Tagarchief: klas

Stuur ze er maar uit!

Stuur ze er maar uit!

Ken je deze al?
De directeur tegen de invaller: “Stuur ze er maar uit!”
De leraar tegen de klas: “Wie ik nu nog hoor, kan vertrekken!”
De leraar tegen de leerling: “Ga er maar uit! Er uit!!!”

Het is een veel voorkomende consequentie van ongewenst gedrag: eruit sturen. En heel eerlijk gezegd… ik weet niet meer hoeveel ik eruit heb gestuurd in meer dan 30 jaar, maar het zouden er best wel honderd kunnen zijn. Ik heb het niet bijgehouden. Ik wou dat ik dat wel had gedaan, eigenlijk. Achteraf. Ik had dat anders moeten aanpakken, maar ik wist toen nog niet hoe.

Ik zie het nu ook nog steeds gebeuren, als ik achter in de klas zit. Soms ben ik het er mee eens; het kan niet anders, de leerling heeft de verkeerde keuze gemaakt en de consequentie was van tevoren duidelijk. Maar meestal snap ik er niets van. Dan is de leraar het zat, schiet uit zijn slof en stuurt er eentje uit. Zomaar. Dat zegt zo’n leerling dan ook vaak: “waarom?” En vervolgens ontstaat er een strijd, is er een hoop gedoe en is de lestijd om. Zonde. Ik ken leerlingen die volgens mij meer tijd op de gang hebben doorgebracht dan in het klaslokaal. Waarom doen we dat? We sturen leerlingen er uit onmacht uit. Eruit sturen is een noodgreep als je niet weet wat je moet doen. Je bent de regie kwijt. En dat terwijl je als leraar te allen tijde de regie moet houden. Eruit sturen moet een consequentie zijn voor ongewenst gedrag waar een hoop stappen voor zitten. En waar voldoende redenen voor moeten zijn. Onmacht is een slechte reden.

Welke redenen zijn er wel?
1. De leerling heeft een grens overschreden waar geen discussie over mogelijk is. Verbaal of fysiek geweld. Discriminatie. Schelden. Vechten. Dergelijk dingen. Daar is geen waarschuwing mogelijk. Wegsturen is de enige optie.
2. Een leerling is een zo grote stoorzender, dat de andere leerlingen onmogelijk kunnen doen wat ze moeten doen. Je stuurt de leerling eruit om andere leerlingen te beschermen. Er zitten wel stappen voor.
3. Een leerling kiest ervoor om door te gaan met het ongewenste gedrag, ondanks de volgende stappen:

Wat zijn de stappen als een leerling iets doet wat niet mag?
1. Nonverbaal corrigeren. Een blik, langslopen, een gebaar…
2. De leerlingen die goed meedoen een compliment geven.

  1. De leerling onder vier ogen aanspreken op het gedrag. Je benoemt het gedrag en zegt dat je verwacht dat de leerling de keus maakt om gewenst gedrag (en dat benoem je specifiek) te tonen. Je zegt: “dank je wel” en je loopt weg.
  2. Je geeft één waarschuwing, waarin je vertelt dat de leerling kiest voor de consequentie (nl: eruit gestuurd worden) als hij er voor kiest om iets anders te doen wat jij wilt. En jij benoemt duidelijk welk specifieke gedrag je wilt zien.
  3. Natuurlijk is niet alle ongewenst gedrag een keus. Maar het helpt als je de leerling het idee geeft dat hij of zij wel een keuze heeft. Je moedigt de leerling aan om de juiste keuze te maken.

En dan maakt de leerling een verkeerde keuze. Je stuurt hem eruit. Zorg ervoor dat je rustig blijft, duidelijk vertelt wat hij nu moet gaan doen en wanneer hij weer terug mag komen: geef dus een duidelijke tijd aan. Laat de leerling zelf de tijd bijhouden, anders moet je daar ook nog op letten.

Besteedt verder geen tijd en aandacht aan deze leerling. Ga niet in op discussies of uitstelgedrag. Ga gewoon door met je les.

Als de leerling weigert te vertrekken dan kun je:

  1. Zeggen: “Wat fijn dat je er toch voor gekozen hebt om te blijven en mee te doen met de les. Ga zitten, pak je pen en schrijf over wat er op het bord staat.”
  2. Een andere leerling vragen om hulp te halen.
  3. Wachten en helemaal niets zeggen. Alleen maar stevig staan en de leerling aankijken. Armen over elkaar.

