd je vast aan structuur, streng en duidelijk.
  3. Oefen je met de leerlingen alle routines die in jouw klas nodig zijn tijdens alle lessen. Spullen pakken, uitdelen, vragen stellen, opruimen, toilet/ water, naar en op de gang lopen, het lokaal inkomen,huiswerk, Alles wat jij  nodig vindt dat de leerlingen snel kunnen op een handige manier om jouw lessen soepel te laten verlopen.

De eerste les:

  1. Vertel je meteen wat jouw doel is voor de leerlingen voor dit schooljaar. Jouw eerste les is meteen de eerste stap om dat doel te bereiken. Jouw eerste les moet heel goed zijn.
  2. Maak je duidelijk hoe de structuur van jouw lessen verloopt. Hoeveel tijd er voor alles is en wat er van de leerlingen verwacht wordt. Zorg voor zichtbaar gedrag en zet alles op een poster.
  3. Oefen jij de namen van de leerlingen en zorg je dat je erachter komt wat iedere leerling typeert en leuk vindt. Dit is het begin van een goede relatie.

De eerste week:

  1. Grijp je meteen in zodra iemand de orde verstoort. Maak het groot maar houdt het buiten de persoon. Bespreek het algemeen.
  2. Evalueer je iedere les en iedere dag. Je benoemt alleen wat goed ging en je laat de leerlingen vertellen hoe het kwam dat het goed ging.
  3. Ben je heel erg enthousiast over de school, de leerlingen, de lessen, alles! Je zet zo een hele positieve sfeer neer waardoor de leerlingen zich verheugen op het hele schooljaar. Speel toneel. Lieg desnoods “ik ga jullie vertellen waarom grammatica zo leuk is!” Overdrijf.

Ik wens jullie allemaal een heel mooi en leuk schooljaar.

Een leenverhaal

Dit verhaal op Linkedin wil ik jullie toch niet onthouden;

https://www.linkedin.com/pulse/nee-stagiaires-gaan-niet-op-de-foto-paul-baan/

Het verhaal van Juf J.

Mijn eerste jaar als leraar!

Zit je even op fb rond te dwalen om leuke ideetjes op te doen en te kijken wat de stand van po in actie is, kom je dit bericht tegen…   Schrijf je verhaal over je eerste jaar als leraar!

Dan begint het gelijk te kriebelen en voor je het weet heb je een leeg word document voor je en zit je te typen..   terwijl er eigenlijk ook nog een was ligt te wachten en er een mailtje ligt van ouders die graag willen dat hun zoon een jaartje ‘overslaat’,  “ want hij is echt hoogbegaafd hoor!”

Mijn gedachten gaan 25 jaar terug in de tijd, een tijd waarin we geen last hadden van deze ‘mailstress’   en  ouders gewoon netjes tot na het weekend wachtten met hun vragen, al kwam het waarschijnlijk niet in ze op destijds om te vragen of hun kind mocht versnellen.  Vragen stelden deze ouders keurig volgens afspraak of ze kwamen na schooltijd binnen met de vraag of ik tijd voor ze had.

Tegenwoordig wordt alles via mail meegedeeld: wie wanneer en waar naar de bso gaat, welke oppas het kind komt ophalen,  of we wel willen opletten dat we bij zon goed hun kind insmeren met zonnebrand en talloze andere mededelingen komen via de mail binnenstromen..  En wij?  Wij managen dit alles of we nooit anders gedaan hebben!

Deze maand is het precies 25 jaar geleden dat ik begon aan mijn avontuur als leerkracht basisonderwijs.  Ik had natuurlijk keurig mijn opleiding afgerond en mijn stages gelopen en toch had ik geen idee, achteraf,  waar ik aan begon.

Na de zomervakantie startte ik met een groep van 32 kleuters en doordat ik geluk had op een redelijk grote school in een nieuwbouwwijk terecht te komen, had ik veel collega’s die met raad en daad klaarstonden als ik na een dag ‘kleuteren’  gesloopt was.  Wat was er veel te regelen tussen de lessen door! Had je net een gymles achter de rug, begon je aan ‘de werkles’ en dan na het ‘fruitkwartiertje’ begon je aan de ‘arbeid naar keuze’.  Na schooltijd alles netjes opruimen, 30 dezelfde werkjes aan de lijnen in de klas hangen, alles klaar leggen voor de volgende dag en noem maar op..

