Tagarchief: enthousiast

Functioneringsgesprek? Ga ervoor!

Functioneringsgesprek? Ga ervoor!

Op de meeste scholen worden functioneringsgesprekken gevoerd. Op alle scholen wordt dat anders geregeld.

Een functioneringsgesprek heeft een andere functie dan een beoordelingsgesprek. Het is zaak om daar alert op te zijn.

Op de site van de AOB staat het als volgt omschreven:
Ken het doel van een functioneringsgesprek
Er bestaat veel onduidelijkheid over het verschil tussen een functioneringsgesprek en een beoordelingsgesprek. Beide gesprekken zijn onderdeel zijn van een cyclus en vinden jaarlijks plaats, maar het doel is anders. Een functioneringsgesprek is een gestructureerd tweerichtingsverkeer-gesprek tussen jou en je leidinggevende. Jullie bespreken de huidige werkpraktijk om knelpunten op te sporen. Voor de geconstateerde problemen bedenk je samen oplossingen en daarover maak je afspraken. Het functioneringsgesprek is dus toekomstgericht. De verbetering staat centraal.

Soms krijg je van te voren een formulier met vragen, of een lijstje met onderwerpen.
Soms is er van te voren een klassenbezoek waar je wordt geobserveerd.
Soms krijg je alleen een datum en een tijd door en moet je maar afwachten wat de onderwerpen zullen zijn.

Soms is degene waar je het gesprek mee hebt ook degene die jou (als je starter of invaller bent) begeleidt. Dat is eigenlijk geen goede zaak; jullie hebben dan allebei twee petten op. In dat geval zou je kunnen vragen of je je functioneringsgesprek met iemand anders mag hebben.

In alle gevallen: ga ervoor! Maak er een leuk gesprek van.

Of je nu invaller bent of vaste kracht, de volgende tips kunnen je helpen.

  • Maak van te voren twee lijstjes. Een met dingen die je heel erg leuk vindt in je werk en een met zaken waar je niet blij mee bent. Als je tweede lijstje langer is dan het eerste, zal je je moeten afvragen of je hier wel wilt blijven werken. De uitkomst daarvan is van invloed op het gesprek dat je hebt.
  • De dingen die je leuk vindt, kan je allemaal noemen. Doe dat met enthousiasme!
  • De zaken die je niet leuk vindt, kun je omzetten in “wensen”. Tijdens je gesprek vraag je dan of er mogelijkheden zijn om die wensen te vervullen. Zo zorg je voor een positieve insteek.
  • Spreek vanuit jezelf en niet over, of namens anderen.
  • Je mag je kwetsbaar opstellen, zolang je er een leerdoel aan koppelt. Zo laat je zien dat je je bewust bent van je tekortkomingen, maar dat je er aan werkt.
  • Alles waar je goed in bent, mag je ook zeker benoemen. Geef daar voorbeelden bij.
  • Als je alleen maar kritiek over je heen krijgt, vraag dan a. om voorbeelden en b. vraag wat volgens hem/ haar wel goed gaat.
  • Krijg je geen functioneringsgesprek? Vraag erom.

Succes!

Dat doen wij zo niet…

Dat doen wij zo niet…

“Dat doen wij zo niet.” Niet leuk om te horen als je nieuw op een school bent en enthousiast een idee naar voren brengt.

“Wij doen het al jaren zo en dat bevalt prima.” Nog zo’n opmerking waar je niks mee kunt als je een verandering voorstelt.

“Ach ja, toen ik pas begon had ik ook van die wilde plannen, maar je zult zien dat dat vanzelf overgaat.” En je enthousiasme voor jouw “wilde plan” zakt meteen weg.

Laten we eerlijk zijn. Het is niet leuk om dergelijke opmerkingen te horen. En gelukkig worden ze steeds minder gemaakt. Maar als je op een school zit waar je wel zulke opmerkingen te horen krijgt, dan kun je er wel iets mee als je wilt.

  1. Het is goed bedoeld. Het komt misschien anders over, maar in de grond is het een welwillend advies met het doel om jou te beschermen.
  2. Je kunt er dus ook welwillend en begrijpend op reageren. “Ik begrijp het” zeg je dan. (Of iets van die strekking.) Je mag ook vragen naar de bezwaren die er zijn. Misschien hebben ze wel een punt… dan kun je daar rekening mee houden.
  3. Vervolgens vraag je of je jouw plan toch mag uitproberen. Bij wijze van pilot. Bijvoorbeeld in jouw klas. In de meeste gevallen wordt daar positief op gereageerd.
  4. Je gaat aan de slag.
  5. En je vertelt iedere keer enthousiast over de vorderingen die je maakt.
  6. En als je ergens tegenaan loopt, dan vraag je om hulp aan iemand die (min of meer) positief t.o.v. jouw “wilde plan” staat.
  7. Je houdt vol. Grote kans dat iemand jouw plan adopteert.

Veel succes!

Soms dacht ik wel eens…

Open

Soms dacht ik wel eens...

Ik word putjesschepper.

Ik ben compleet ongeschikt als leraarr.

Ze luisteren niet naar me.

Ze moeten me niet.

Wat ik ook doe… ze leren niets. Niet van mij in ieder geval.

En het stormt niet eens 🙁
Denk jij dat ook wel eens?

Dat je denkt dat je beter een ander vak had kunnen kiezen?
Ik heb dat regelmatig gedacht.