Zorg ervoor dat je later altijd de relatie met de leerling weer herstelt. Maak ook afspraken over hoe de leerling de volgende keer het (zichtbare) gewenste gedrag wel kan vertonen.

Toon begrip, maar stel je normen duidelijk. Vertel hoe jij wilt dat het gaat en laat de leerling vertellen hoe hij dat gaat doen.

Pak de orde terug in vijf stappen

Pak de orde terug in vijf stappen

Het is mij best wel vaak gebeurd. Dat ik een klas heb waar het wel aardig loopt. Er zitten wel wat stoorzenders tussen de lieverdjes van leerlingen, maar die weet ik over het algemeen best in het gareel te houden. Meestal gaat het prima met mijn orde in de klas.

Maar dan gebeurt het. HET. Ik ben moe of sjaggerijnig of wat dan ook en in ieder geval niet alert. En ik reageer verkeerd op een leerling. Ik maak een verkeerde opmerking, kijk de verkeerde kant op, of mijn hele houding is gewoon FOUT. En ik voel de orde als zand tussen mijn vingers wegglijden.

Ik probeer dan nog krampachtig te redden wat er te redden valt, maar meestal lukt het niet, is het een kwestie van de les uitzitten en volgende les opnieuw proberen. Het fijne is dat dat ook lukt, omdat leerlingen je altijd weer een nieuwe kans geven. En als je dan zelf alert bent (en uitgeslapen en vrolijk) dan is het net alsof die vorige les nooit geweest is.

Eén keer deed ik iets compleet anders dan anders. En dat werkte echt supersnel; ik had de orde binnen no time terug. Ik heb er vijf stappen van gemaakt die ik hier met jou deel:

  1. Ik ging op een andere plek staan; achter in het lokaal en vroeg de leerlingen op zachte toon om hun spullen op te ruimen en even naar me te luisteren. Ik keek daar heel ernstig, bezorgd bij. Omdat ik iets onverwachts deed, luisterde iedereen redelijk snel. De leerlingen moesten zich omdraaien en waren daardoor met mij bezig en niet meer met elkaar.
  2. Ik stond heel stevig in de grond. Ik haalde een paar keer diep adem en keek omhoog. Dat gaf me nieuwe energie. Ik keek alle leerlingen een voor een aan.
  3. En ik bood mijn excuses aan voor het verstoren van de orde.
  4. En ik stelde de leerlingen voor de keuze. Degenen die geen zin meer hadden in deze les mochten (in stilte) hun huiswerk gaan maken. Degenen die de les nog wel wilden volgen, mochten naar mij luisteren. Twee leerlingen wilden door met de les. De rest ging aan het werk. Ik had de orde terug. Binnen tien minuten deed iedereen weer mee met de les.
  5. Na afloop bedankte ik de leerlingen voor hun coöperatie.

Maak hier je eigen variatie op; je eigen stappenplan.

  1. Zorg voor (echte) afleiding.
  2. Geef jezelf aarde en energie.
  3. Bied je excuses aan.
  4. Geef de leerlingen de keus. Wel een keus die als vanzelf stilte (en geen geloop door de klas) vereist.
  5. Bedank je leerlingen, of geef ze een compliment.

Activiteiten voor de Mentor

Activiteiten voor de Mentor

Als mentor heb je in ieder schooljaar de schone taak voor je liggen om het gehele schooljaar op nuttige wijze de mentoruren te vullen. In het begin doe je wat kennismakingsspelen en wissel je vooral ervaringen uit. De kans is echter groot dat je daar snel mee klaar bent en dat jouw leerlingen huiswerk gaan maken in jouw mentoruur. Prima natuurlijk, als er ook echt huiswerk gemaakt wordt. Maar ik zie vaak gebeuren dat het gewoon “gezellig” wordt. Leerlingen gaan kletsen, zitten op hun telefoon (want het huiswerk staat in Magister) en doen van alles…. behalve huiswerk maken.

Dus als jij het anders wilt… dan heb ik voor jou zeven mogelijke activiteiten voor de Mentor. Ze staan in willekeurige volgorde.