Gelukkig wende het snel en kon veel van dit werk op routine gedaan worden en daardoor had je ook meer tijd om je te verdiepen in de kinderen en wat ze nodig hadden, tijd om te observeren en tijd om aandacht te geven aan wat op dat moment in jouw groep belangrijk was.

Een paar avonturen van dat eerste jaar zal ik echter nooit vergeten en herinner ik me als de dag van gisteren.  Zo was daar in dat eerste jaar een jongetje ‘dat niet goed kon leren’ (met diagnoses werd nog niet kwistig gestrooid als nu) en dat altijd een beetje verdwaasd om zich heen zat te kijken tot het onderwerp dieren aan de orde kwam, dan ging hij rechtop zitten, begonnen zijn ogen te stralen en kon hij tot in detail alle bijzonderheden van het desbetreffende dier vertellen.  We zaten die dag net in de kring om de dag te starten toen ik in mijn ooghoek iets zag wegschieten onder de kast met knutselspulletjes. Ik bedacht me geen moment en slaakte een luide kreet:  “Een muis!” Vervolgens sprong ik boven op mijn bureau en zag een kring vol verbouwereerde gezichten me aankijken. “Wat doet de juf nu? Staat ze echt op haar bureau? Wat gebeurt hier?”

Sommige meisjes die in de kring zaten begonnen te huilen, want dit was toch wel heel erg buiten hun comfortzone en bizar!

Ondertussen stond ik nog op mijn bureau en in sneltreinvaart dwarrelden alle opties door mijn hoofd. Zo kon ik niet blijven staan, ik moest wat doen, maar no way dat ik van dat bureau afkwam voor die muis gevangen was.  Ik vertelde de kinderen dat ik een muis had gezien, maar dat ik hem niet ging vangen! Ik vroeg 1 van de kinderen waarvan ik hoopte dat hij meer moed had dan ik om de knutselkast een stukje opzij te duwen. Braaf deed hij wat ik vroeg en ja hoor:  de muis schoot weg, dwars door de klas naar de poppenhoek.  Ten einde raad heb ik hem gevraagd of hij ‘de bovenmeester’ wilde ophalen en dat wilde hij wel.

De kinderen beval ik zo stil mogelijk te blijven zitten met hun benen onder zich op de stoel. (nu realiseer ik me natuurlijk dat dat er wel heel bijzonder uitgezien moet hebben, maar ja, je doet wat he? )

Hij kwam terug met de bovenmeester die heel verbaasd naar me keek,  ook wel enigszins verstoord vermoed ik, dat hij achter zijn bureau was weggehaald en ging ook keurig met zijn benen onder zich op zijn eigen plekje in de kring zitten.

Doodstil was het!

Op zijn vraag wat er aan de hand was, wist ik met moeite het woord ‘muis’  eruit te persen en te wijzen naar de poppenhoek.

Dapper ging de bovenmeester die kant op en schoof van alles aan de kant, waarop de muis een nieuw sprintje trok en weer onder de knutselkast kroop.

Op dat moment kwam de jongen die zo dol was op dieren overeind en gebaarde ons heel stil te zijn. Hij sloop naar de kast en met een vingervlugge beweging had hij de muis aan zijn staart te pakken. Ongelooflijk.  Met muis en al kwam hij mijn kant op totdat hij doorhad dat dat geen goed idee was en hij daarop met muis en al naar buiten liep en vervolgens weer zonder muis binnenkwam.

“Juf, ik heb hem bij de bomen gezet, en hij was echt heel lief!”

De bovenmeester stond nog steeds in de poppenhoek, de kinderen zaten nog steeds met opgetrokken benen op hun stoeltje en ik?  Ik stond nog steeds bovenop mijn bureau.

Crisis bedwongen!

