Tagarchief: afspraken

En ze praten maar door…

Open

En ze praten maar door…

Ik hoor vaak van (startende) leraren dat ze soms een klas hebben die niet meer stopt met praten. Ze gaan maar door. Soms zijn het maar een of twee leerlingen die hun mond niet kunnen houden, en in de tijd die jij die leerlingen bestraffend (?) toespreekt, beginnen andere leerlingen hun eigen conversatie. En als je hen stil hebt, zijn er weer anderen begonnen. Dat kost je zoveel energie. En tijd. En het verpest (meestal) de sfeer in de klas.

Herken je dit?

Allereerst is het van belang om na te gaan waarom ze maar blijven praten. De volgende vragen kunnen je daarbij helpen:

* Praten ze omdat ze het gezellig vinden in de klas? Omdat ze het idee hebben dat er “een doorlopend theekransje” plaatsvindt?Gezelligheid troef! En alles in goede sfeer!

* Praten ze om jouw les te verstoren? Om je te pesten? Om te kijken waar jouw grens ligt? Omdat ze willen weten wanneer jij “uit je vel springt”? Of omdat de sfeer zo negatief is (geworden) dat ze niet (meer) anders kunnen?

* Praten ze omdat ze niet anders kunnen? Omdat ze “geprogrammeerd zijn” om meteen verbaal te reageren op alles wat er gebeurt in de klas?

Waarschijnlijk weet jij zelf het antwoord op deze vragen. Maar welke van de drie redenen het ook is, in alle gevallen heb jij een probleem dat je wilt en kunt oplossen. Ben je bang dat dit teveel tijd kost? Ga voor jezelf na of je de investering in tijd en energie over hebt om de situatie zo te krijgen zoals jij wilt. Als je blijft doen wat je deed, blijft het zoals het is.

Ik zet (per vraag) wat handvatten op een rij die jou kunnen helpen om het tij te keren.

*Praten uit gezelligheid.
Meestal is dat een hele sociale groep, die oprecht alles met elkaar deelt. Je kunt je probleem gewoon bij hen neerleggen, waarbij je hun behoefte aan sociale conversaties  ook benoemt. Belangrijk is om goed uit te leggen op welke momenten en waarom je wilt dat iedereen zijn mond houdt. Deze momenten kun je met de leerlingen inventariseren. Je vraagt ook aan de leerlingen welke sanctie past bij het overtreden van de regel “je ben stil op deze X momenten”. Jij kiest die sanctie uit die jij passend vindt. Daarnaast geef je ook ruimte aan hun behoefte door meer samenwerkopdrachten te geven en misschien zelfs (aan het begin- en/ of aan het eind van de les) “praatpauzes” van vijf minuten in te plannen.

* Praten om jou te pesten.
In dit geval zal je opnieuw moeten beginnen met de groepsvorming. Deze groep heeft een negatieve houding naar jou toe en die zal je moeten doorbreken. Hier moet je echt veel tijd en energie in investeren en het werkt pas echt goed als je ouders en je eventuele duo-partner (of een collega) hierbij betrekt. Voor een betere sfeer in de groep is een goed stappenplan onontbeerlijk:
1. Je gaat met je duo-partner om de tafel zitten en je maakt duidelijk dat je het voortaan anders wilt. Je vraagt de hulp van je duo-partner (of collega). Zeker als je deze klas maar een of twee dagen per week hebt, gaat het zonder zijn of haar steun niet lukken. Jullie maken samen een plan. Breng het hele team op de hoogte.
2. Jullie sturen (samen) naar alle ouders een e-mail om ze te vertellen dat jullie je zorgen maken over de groep en dat jullie de komende weken de sfeer in de groep “positiever gaan maken”. Omdat dan ook de leerprestaties sterk zullen verbeteren. En dat jullie daarbij de steun en hulp van de ouders nodig hebben. Vraag ouders ook vooral om hun eigen tips, ideeën en aanvullingen. Nog beter is om ook nog een extra ouderavond te organiseren waarbij jullie je mail mondeling toelichten en ook om de mening van de ouders vragen.
3. Jullie vertellen de leerlingen dat het zo niet langer kan en dat jullie de komende weken iedere dag aandacht gaan besteden aan groepsvorming.
4. Je begint met een groepsgesprek over normen en waarden in de klas. Jij vertelt wat je van de leerlingen verwacht en je vraag de leerlingen wat ze van hun klasgenoten verwachten in jouw les. Je geeft alleen de leerlingen de beurt waarvan je weet dat zij een positieve insteek hebben. Zo zet je een positieve norm. De hieruit ontstane regels (waarden) zet je op het bord en hang je ook op in de klas.
5. Iedere dag doe je met de klas een activiteit waarbij deze regels getest worden. Je beloont goed gedrag. Je evalueert met de leerlingen.
6. Vrijwel alle leerlingen zullen zich uiteindelijk neerleggen bij de nieuwe normen en waarden. Met de leerlingen die dit niet kunnen (als dat voorkomt), maak je een aparte afspraak. (Zie volgende…)
7. Houd en breng de ouders & collega’s steeds op de hoogte van de voortgang van het proces. Gebruik je duo-partner (of collega) als klankbord.