  1. Spellen waardoor de leerlingen elkaar echt gaan leren kennen. Bijvoorbeeld variaties op “over de streep” en “ga staan als je…”. Het begint natuurlijk bij hobby’s en huisdieren, maar later kun je ook persoonlijkere dingen vragen. Hier vind je nog meer leuke spellen voor in je klas.
  2. Maak groepjes van vier en ga aan de slag met een placematopdracht. Ieder viertal zit rondom 1 tafeltje met ieder een pen. Je zet een open vraag op het bord: bijvoorbeeld “wat zou er op school allemaal anders moeten”. De vraag kan gaan over van alles en nog wat (zelfs over de lesstof). Vervolgens krijgen de leerlingen 3-5 minuten om voor zichzelf (in stilte) het antwoord op te schrijven. Vervolgens kiest iedere groep een voorzitter. De voorzitter heeft als taak om de antwoorden van alle groepsleden te verzamelen, er vragen over te stellen en in het middelste vak een “grote gemene deler” te noteren. Daar krijgen de leerlingen 15 minuten voor. Daarna neem jij de groep weer centraal en verzamel jij de alle “grote gemene delers” van alle groepjes. En jij maakt daar weer een “grote gemene deler” van de hele klas van. Dat doe je allemaal op het bord. Deze opdracht geeft jouw veel inzicht in de leerlingen en de leerlingen leren veel van elkaar. Zorg wel dat je je strak aan de tijd houdt. De placemat kun je downloaden in de SterkNieuws.
  3. Heb het eens over huiswerk maken en het plannen voor proefwerken. De leerlingen moeten leren dat het belangrijk is om:
    1. Huiswerk op te schrijven in een planner of agenda. Plenda is een erg goede, maar prijzig. Hier vind je gratis huiswerkplanners.
    2. Niet langer dan 45 minuten achter elkaar te leren.
    3. Leer- en maakwerk af te wisselen.
    4. Water te drinken tijdens het leren.
    5. Telefoons uit te zetten: een kleine afleiding kost je 7 minuten om weer goed aan het werk te zijn.
    6. Te focussen voor je begint met leren.

Daarnaast is het belangrijk dat de leerlingen hun klachten over huiswerk en planningen (vooral van andere leraren) bij jou kwijt kunnen. Je moet wel duidelijk zijn in wat je wel en niet kunt doen om ze te helpen. Je mag ook je collega’s niet afvallen. Maar de leerlingen moeten wel jouw begrip voelen dus je moet vooral een steunend en luisterend oor zijn.

  1. Houd coachgesprekken! Doe dat één op één en geef de rest vrij (als dat kan). Bedenk wel van te voren goede, open vragen om te stellen. Hierdoor bouw je een goede band op met leerlingen. Respecteer wel openlijk hun privacy: vertel niets door en neem geen stelling. Luister goed en betrokken.
  2. Nodig gastsprekers uit. Dat kunnen mensen zijn die de leerlingen zelf bedacht hebben. Laat ze maar eens nadenken over wie ze zouden willen interviewen, of wiens verhaal interessant zou kunnen zijn. Zo had ik zelf jaarlijks een oud-verzetsstrijder te gast. Ieder jaar waren mijn leerlingen weer diep onder de indruk van het verhaal van de man.
  3. Geef les over leren leren. Hoe onthoud je de stof het beste? Oefen geheugentechnieken? Hoe slaan jouw hersenen de stof het beste op? Hier vind je veel tips.
  4. Organiseer een event met de klas. Ideeën kunnen de leerlingen uitwisselen d.m.v. de placematmethode. Het kan een feest worden, een geldinzameling, een project… het maakt niet uit, als er maar heel veel taken zijn, zodat iedereen zijn eigen bijdrage kan leveren. Zorg voor een duidelijk stappenplan, met tijd en deadlines.

Weet jij nog meer activiteiten? Reageer dan via “geef hier een reactie”.

Veel plezier!

Vakantie!

Vakantie!

Vakantie!
Voor de ene helft van het land is het net begonnen, voor de andere helft zit het er alweer bijna op.
We zien er altijd zo naar uit en voor je het weet is ie weer voorbij. Ik heb van te voren altijd het idee dat ik genoeg tijd heb om honderdduizend dingen te doen. Helaas valt dat altijd tegen…. Iedere vakantie vliegt voorbij en het maakt niet uit hoeveel weken ie duurt.