Met het schaamrood op mijn kaken klom ik eraf en verontschuldigde mezelf bij de bovenmeester die gelukkig onderhand de humor van de hele situatie er wel van in zag.

We zijn alsnog begonnen met het starten van de dag in de kring, maar die hele week bleven de kinderen maar bezig met de muis en het feit dat ik boven op het bureau stond. De ouders kregenhet thuis in geuren en kleuren verteld  door ze en ik ben er nog vele malen op aangesproken!

Dat jaar trouwde ik ook en de kinderen waren allemaal op de bruiloft.  Een fantastische dag en drie keer raden waar het ‘stukje’ over ging..   juist..  iets met muizen en bureaus.  Schitterend.

Nu 25 jaar later werk ik nog steeds op dezelfde school en is de jongen die me gered heeft van mijn muis zelf vader geworden en brengt hij zijn zoontje bij me in de klas. Heel bijzonder!

Het mooie is, dat hij het zelf ook nooit vergeten is en dat hij voor altijd mijn held zal blijven!  Zijn zoontje geniet volop van het feit dat zijn papa ooit de muis voor de juf heeft gevangen en zo is de cirkel weer rond!

En ik?  Ik ben nog steeds als de dood voor muizen!

Het verhaal van Juf Erna

‘Mijn eerste jaar als leraar’

Eigenlijk heb ik 3 eerste jaren als leraar.

Ik ben in 1984 begonnen als professioneel werkend beeldend kunstenaar en gaf vrijwel gelijk les aan individuele leerlingen met het motto: iedereen kan tekenen. Dat klopt ook, maar iedereen tekent op zijn eigen niveau, of je nu professioneel werkt of als amateur.

Mijn leerlingen waren altijd verbaasd overhun eigen kunnen. Dan zei ik altijd: tekenen doe je met je ogen, door goed te kijken en het potlood in je hand volgt wat je ogen zien.

Ook eerst een compositieschets maken helpt de leerling op weg. Globaal de vormen schetsen en kijken of de compositie bevalt, want een tekening of schilderij valt of staat met de compositie. Dan kan ook nog een kleurencompositie gemaakt worden. Dat is anders dan een lijnencompositie, maar geeft hetzelfde resultaat: het helpt bij de opzet van de tekening of het schilderij.

De leerling op weg helpen, laten vertrouwen in zijn eigen kunnen en weten dat het haalbaar is voor iedereen. Dat is wat je als leraar moet doen én kunt weten, je hebt immers ervaring methet over te kunnen brengen op je leerlingen.

In 2005 werd ik gevraagd om klassikaal les te geven aan een hele school in het basisonderwijs. Dat vraagt meer vaardigheden dan enkel het begeleiden van de individuele leerling. Maar, naast het begeleiden, het veelal orde houden, van een hele klas, moet er altijd ruimte zijn voor de individuele leerling.

Ik ging werken met thema’s, eigenlijk gewoon omdat ik het leuk vond. Met structuur werken ís leuk en prettig voor jezelf en de leerling. Perjaar had ik een ander thema, met geschiedenis én kunstgeschiedenis erbij. Ik leer mijn leerlingen graag net wat meer dan de basis: het waarom, het hoe en ook hoe ze het beste uit zichzelf kunnen halen.

De lessen op die ene school werden aan het eind van het schooljaar afgesloten met een expositie en een officiële opening van de expositie, want dat hoort ook bij jonge kunstenaars!

De jaren daarna kwamen er 12 scholen bij, van alles wat: christelijke, openbare, Jenaplan, Rudolf Steiner, met zeer creatieve én eigenzinnige leerlingen en een school voor speciaal onderwijs.

Het allerbelangrijkst wat ik in die periode heb geleerd is dat orde houden op nummer één moet staan, anders kun je de rest wel vergeten. En daarna is het ook belangrijk je les samen met de leerlingen te geven, want al zijn de leerlingen nog jong, ook jij kunt van hen leren.