* Praten omdat ze niet anders kunnen.
Dit betreft meestal een leerling of een kleine groep. Met deze leerlingen maak je een aparte afspraak voor een gesprek, waarin je vraagt wat deze leerling nodig heeft om zich zo te gedragen zoals jij wilt. Doe dat per leerling individueel, nooit als groep bij elkaar. Stel jouw grenzen hierbij heel duidelijk. Als een leerling bijvoorbeeld zegt: “Ik heb nodig dat jij weg gaat”, is dat (helaas voor die leerling) een onacceptabel antwoord, want jij gaat niet weg. Dat zeg je dus ook. En je stelt de vraag opnieuw. Als een leerling zegt: “Ik weet het niet”, dan zegt jij: “En hoe ziet het er dan uit als je het wel zou weten?” Of: “Hoe doe je dat dan bij meneer X?” Soms zijn dit lange gesprekken, omdat je soms lang moet wachten op een antwoord wat voor jullie allebei acceptabel is. Je eindig altijd met een afspraak. Laat de leerling zelf een sanctie bedenken in geval van overtreding.

* In alle gevallen:
1. Spreek leerlingen niet individueel aan, maar corrigeer algemeen en complimenteer algemeen.
2. Wees heel consequent. Stil is stil. Wacht tot het echt stil is.
3. Ga niet in discussie. Voorkom strijd.
4. Loop door de klas. Ga bij de kletsers staan en laat non-verbaal merken dat jij de enige bent die mag praten.
5. Leg steeds opnieuw uit waarom het echt stil moet zijn.

Tips voor het goed samenwerken met je duo-partner

Tips voor het goed samenwerken met je duo-partner

Dit doe je van te voren:
Als je parttime op een school komt te werken, is het belangrijk om goed af te stemmen met je (toekomstige) duo-partner. Je kent elkaar (nog) niet, maar toch ben je samen verantwoordelijk voor het leren en welzijn van jullie leerlingen. Goede communicatie en afstemming zijn voorwaarden om er samen een succesvolle periode van te kunnen maken.
– Regel een gesprek met je (toekomstige) duo-partner. Trek hier minimaal een uur voor uit.
– Zorg dat je al je vragen hebt opgeschreven.
– Wissel meteen telefoonnummers en e-mailadressen uit.
– Maak meteen een afspraak om bij je duo-partner in de klas te komen kijken.

Dit bespreek je:
Er gelden in het onderwijs veel ongeschreven regels en onuitgesproken verwachtingen. Maak meteen duidelijk dat je nieuw bent en dus helemaal niets weet. Stel je open op, stel vragen.

Vraag naar:
– De verwachtingen die jouw nieuwe collega van jou heeft:
– Gebruik van methodes
–  Afnemen van toetsen
– Communicatie naar ouders en externen
– Registratie in Parnassys (of een ander programma)
– Afspraken m.b.t. communicatie en overdracht tussen jullie
– Het opruimen en netjes houden van het lokaal
– Pleinwacht lopen en externe uitjes
– Rapporten

De school- en klassenregels en de consequenties van overtreding:
o Toiletgebruik
o Materialen en spullen
o Gedrag (klas – gang – plein)
o Gebruik digitale middelen
o Taken van leerlingen

Leerlingen en de communicatie met ouders en externen:
o T.a.v. zorg
o Plattegrond
o Niveaus
o Instructiegroepen

Routines in de klas:
o Luisterhouding
o Instructie
o Leswisselingen
o Nakijken
o Hulpmiddelen

Tot slot: vraag naar de sfeer in de lerarenkamer ?