Mijn lijstje?
Lezen, bakken, naar de bioscoop, afspreken met vriendinnen,  iets leuks doen met de kinderen, alle nieuwsbrieven lezen die nog in mijn “to-read-bakje” in mijn in-box zitten, de schuur opruimen, oude kleren uitzoeken en wegbrengen, alle schoenen poetsen, strijken, keukenkasten schoonmaken, administratie opnieuw indelen, “The Crown” afkijken op Netflix, kijken waar ik heen wil op vakantie, financiën op orde brengen, foto’s uitzoeken, uitslapen (alhoewel dat steeds minder goed lukt naarmate ik ouder wordt), de opzet maken voor mijn nieuwe boek, boeken bestellen (die ik dan eerst moet lezen voordat ik kan beginnen met het vorige actiepuntje) en oh ja!: shoppen. Ik ben echt enorm toe aan nieuwe kleren.

Wedden dat ik nog niet eens tot de helft kom?
En dat die andere helft blijft liggen tot de kerstvakantie?
Of nog waarschijnlijker: blijft liggen tot de voorjaarsvakantie, omdat de kerstvakantie altijd vol zit met sociale verplichtingen en ik dan voorbereidingen moet treffen voor een verhuizing in januari.

Vind ik dat erg?
Welnee. Ik ben er inmiddels aan gewend. Mijn lijstje heet dan ook “dingen-om-misschien-wel-te-doen-in-de-vakantie-lijstje” in plaats van “to-do-lijstje”. Ik weiger in de stress te schieten, nog vóór de vakantie is afgelopen.

Dus vandaar: 5 tips voor het voorkomen van stress. In de vakantie, maar ook daarbuiten.

  1. Je weet dat er altijd een moment komt waarop de stress toeslaat. Accepteer dat. Het gebeurt gewoon. Er tegen vechten werkt averechts en levert nog meer stress op.
  2. Bedenk wat er gebeurt als je iets niet Vergaat de wereld dan? Ik denk het niet.
  3. Vervang “Ik moet…” door “Ik wil…” in je spreken en in je denken.
  4. Zorg ervoor dat er minimaal 1 dag in je vakantie is waarop je helemaal niets inplant. Een dag waarop je desnoods de hele dag in je pyjama op de bank hangt en pizza bestelt. Of iets anders (niet) doet waar je (geen) zin in hebt.
  5. Zeg gewoon eens “NEE!” tegen taken die je opgelegd krijgt en waar je het nut niet van inziet.

En 6: heb je wel zin om een goed boek te lezen voor school, maar wil je het wel snel uit hebben? Bekijk dan mijn VLOG!

Fijne vakantie, of fijne werkweek!

En ze praten maar door…

Open

En ze praten maar door…

Ik hoor vaak van (startende) leraren dat ze soms een klas hebben die niet meer stopt met praten. Ze gaan maar door. Soms zijn het maar een of twee leerlingen die hun mond niet kunnen houden, en in de tijd die jij die leerlingen bestraffend (?) toespreekt, beginnen andere leerlingen hun eigen conversatie. En als je hen stil hebt, zijn er weer anderen begonnen. Dat kost je zoveel energie. En tijd. En het verpest (meestal) de sfeer in de klas.

Herken je dit?

Allereerst is het van belang om na te gaan waarom ze maar blijven praten. De volgende vragen kunnen je daarbij helpen:

* Praten ze omdat ze het gezellig vinden in de klas? Omdat ze het idee hebben dat er “een doorlopend theekransje” plaatsvindt?Gezelligheid troef! En alles in goede sfeer!

* Praten ze om jouw les te verstoren? Om je te pesten? Om te kijken waar jouw grens ligt? Omdat ze willen weten wanneer jij “uit je vel springt”? Of omdat de sfeer zo negatief is (geworden) dat ze niet (meer) anders kunnen?

* Praten ze omdat ze niet anders kunnen? Omdat ze “geprogrammeerd zijn” om meteen verbaal te reageren op alles wat er gebeurt in de klas?

Waarschijnlijk weet jij zelf het antwoord op deze vragen. Maar welke van de drie redenen het ook is, in alle gevallen heb jij een probleem dat je wilt en kunt oplossen. Ben je bang dat dit teveel tijd kost? Ga voor jezelf na of je de investering in tijd en energie over hebt om de situatie zo te krijgen zoals jij wilt. Als je blijft doen wat je deed, blijft het zoals het is.

Ik zet (per vraag) wat handvatten op een rij die jou kunnen helpen om het tij te keren.