In het jaar 2009 begon de crisis en werden creatieve vakken en sport gegeven door vakdocenten uit het reguliere pakket geschrapt. Jammer, want deze zaken dragen er in grote mate toe bij dat de hersenen zich in alle opzichten volledig ontwikkelen. Het bewegen, creatief zijn én creatief denken geeft aan de mens de mogelijkheid zich ook op geestelijk gebied te verdiepen én te verbreden. Tevens geven deze activiteiten rust aan lichaam én geest.

Het is een feit dat rekenen en taal, dé basis van leren in deze moderne maatschappij, het allerbelangrijkst zijn als voorbereiding op voortgezet én wetenschappelijk onderwijs, maar juist het creatieve aspect geeft de mens de mogelijkheid om beter te kunnen leren, beter na te denken en beter beslissingen te kunnen nemen. Om uiteindelijk een zelfstandig, redelijk denkend mens te worden is een hoge mate van creatief denken noodzakelijk.

Op 1 februari 2018 heb ik gesolliciteerd op een vacature als creatief docent. Dit is mijn 3e eerste jaar als leraar, want nu geef ik iedere dag les én op verschillende scholen in Zuid Holland. Mijn ervaring voor de klas heeft nog steeds dezelfde prioriteit: orde. Als er geen orde is bereik je niets.

Je kunt de klas dan niet bereiken, want het is toch de bedoeling dat je iets vertelt over een thema, de werkwijze en het materiaal. Als leerlingen niet luisteren weten ze niets. Als enkele leerlingen de les verstoren kunnen de andere leerlingen niets horen. In moeilijke groepen heb ik soms, in dit eerste jaar, een ‘luister-les’ gehad. Met veel geduld heb ik uitgelegd waarom het belangrijk is dat je luistert naar een meester of juf. Mijn ervaring is dat dit probleem vooral op de basisschool voor kan komen. Eénmaal op het voortgezet onderwijs hebben leerlingen leren luisteren of zijn ze eerder tot rede vatbaar als je het belang van de les uitlegt.

Een korte inleiding is voor alle leerlingen te behappen en ze willen graag aan het werk. Ook krijgen alle leerlingen graag complimentjes, maar vinden een eerlijk compliment of eerlijke kritiek heel belangrijk. Als de leerling gegronde kritiek krijgt kan hij of zij dit accepteren en is veelal geneigd dit in een volgende les toe te passen. Waarna er dus een compliment volgt dat de leerling zo goed geluisterd heeft!

Ook vind ik het van belang dat de leerling netjes spreekt. In een les waarbij leerlingen zelf kleuren mochten kiezen kwamen er meerdere leerlingen vragen: ma’k rood of ma’k zwart? Gelijk reageerde ik dan op steeds dezelfde wijze en zei: ‘juf, mag ik alstublieft rood?’ De meeste leerlingen hadden gelijk door wat de bedoeling was en herhaalden mijn zin met een klein lachje, maar sommigen keken mij verbaasd aan, waarop ik de zin herhaalde en daarbij zei: ‘en nu jij!’.

Tijdens een sportles riep ik een leerling naar de kant, grotendeels non-verbaal. Hij, een lange knul, keek heel verbaasd, wilde eigenlijk niet naar de kant komen en ik wist gelijk waarom, want hij was zich van geen kwaad bewust. Maar ik knikte en gebaarde hem te komen. Eenmaal buiten de lijn wilde hij reageren, maar ik zei tegen hem dat hij niets fout had gedaan en wees gelijk naar zijn schoenen met de mededeling: ‘veters strikken’. In de tijd daarna zag ik de ene leerling na de andere op het veld de veters strikken, ze wilden toch liever niet naar de kant geroepen worden.

In de klas zitten leerlingen vaak op de meest onmogelijke houdingen op hun stoel. Dat mag bij mij niet. Altijd wijs ik de leerlingen erop en geef uitleg. Als leerlingen recht op hun stoel zitten kunnen ze beter luisteren én beter leren. Bovendien zijn alle andere houdingen gevaarlijk, soms hebben ze hun benen allebei tussen de zitting en de leuning van de stoel. Als ze dan uit evenwicht zouden geraken hebben ze geen controle over hun beweging en kunnen zich niet opvangen. Bovendien is er met de vaak grote groepen geen, of weinig ruimte in de klas en zou de leerling zo met het hoofd op een andere tafel kunnen vallen. Ook dat wordt door leerlingen begrepen en opgepakt. Elke leerling, hoe jong ook, staat open voor een logische verklaring en is bereid daar naar te luisteren, ook al moet dit soms herhaald worden vanwege gewoontegedrag.

