Gastblog 
(Leuk: als je deze blog wilt horen…. klik dan op de wordle.
Na afloop kom je niet automatisch op deze pagina terug; je moet daarvoor op het pijltje links naast het webadres klikken.)

wordle nt2spraak

 

 

 

 

Voorlezen aan niet-Nederlandstalige kinderen  – 5 tips van Marieke Goedegebure, taaltrainer/ logopedist NT2Spraak

Een boekje  voor het slapen gaan, een verhaal in de klas, goed voorlezen is een kunst. Je wilt natuurlijk dat de kinderen geboeid blijven en het verhaal makkelijk kunnen volgen. Zeker als Nederlands niet hun moedertaal is. Hoe kun je een verhaal zo begrijpelijk mogelijk maken zonder je stem te forceren? In deze blog geef ik vijf tips voor voorlezers.

Een goed verstaander

In je moedertaal hoef je letterlijk maar een half woord te horen. Maar voor het begrijpen van een taal die je minder goed beheerst, is meer nodig. Vooral meer volume. Kijk maar eens een programma zonder ondertiteling op de BBC: dan moet de tv echt een stukje harder.

Daarom alvast de volgende tips:

Tip 1: Zet kinderen met een lage taalvaardigheid dicht bij je, zodat ze je goed horen en minder last hebben van de omgeving.

Tip 2: Praat ietsje harder dan je normaal zou doen. Dit kun je al bereiken door je mond iets meer te bewegen: zo articuleer je meer en kan het geluid er beter uit. Let erop dat je ademt vanuit je buik, niet vanuit je schouders.

Morsecode

Het Nederlands heeft een ‘morsecoderitme’: de accenten in belangrijke woorden zijn langer dan de rest. Bijvoorbeeld: ‘Wat heeft beer mooie schoenen aan.’ Of, in morse: •• •• ••
Met de accenten in de zin laat je horen wie wat doet, waar, wanneer en hoe. De luisteraar heeft daardoor houvast aan deze accenten: ze zijn de ‘kapstokjes’ van de betekenis.

Tip 3: Spreek rustig en laat de accenten in de zin duidelijk horen. Pauzeer bij punten en komma’s en gebruik deze pauzes om oogcontact te maken.

Tip 4: Maak niet alle lettergrepen even lang, dan krijg je: Wat-heeft-beer-moo-ie-schoe-nen-aan! Dit lijkt duidelijker, maar dat is het niet.

nijntje

 

 

 

 

 

 

 

Sommige teksten hebben een heel vast ritme!

Basistoon

In het Nederlands stijgt en daalt de toonhoogte bij vraag en antwoord. Ook kun je met de melodie bijzonderheden benadrukken en het verhaal interessanter maken. Het is voor de duidelijkheid van het verhaal niet nodig om stemmetjes na te doen, dat is bovendien slecht voor je stem. Wijs op de plaatjes in het boek aan wie iets zegt, of zeg het erbij: ‘Beer zegt…’

Tip 5: Je vindt de toonhoogte van je normale spreekstem door vlot de dagen van de week of de maanden van het jaar op te noemen. Dit is je basistoon. Varieer rond die toonhoogte en kom steeds weer bij je basistoon terug. Zo voorkom je dat je steeds hoger gaat praten waardoor je je stem forceert.

Interactie

Nog één tip tot slot. Toen ik mijn zoon (nu 14) nog voorlas, was het voor mij vooral moeilijk om zelf niet in slaap te vallen. Ik weet nu wat ik fout deed: ik las Pluk van de Petteflet voor alsof het een luisterboek was. Mijn laatste tip is dan ook: Stel vragen voor meer interactie. Laat de kinderen het verhaal herhalen en voorspellen. Dat is goed voor hun taalontwikkeling en houdt jou scherp. Denk daarbij aan de vijf W’s: wie, wat, waar, wanneer en wakker…eh… Waarom. 😉 Veel succes!

Over Marieke Goedegebure

Marieke Goedegebure klein

 

Als logopedist en NT2-specialist geef ik uitspraaktraining en taaltraining op maat aan anderstaligen die voor werk of sollicitatie duidelijk(er) Nederlands moeten spreken. Dit doe ik in individuele trajecten en groepstrainingen. Verder geef ik workshops en advies over de uitspraak van het Nederlands als tweede taal aan iedereen die betrokken is bij het onderwijs aan anderstaligen.

Marieke Goedegebure, NT2Spraak
nt2spraak_logo

Schipholweg 103
2316 XC Leiden
071-5249385
www.nt2spraak.nl
info@nt2spraak.nl