*Praten uit gezelligheid.
Meestal is dat een hele sociale groep, die oprecht alles met elkaar deelt. Je kunt je probleem gewoon bij hen neerleggen, waarbij je hun behoefte aan sociale conversaties  ook benoemt. Belangrijk is om goed uit te leggen op welke momenten en waarom je wilt dat iedereen zijn mond houdt. Deze momenten kun je met de leerlingen inventariseren. Je vraagt ook aan de leerlingen welke sanctie past bij het overtreden van de regel “je ben stil op deze X momenten”. Jij kiest die sanctie uit die jij passend vindt. Daarnaast geef je ook ruimte aan hun behoefte door meer samenwerkopdrachten te geven en misschien zelfs (aan het begin- en/ of aan het eind van de les) “praatpauzes” van vijf minuten in te plannen.

* Praten om jou te pesten.
In dit geval zal je opnieuw moeten beginnen met de groepsvorming. Deze groep heeft een negatieve houding naar jou toe en die zal je moeten doorbreken. Hier moet je echt veel tijd en energie in investeren en het werkt pas echt goed als je ouders en je eventuele duo-partner (of een collega) hierbij betrekt. Voor een betere sfeer in de groep is een goed stappenplan onontbeerlijk:
1. Je gaat met je duo-partner om de tafel zitten en je maakt duidelijk dat je het voortaan anders wilt. Je vraagt de hulp van je duo-partner (of collega). Zeker als je deze klas maar een of twee dagen per week hebt, gaat het zonder zijn of haar steun niet lukken. Jullie maken samen een plan. Breng het hele team op de hoogte.
2. Jullie sturen (samen) naar alle ouders een e-mail om ze te vertellen dat jullie je zorgen maken over de groep en dat jullie de komende weken de sfeer in de groep “positiever gaan maken”. Omdat dan ook de leerprestaties sterk zullen verbeteren. En dat jullie daarbij de steun en hulp van de ouders nodig hebben. Vraag ouders ook vooral om hun eigen tips, ideeën en aanvullingen. Nog beter is om ook nog een extra ouderavond te organiseren waarbij jullie je mail mondeling toelichten en ook om de mening van de ouders vragen.
3. Jullie vertellen de leerlingen dat het zo niet langer kan en dat jullie de komende weken iedere dag aandacht gaan besteden aan groepsvorming.
4. Je begint met een groepsgesprek over normen en waarden in de klas. Jij vertelt wat je van de leerlingen verwacht en je vraag de leerlingen wat ze van hun klasgenoten verwachten in jouw les. Je geeft alleen de leerlingen de beurt waarvan je weet dat zij een positieve insteek hebben. Zo zet je een positieve norm. De hieruit ontstane regels (waarden) zet je op het bord en hang je ook op in de klas.
5. Iedere dag doe je met de klas een activiteit waarbij deze regels getest worden. Je beloont goed gedrag. Je evalueert met de leerlingen.
6. Vrijwel alle leerlingen zullen zich uiteindelijk neerleggen bij de nieuwe normen en waarden. Met de leerlingen die dit niet kunnen (als dat voorkomt), maak je een aparte afspraak. (Zie volgende…)
7. Houd en breng de ouders & collega’s steeds op de hoogte van de voortgang van het proces. Gebruik je duo-partner (of collega) als klankbord.

* Praten omdat ze niet anders kunnen.
Dit betreft meestal een leerling of een kleine groep. Met deze leerlingen maak je een aparte afspraak voor een gesprek, waarin je vraagt wat deze leerling nodig heeft om zich zo te gedragen zoals jij wilt. Doe dat per leerling individueel, nooit als groep bij elkaar. Stel jouw grenzen hierbij heel duidelijk. Als een leerling bijvoorbeeld zegt: “Ik heb nodig dat jij weg gaat”, is dat (helaas voor die leerling) een onacceptabel antwoord, want jij gaat niet weg. Dat zeg je dus ook. En je stelt de vraag opnieuw. Als een leerling zegt: “Ik weet het niet”, dan zegt jij: “En hoe ziet het er dan uit als je het wel zou weten?” Of: “Hoe doe je dat dan bij meneer X?” Soms zijn dit lange gesprekken, omdat je soms lang moet wachten op een antwoord wat voor jullie allebei acceptabel is. Je eindig altijd met een afspraak. Laat de leerling zelf een sanctie bedenken in geval van overtreding.

* In alle gevallen:
1. Spreek leerlingen niet individueel aan, maar corrigeer algemeen en complimenteer algemeen.
2. Wees heel consequent. Stil is stil. Wacht tot het echt stil is.
3. Ga niet in discussie. Voorkom strijd.
4. Loop door de klas. Ga bij de kletsers staan en laat non-verbaal merken dat jij de enige bent die mag praten.
5. Leg steeds opnieuw uit waarom het echt stil moet zijn.