Soms, als de gelegenheid er is, maak ik foto’s en in verband met de wijziging van de Privacywet op 25 mei 2018, op passende wijze van enkel de werkende handen met het werk. Alle leerlingen snappen waarom ik dat doe, ze zijn heel goed op de hoogte over het gebruik van social media en vinden het prettig dat ik daar rekening mee hou. Het feit dat er een foto gemaakt wordt ervaren ze als een compliment en werken er graag aan mee.

Op bepaalde dagen mogen ouders komen kijken. Op een zo’n dag had ik stoeltjes, kleine, neergezet waarop ze konden zitten. Voor een oma die meekwam heb ik wel een grotere stoel gepakt. Wat schetste mijn verbazing: na de introductie werd tijdens de les volop gefotografeerd en gefilmd.

Omdat ik van oorsprong een beeldend kunstenaar ben met doelen: een opdracht of expositie, werk ik met de leerlingen ook graag naar een doel toe. Een werk helemaal áf maken, samen een werk maken of een voorstelling samen voorbereiden, leerlingen zijn er allemaal enthousiast over en werken heel graag mee.

Bij bepaalde vakken laat ik de leerlingen een verslag schrijven, soms is dat ook onderdeel van de opdracht. Een verslag schrijven, soms per groepje, nodigt de leerlingen uit beter na te denken over waar ze mee bezig zijn: het handelen omzetten in woorden. Ik gebruik altijd dezelfde opzet én met reden: de naam moet genoteerd worden, want het is hun verslag! De datum moet erbij, vanwege het besef dat op dit moment het werk uitgevoerd wordt en eventueel om het later nog eens na te lezen. De gebruikte materialen erbij noteren, zodat de leerlingen het later nog eens kunnen nakijken, maar ook omdat zij op deze wijze met gebruikmaking van al hun zintuigen nog beter beseffen waar ze mee bezig zijn. Het is heel leuk om zo’n opdracht aan groepjes te geven, want er ontstaan tijdens de les ook gesprekken en discussies over de opdracht en werkwijze. Mijn ervaring is dat leerlingen heel goed onderling de taken kunnen verdelen. Wie wil iets doen of juist niet én wie het best bepaalde zaken kan uitvoeren. Want, ik geef ook vaak cijfers en alle, écht alle leerlingen vinden dat belangrijk en willen heel graag dat hun werk beoordeeld wordt. Natuurlijk willen ze graag een hoog cijfer, maar dat krijgen ze niet zomaar en mijn uitleg wordt door iedereen geaccepteerd. Mijn beoordeling is op basis van inzet van de leerling, hun creativiteit in werken of denken én hun gedrag. Zelfs in de onderbouw op de basisschool wordt dit geaccepteerd en gewaardeerd, natuurlijk met uitleg op hun niveau.

Mijn eerste jaar als creatief docent voor de klas op het basis- en voortgezet onderwijs is nog niet voltooid, maar ik kijk uit naar de volgende maanden, met mijn leerlingen, om een mooi eerste jaar af te ronden!

Erna Daalman

Capelle aan den IJssel, 13 mei 2018

 

 

Het verhaal van Juf A.

Mijn eerste jaar als leraar

Sinds september ben ik officieel startbekwaam leerkracht basisonderwijs. Na een tijdje invalklussen op mijn voormalige stageschool gedaan te hebben attendeerde een collega me net voor de herfstvakantie op een vacature op een cluster 4 school. Ze zei: ‘Is dat niet iets voor jou? Daar werkt een vriendin van me. Bel haar even op!’