En niet alleen in het begin van mijn carriere. Ook na 29 jaar dacht ik dat nog wel eens. Ongeveer een keer per jaar had ik zo’n dag waarop ik dat dacht. Putjesschepper…
En ja, dan kun je natuurlijk:

1. mopperen
2. jezelf beklagen
3. de leerlingen de schuld geven
4. je collega’s de schuld geven
5. het weer, de methode of het lokaal de schuld geven
6. en nog een keer zielig doen
En dat mag ook wel even, 

Het mag even. Ongeveer 10 minuten. Niet langer.

Want het helpt niet.

Niet echt.
Wat helpt wel?

1. Stel vast dat je je rot voelt. Je voelt je rot omdat je les of je dag anders verliep dan je had verwacht of gehoopt. En dat mag. Fouten maken mag.

2. Ga na wat je anders had kunnen doen:

a. Was je lesinhoud op niveau?
b. Heb je de les met enthousiasme gegeven?
c. Was je organisatie in orde?

3. Je zult zien dat een van deze drie niet in orde was. Je zult waarschijnlijk zelfs nog weten op welk nare moment je je realiseerde dat “het” niet meer klopte. Het ging verder mis omdat het je niet lukte om de les aan te passen. Je sudderde door. In veel gevallen zullen de leerlingen ingrijpen door de orde te verstoren. Dat is hun manier om tegen jou te zeggen: “je les is niet voor 100% in orde. En wij willen een goede les.”

4. Het klinkt misschien raar, maar doorvoel het nare moment nog een keer. Voel het heel goed, zodat je het herkent als het je de volgende keer nog eens gebeurt. En prent jezelf in dat je in dat geval de volgende stappen gaat zetten:

a. Je stopt je les. Je benoemt wat er volgens jou gebeurt (of is gebeurd). Je vertelt dat je de les gaat aanpassen. Neem er even de tijd voor.
b. Je organiseert de hele les opnieuw, waarbij je ervoor zorgt dat a., b. en c. in orde zijn.
c. Als het nodig is herhaal je de regels nog eens.
d. Je start opnieuw.

5. Het kan helpen om dit eens voor de spiegel te oefenen.
Het is niet gek.

Leraar zijn is een prachtig vak, maar het is soms ook best een moeilijk vak.
En zoals iedereen mag jij ook onzeker zijn en fouten maken.

Omdat het ook zo’n verantwoordelijk vak is, voel je je vaak extra schuldig als je een fout maakt.

Ik wel.
En het is natuurlijk ook bijna vakantie…

Dan mag je moe zijn.

Maar niet minder enthousiast.

Je lessen moeten goed blijven.

Want dat verdienen jouw leerlingen.

Dus pep jezelf flink op!

 

De wereld heeft jou nodig als leraar!

Putjesscheppers zijn er al voldoende.

De 7 tips voor een goede muziekles

De 7 tips voor een goede muziekles

  1. Geef je les een muzikaal doel en zet dit doel vooraf op het bord.
    Een liedje zingen is leuk en zeker belangrijk, maar dat is geen doel op zich, het is een hulpmiddel om een doel te bereiken.
  2. Kies een lied of muziekstuk waarmee jíj je lesdoel kunt bereiken.
    Als je zelf enthousiast bent over wat je laat horen neem je de kinderen daarin mee. En als jij ervan overtuigd bent dat je het doel kunt bereiken ben je over het algemeen ook enthousiast.
  3. Laat veel muziek horen en praat erover.
    Vinden de kinderen het mooi? Herkennen ze instrumenten? Hoeveel stemmen horen ze? Muziekwaardering, instrumentenkennis en muziekgeschiedenis zijn ook kennisgebieden uit de kerndoelen.
  4. Maak het doel simpel.
    Kinderen ritmes laten klappen begint écht met 4 kwartnoten in een maat. Voor veel kinderen (in de onderbouw) is dit al lastig genoeg, zeker als ze zelf voor de klappende begeleiding moeten zorgen. Of een heel lied zuiver zingen is voor veel volwassenen al een onhaalbaar doel, dus laat staan voor de kinderen. Pak 2 zinnen uit een lied en hamer op de noten.
  5. Gebruik youtube!
    De toevoeging “lyrics” aan je zoekterm levert vrijwel altijd een versie met de tekst in beeld op.
  6. Muziek maken is expressie.
    Laat kinderen gaan! Laat ze staan, dansen, overdrijven, brommen, piepen, kortom: enthousiast zijn. Zolang ze hun stem maar niet beschadigen is veel geoorloofd. Laat ze muziek beleven en uitbeelden. Denk bijvoorbeeld eens aan een les waarbij de kinderen eerst een klassiek muziekstuk analyseren (harde stukken, zachte stukken, enz.) en vraag ze daarna de dirigent te spelen.  Hoe zou jij het orkest laten doen wat het moet doen?
  7. Geniet!

Extra tips:

Gebruik de methode als hulpmiddel om je doel te bepalen en om passende liedjes bij je doel te vinden. Is jouw groep niet aan het doel toe? Pas het aan!

Herhaal je liedjes waarmee je doelen bereikt vaak. Dit kan als energizer tussendoor, aan het einde van de dag (even relaxed afsluiten), maar zeker ook als start van de volgende les.

Houd  voor nog  meer ideeën www.meestermichael.nu in de gaten!