Leer je klas SARK of VLORK

Leer je klas SARK of VLORK

Handig voor in al jouw lessen: Leer je klas SARK of VLORK. Het klinkt misschien een beetje ouderwets, maar je kunt het op zo’n manier aanpassen, dat het ook goed klopt voor jouw gevoel!

SARK en VLORK zijn technieken uit het boek “Teach like a Champion” waardoor  de leerlingen een goede luisterhouding krijgen.

Het zijn acroniemen:

Stil zijn
Armen over elkaar (of op tafel, of op schoot)
Rechtop zitten
Kijken naar de leraar

en

Vragen stellen
Luisteren
Ogen gericht op de spreker
Rechtop zitten
Knikken als je iets begrijpt

En hoe leer je deze luisterhoudingen aan?

VLORK: is voor oudere leerlingen, laten we zeggen van groep 5 t/m HBO. Je kunt voor de introductie het woord VLORK op het bord zetten.

  1. Vraag of iemand weet wat het betekent.
  2. Laat de leerlingen raden, als ze het niet weten. Je verklapt nog niets.
  3. Zet de vijf letters op het bord van boven naar beneden.
  4. Vraag of iemand nu misschien een idee heeft?
  5. Dan vul je de bovenste letter aan tot de twee woorden er staan.
  6. Kijk of reacties komen. Als dat zo is, dan ga je er op in.
  7. Zo vul je alle letters aan.
  8. Als alle vijf de regels er staan vraag je wat het zou betekenen als iedereen in de klas dit zou doen. Ga het gesprek hierover aan.
  9. Vraag wanneer welke letter aan de orde is. Ga ook hier op in.
  10. Je oefent alle vijf de letters; jij doet en/of zegt iets, de leerlingen reageren met VLORK.
  11. Je herhaalt VLORK iedere dag; wat betekent het ook al weer?
  12. Je beloont met complimenten.

SARK: is voor jonge leerlingen, laten we zeggen t/m groep 4. Je kunt voor de introductie de Posters gebruiken van Meneer Sark. Je gebruikt dat de plaatjes i.p.v. de letters.

Succes!

Wisselmomenten in de les

Wisselmomenten in de les

De moeilijkste momenten in een les, zijn die momenten waar je wisselt van activiteit. Leerlingen grijpen die momenten aan om te gaan praten, lopen, rommelen… Waarom doen ze dat?

  • Omdat het mensen zijn, die even willen ontspannen na een inspannende activiteit.
  • Omdat ze de kans grijpen om de volgende activiteit uit te stellen.
  • Omdat de leraar ze die ruimte geeft.

Er zijn 5 dingen die je moet doen, om deze wisselmomenten rustig en snel te laten verlopen.

  1. Bedenk hoe je wilt dat de leswissel verloopt; stap voor stap en in hoeveel tijd. Schrijf het op.
  2. Maak er een routine van. Leer de leerlingen aan dat leswisselingen altijd om dezelfde manier in dezelfde tijd verlopen. Oefen de routine met de leerlingen.
  3. Vertel de leerlingen precies wat ze moeten doen (in zichtbaar gedrag) en vertel ook hoe lang ze er over moeten doen. Zet desnoods de stappen op het bord of op een poster.
  4. Zet een timer aan. Zichtbaar.
  5. Start! Complimenteer de leerlingen die goed op weg zijn. Geef ook complimenten als de tijd om is. Corrigeer algemeen als niet iedereen op tijd klaar is.

Succes!

Houd de aandacht vast van jouw leerlingen!

Houd de aandacht vast van jouw leerlingen!

Als leraar heb je de rol van presentator. Dat betekent dat je jouw leerlingen mee moet nemen in jouw verhaal. Maar hoe houd je ze geboeid? Hoe zorg je ervoor dat ze blijven luisteren? Helemaal tot het eind van jouw les?