Ik voelde me enigszins verplicht om te bellen. Het is namelijk wel erg fijn dat mensen aan je denken, maar werken op speciaal onderwijs was niet iets wat ik mezelf nu al zag doen. Ik wou eerst ervaring op doen in het regulier onderwijs. Uiteindelijk heb ik het telefoontje gepleegd en ben ik een middag mee gaan lopen. Ik had namelijk geen idee wat ik moest verwachten. Ik had wel stage op het SBO gelopen, maar SO is toch andere koek. Daarnaast was de vacature gedeeltelijk bij kleuters en laat dat nu niet echt mijn ding zijn. Het eerste wat me op viel was de inrichting van de klas. Er staan weinig meubels en er hangt bijna niets aan de muren. De werkplekken van de leerlingen zijn apart en tegen de muur gericht zodat de kinderen niet afgeleid worden. Op het moment dat ik ging kijken zaten er 10 kinderen in de klas. Inmiddels zijn dit er 14. De klassen zijn klein maar dit is ook echt nodig!

Na die middag was mijn gevoel erg goed bij deze school. Een gezellige duo en een pittige klas. Diezelfde avond heb ik mijn sollicitatie verzonden en na een tijdje mocht ik op gesprek komen. Na een heel eerlijk gesprek, waarin ik ook mijn twijfels aangegeven heb over kleuters, ben ik aangenomen.

In het begin vond ik het erg zwaar. Voor mijn werk reis ik dagelijks minimaal 1 uur en 15 minuten als er niet al te veel files zijn. Daarnaast heb ik een tijdje in drie klassen gewerkt waardoor ik steeds erg moest schakelen. Ook maak je regelmatig mee dat je uitgescholden wordt of dat een leerling door het lint gaat. Daarnaast zijn er contacten met de naastgelegen kliniek voor mensen met epilepsie. Soms zitten er tijdelijk kinderen in je klas die daar ter observatie zitten. Bij ons krijgen ze dan onderwijs en wij moeten deze leerlingen goed observeren. Erg interessant! Maar het kan dus ook gebeuren dat zo’n leerling een aanval krijgt. De eerste keer is dit erg heftig!Al deze dingen zorgde ervoor dat ik echt groene sneeuw gezien heb. Ik heb 3 keer huilend in de teamkamer gezeten, terwijl ik best een pittig persoon ben. Je doet namelijk zo je best en toch blijft het dan voorkomen dat een leerling door het lint gaat. Je gaat onwijs aan jezelf twijfelen. Ik heb zelfs een tijdje gedacht: ‘Ik ga in een winkel werken!’.Op dat moment was alles bij elkaar echt even te veel.

Toen de cito tijd voorbij was is de rust echter terug gekeerd. In die tijd hebben de kinderen een plaats in mijn hart veroverd. Ze zijn zo enorm creatief! De wisselmomenten waren nog erg lastig. Toen ben ik gaan proberen meer rust te creëren door met de kinderen die al klaar waren met opruimen ik zie ik zie wat jij niet ziet te spelen. Op een dag was een leerling aan de beurt. Het was rood, maar het was niet in de klas en niet buiten de klas. Toen vroeg ik meteen: ‘Is het thuis dan?’. Ik dacht namelijk dat we dit nooit gingen raden. Uiteindelijk zei een andere leerling: ‘Juf ik weet het! Zijn hart!’. Bleek het zijn bloed te zijn. De gedachtegang van deze kleuters kan zo bijzonder zijn!

Na carnaval kreeg ik plots een telefoontje van mijn duo. Ze zei: ‘Ik moet je iets vertellen.’ Bleek dat ze een andere baan had aangenomen. Onwijs leuk natuurlijk, maar voor mij erg spannend hoe dit opgelost zou gaan worden. Nu draai ik de klas fulltime. Dit vond ik toch wel spannend. Ik kon namelijk alles aan mijn duo vragen. Ik heb onwijs veel van haar geleerd ook. Ze is namelijk iemand die de KLOS gedaan heeft en ze bezit dus ontzettend veel kennis.