De Streepjesmeester

De Streepjesmeester

(vrij naar een verhaal van Bianca)

Er was eens een jongeman; Peter en Peter kwam stage lopen bij Hans. Hans had een bovenbouwklas in de Schilderswijk in Den Haag. Best pittig dus.
Peter had eigenlijk alleen nog maar les gegeven op scholen en in klassen waar de leerlingen het altijd leuk vonden als hij een dagje kwam. Maar nu moest Peter niet “een dagje” maar een lange periode aan de slag. Als LIO. Hij moest aan de bak. En dat viel niet mee.

Peters eerste lessen verliepen onrustig, maar hij was niet ontevreden. Hans had altijd flink de wind eronder. Als een leerling door de klas riep, zette Hans de naam op het bord met een streepje er achter. En vijf streepjes betekende strafregels schrijven. Er kwam zelden iemand voorbij de vier; dan moest het wel heel hard stormen.

Peter wilde het liefst zo snel mogelijk zelfstandig de klas gaan draaien. Hans bedacht dat dat helemaal geen slecht idee was, dus hij bereidde samen met Peter een woensdagochtend voor en wenste hem veel succes. “En je weet het. Als iemand zijn mond open doet, dan zet je een streepje achter zijn naam.”

Het eerste uur ging prima. Estafette lezen en dictee. Tijdens de rekenles werd het onrustig. Peter werd onzeker over een strategie in het boek. Iemand riep: “Meester Hans legt veel beter uit!”. Peter zette het eerste streepje. Daar kwam veel commentaar op. “Mag hij zijn mening niet geven?” “We wonen toch in een vrij land?” “Democratie Meester!” “Dictator!” Meester Dictator!”

En zo ging het maar door. Omdat Peter steeds streepjes aan het zetten was, zag hij niet meer wat er in de klas gebeurde. Iedereen riep door elkaar, leerlingen liepen door de klas. Een paar leerlingen hadden wel tien streepjes achter hun naam en het huilen stond Peter nader dan het lachen.

En toen werd het plotseling doodstil in de klas. Hans stond in de deuropening. Een van de meisjes had hem opgehaald uit de teamkamer, waar hij werkstukken zat na te kijken. En Hans herstelde de orde, ging achterin zitten en vertelde dat Meester Peter nu verder ging met de rekenles. En dat deed Peter. De ochtend kroop voorbij, maar achteraf was hij blij dat hij het gedaan had. Met Hans achterin groeide zijn zelfvertrouwen weer en ging het steeds beter.

Tijdens de nabespreking stak Hans de hand in eigen boezem. “Ik had je nooit het idee van de streepjes mogen opdringen. Dat is mijn systeem. Ik ben De Streepjesmeester. Jij moet je eigen manier vinden om orde te houden. En daar ga ik je mee helpen. Stap voor stap.”

En zo gebeurde het. En toen Meester Peter afscheid nam, vonden alle leerlingen het jammer dat hij wegging. Een paar meisjes huilden zelfs.

Als je in een nieuwe klas begint, is het belangrijk om met de leerlingen te bespreken wat jij belangrijk vindt en wat de leerlingen belangrijk vinden.

Regels. Routines. Afspraken. Welke overtredingen zijn er en wat zijn de consequenties van die overtredingen.

Welke beloningen zijn er te verdienen en wanneer krijg je die.

Als de leerlingen precies weten wat ze aan jou hebben, dan verdien je daar respect mee.

Als jij jouw grenzen duidelijk aangeeft en bewaakt, is het makkelijker om de orde te bewaren.

Een manier om dergelijke afspraken duidelijk in beeld te brengen, is door middel van het maken van een poster met Pictochart (en ja, dat is gratis).

download

Je kiest (een) onderwerp(en) en laat alle leerlingen daar zelf een poster van maken. Jij kunt bepalen wat erop komt, maar je kunt hen ook vragen om voorbeelden te maken ter inspiratie.

Het is hoe dan ook belangrijk dat je je leerlingen betrekt bij alle afspraken die gemaakt worden aan het begin, en dit is een leuke, beeldende manier.