Ik heb daar 7 tips voor:

  1. Begin aan het eind. Vertel het doel van je les; de kennis en/ of de vaardigheden die de leerlingen aan het eind gaan weten en/ of kunnen.
  2. Zorg voor een boeiende “haak”; iets wat aansluit bij de leerlingen, iets wat ze interessant vinden of waarvan je zeker weet dat ze willen weten wat het is en/ of hoe het werkt. Maak het spannend.
  3. Zorg ervoor dat je zelf niet langer dan 4 à 5 minuten achtereen praat.
  4. Vervolgens moeten de leerlingen iets doen. Iets zeggen (allemaal!), over- of opschrijven, iets uitvoeren, nadoen, enzovoort. Geef ook duidelijk aan hoeveel tijd ze daarvoor hebben. Ze moeten voldoende tijd hebben om de taak uit te voeren, maar niet zoveel tijd dat ze zich kunnen vervelen (en afhaken/ iets anders gaan doen).
  5. Laat iets zien. Een filmpje, een voorwerp, een demonstratie… Maak het spannend, zorg ervoor dat de leerlingen willen kijken, nieuwsgierig zijn.
  6. Als leerlingen toch afhaken, grijp je onmiddellijk in en haal je ze er weer bij. Dan kan met een blik, een algemene opmerking of een gebaar. Maak duidelijk dat je verwacht dat iedereen actief meedoet. Bedank je leerlingen als ze weer meedoen.
  7. Houd het tempo hoog! Als jij vertraagt, zullen je leerlingen afhaken. Ze moeten jou nèt bij kunnen houden.

Succes! Houd je leerlingen bij de les!

Lesgeven in moeilijke klassen

Lesgeven in moeilijke klassen

Voorbereiding:

  1. Bedenk een schriftelijke opdracht (begintaak) die de leerlingen moeten maken zodra ze binnenkomen (zie TLAC voor de omschrijving hiervan).
  2. Zet alle tafels in rijen recht naar voren.
  3. Zorg dat ze vloer schoon is en alle kastjes leeg.
  4. Schuif de tafels zo dat de leerlingen nergens met hun handen in of aan kunnen komen.
  5. Zet alle materialen klaar.
  6. Op het bord: opdracht begintaak, regels en rooster.

Bij het binnenkomen:

  1. Bij binnenkomst (jij staat bij de deur) vertel je iedere leerling individueel:
    1. Fijn dat je er bent 😊
    2. Dat ze de begintaak gaan maken, in stilte en alleen én dat de begintaak ook op het bord staat.
    3. Dat je verwacht dat het vandaag een les wordt waarin de leerlingen laten zien dat zij weten hoe zij zich moeten gedragen tijdens de les.

Tijdens de les:

  1. Pas gaan praten als iedereen stil is (wees hier heel consequent in; zie het als een wedstrijd en zorg dat je die wedstrijd wint).
  2. Iedereen blijft zitten.
  3. Meteen ingrijpen bij verstoring.
  4. Hulpleerlingen aanstellen die uitdelen.
  5. Hardop complimenten geven aan de leerlingen die laten zien dat zij weten hoe zij zich moeten gedragen tijdens de les.
  6. Steeds herhalen wat je verwacht.
  7. 15 minuten voor tijd stap voor stap opruimen.

Na de les:

  1. Precies prijzen: exact vertellen wat wél goed ging en wat je volgende week ook nog verwacht.
  2. Houd de regie tot de laatste leerling is vertrokken.
  3. Leerlingen individueel vertellen (je staat weer bij de deur):
    1. Een (specifiek benoemd) ding dat ze goed gedaan hebben.
    2. Fijn dat je er was, tot volgende week 😊

Mijn eerste jaar als leraar

Mijn eerste jaar als leraar: hier lees je het verhaal van de eerste winnaar van de schrijfwedstrijd. Het verhaal van JM.

Wat vooraf ging

Ik loop bloednerveus heen en weer tussen de auto en de school. Natuurlijk ben ik veel te vroeg. Want te laat zijn voor een proefles, dat is geen optie. Eindelijk kan ik de school ingaan zonder dat ze mij vragen om nog even te wachten op een stoeltje in de gang. Hoe de proefles verloopt? Ik kan het werkelijk niet zeggen. Alsof een ander de les gegeven heeft en ik in het publiek zat. Met bomen van kerels voor mij, waardoor ik de helft niet kon zien. Na de proefles sta ik een sigaret te roken met de directeur. ‘Maak je geen zorgen’, zegt hij. ‘Jij krijgt die baan wel.’

Mijn eerste dag als leraar

Ik kom uit een boerengebied en woon nog maar net in de grote stad. Ik fiets naar de wijk waar de school staat. Eigenlijk weet ik niks van deze buurt. Eind van de dag heb ik de betekenis van het woord ‘achterstandswijk’ geleerd.