Zonder mijn collega’s was ik niet zo ver gekomen. Als je ooit een slechte dag hebt kun je bij hen altijd je verhaal kwijt, maar ze blijven ook wel kritisch en geven tips. Daarnaast heb je in de klas ook ondersteuning. Ik het twee geweldige ondersteuners die mij helpen, maar die niet de klas over willen nemen als het even niet zo makkelijk gaat. Hierdoor krijg ik de ruimte om toch te groeien. Ze denken echt mee over de thema’s waardoor het echt ons thema wordt. We kunnen samen ook erg lachen om dingen die soms door leerlingen gezegd worden (ook als deze dingen niet lief bedoeld zijn). We zitten helemaal op één lijn. Dat maakt het werk gemakkelijker.

Daarnaast heb ik in het begin de mogelijkheid gekregen om in veel verschillende klassen mee te draaien. Hierdoor heb ik veel verschillende aanpakken gezien en dit heeft er ook voor gezorgd dat ik nog kritischer naar mijn eigen lesgeven ben gaan kijken. Ook heeft mijn voormalige duo regelmatig mee gekeken en heb ik veel met haar kunnen sparren. Ook zijn er andere leerkrachten komen kijken en hebben deze tips gegeven. De begeleiding vanuit school was erg goed!

Op dit moment zijn de Cito’s net achter de rug en zit ik weer in een onwijs drukke administratieve periode. Groepsplannen schrijven, kerndocumenten aanpassen, opp’s aanpassen. Het is best een werk! Maar even door bikkelen en dan keert de rust terug. Vaak ben ik ’s avonds nog aan het werk, maar er zijn ook avonden dat ik er bewust niet aan werk en even mijn rust pak.

Het grootste verschil met het regulier onderwijs vind ik toch wel het contact met ouders. De meeste kinderen uit mijn klas gaan met de taxi naar huis waardoor ik een groot deel van de ouders alleen bij gesprekken zie. De communicatie gaat vooral via mail en telefoon. Dat vind ik soms nog wel lastig. Vaak zijn mensen via mail veel directer en kunnen sommige berichten best hard aan komen. Buiten dat zijn veel ouders ook erg blij als het goed gaat met hun kind. Ze hebben vaak een lange weg achter de rug en al erg vaak gehoord dat het niet goed gaat. Het is voor hen dan erg prettig als hun kind op de goede plek zit. Daar zijn ze vaak erg dankbaar voor. Dat maakt het werk ook erg dankbaar. Je bent niet in eerste instantie met leerresultaten bezig maar vooral sociaal en emotioneel. Natuurlijk werk je ook aan de didactische ontwikkeling. Maar vooral de sociale en emotionele ontwikkeling is belangrijk. Ik zie de kinderen daar ook echt in groeien en dat is onwijs fijn! Sommige kinderen komen binnen en durven bijna niet tegen andere kinderen te praten. Door kinderen dan in bepaalde posities te plaatsen waarbij ze moeten communiceren, en als je ze hier vervolgens bij helpt, zie je dat ze toch gaan praten. Zo komen er ook kinderen binnen die nog geen drie minuten in de kring kunnen zitten. Het is een overwinning als na een paar maanden zo’n leerling al wel een kwartier in de kring kan zitten en dan ook echt deelneemt.

Ik geniet echt van werken in het speciaal onderwijs!Ik heb mezelf echt goed leren kennen. Ook ben ik nu al onwijs hard gegroeid als leerkracht. Ik mag gelukkig ook volgend jaar gewoon blijven. Dat zal het eerste jaar zijn dat ik ook daadwerkelijk een groep ga opstarten. Ik heb er onwijs veel zin in! Ik hoop zelfs dat ik volgend jaar de kleutergroep mag doen. Ik ben er namelijk achter gekomen dat ik toch wel geniet van het ontwerpen van thema’s. Ik kan hier mijn creativiteit in kwijt. Er zijn ook best een aantal dingen die ik anders wil gaan doen. Volgend jaar is een mooi moment om hiermee te starten! Het is namelijk bij deze kinderen wel lastig om halverwege het jaar veranderingen door te voeren. Voorlopig zit ik hier op mijn plaats. Al sluit ik niet uit dat ik ooit nog terug zou willen naar het regulier onderwijs.

Sta Sterk voor de Klas!