Eén van de eerste mensen die ik ontmoet, heeft lang, dun haar. Dat haar zit gedraaid in een soort knot met een stokje erdoor. Het is een warme dag. Met een soort microvezeldoekje wrijft ze het zweet uit haar gezicht. Ik weet nog dat ik dacht: Wat een superschool, dat ze deze ruimte ook gebruiken als een soort sociale werkplek! Direct daarna stelt ze zich voor als mijn nieuwe collega en IB-er van de school. Eén van de laatste mensen die ik ontmoet is nu, naast mijn man en kinderen, een liefde van mijn leven. Die eerste ontmoeting, ze komt binnen met een gitaar in haar handen, haar blik open en oprecht, markeert het begin van een diepe vriendschap.

En dan mijn klas. Op en top ingericht. Alles tot in de puntjes voorbereid. Daar hebben wat uren zomervakantie ingezeten. Mijn domein. Ik sta bij de deur. Eén voor één druppelen de kinderen binnen. Namen onthouden is nooit mijn sterkste kant geweest. In dit geval blijkt namen correct uitspreken ook niet een kwaliteit te zijn die ik bezit. Arme Edah (spreek uit als Edda). Haar naam heb ik nog lang uitgesproken als de supermarktketen, die op elke straathoek in mijn oude omgeving te vinden was.

We beginnen met een kringgesprek. ‘Vertel over je vakantieavonturen’, zeg ik enthousiast. En avonturen krijg ik te horen! Een vader die al de hele vakantie vastzit. Hij was betrokken bij een gewelddadige beëindiging van iemands leven. ‘Het was zelfs op het nieuws!’ Een vader die ook is opgepakt. Gelukkig zat hij niet lang vast. De televisie die hij bovenop zijn schoonmoeder wilde gooien was per slot van rekening misgegooid. Toch wordt er ook wat geraakt vandaag. Tijdens het kringgesprek vliegt een baksteen door de ruit. Ik schrik buitensporig dramatisch. ‘Rustig blijven voor de kinderen’, zeg ik nog tegen mijzelf. ‘Jij hebt een voorbeeldfunctie.’  Maar de kinderen zijn rustig. Ze maken zich klaar voor de pauze.

Mijn eerste dag als leraar rook ik een sigaretje achter het fietsenhok. Natuurlijk wel nadat ik collega gevraagd heb om de pleinwacht over te nemen. Verantwoordelijk ben ik echt wel.

Als ik weer binnenkom,  zit de klas braaf te luisteren naar diegene die voor de klas staat. Maar wacht even…ik moet voor de klas staan! En ik sta er niet. Wie er wel staat, is de moeder van Annie. ‘Als één van jullie het in zijn rotkop haalt om mijn Annie te plagen, dan weet je nu met wie je dan te maken krijgt!’ klinkt het door de deur. Met die ouderbetrokkenheid zit het wel goed, denk ik bij mezelf.

We sluiten de dag af met een gymles. Dat betekent een loopje naar het gymlokaal vijf minuten verderop. Dan klinkt er een sirene. Een politieauto rijdt de stoep op en twee agenten lopen naar een huis. Ze kloppen op de deur en stormen naar binnen. Terwijl ik met verbazing en een behoorlijke dosis angst toekijk, lopen de kinderen zonder blikken of blozen door. ‘Drugsinval’, mompelt er één.

En nu 17 jaar later

Ik vind in een doos een klassenfoto van deze groep. Ik sta er als jong meisje tussen. Ik ben bijna niet te onderscheiden van de rest. Ik kijk terug op een geweldig eerste jaar. Wat heb ik veel geleerd! En wat heb ik veel geïnvesteerd! Avonden doorwerken, vakanties op school, werken aan en in je klas met Wimbledon op de achtergrond. En wat heb ik er veel voor gekregen. Liefdevolle kinderen die allemaal willen leren. Ouders, met soms andere belangen en interesses, maar met hart voor hun kind. Collega’s met wie ik veel heb kunnen sparren, proberen en ontdekken. En waar ik vooral mee heb kunnen lachen.

Die sigaret is inmiddels al lang verdwenen. Maar de warme herinnering gloeit nog steeds na!

Het was ook in deze klas, dat ik een taalles gaf die ging over beroepen. Halverwege steekt één leerling haar vinger op en vraagt: ‘Juf, wat voor werk doe jij eigenlijk?’

JM