Tagarchief: leerling

Activiteiten voor de Mentor

Activiteiten voor de Mentor

Als mentor heb je in ieder schooljaar de schone taak voor je liggen om het gehele schooljaar op nuttige wijze de mentoruren te vullen. In het begin doe je wat kennismakingsspelen en wissel je vooral ervaringen uit. De kans is echter groot dat je daar snel mee klaar bent en dat jouw leerlingen huiswerk gaan maken in jouw mentoruur. Prima natuurlijk, als er ook echt huiswerk gemaakt wordt. Maar ik zie vaak gebeuren dat het gewoon “gezellig” wordt. Leerlingen gaan kletsen, zitten op hun telefoon (want het huiswerk staat in Magister) en doen van alles…. behalve huiswerk maken.

Dus als jij het anders wilt… dan heb ik voor jou zeven mogelijke activiteiten voor de Mentor. Ze staan in willekeurige volgorde.

  1. Spellen waardoor de leerlingen elkaar echt gaan leren kennen. Bijvoorbeeld variaties op “over de streep” en “ga staan als je…”. Het begint natuurlijk bij hobby’s en huisdieren, maar later kun je ook persoonlijkere dingen vragen. Hier vind je nog meer leuke spellen voor in je klas.
  2. Maak groepjes van vier en ga aan de slag met een placematopdracht. Ieder viertal zit rondom 1 tafeltje met ieder een pen. Je zet een open vraag op het bord: bijvoorbeeld “wat zou er op school allemaal anders moeten”. De vraag kan gaan over van alles en nog wat (zelfs over de lesstof). Vervolgens krijgen de leerlingen 3-5 minuten om voor zichzelf (in stilte) het antwoord op te schrijven. Vervolgens kiest iedere groep een voorzitter. De voorzitter heeft als taak om de antwoorden van alle groepsleden te verzamelen, er vragen over te stellen en in het middelste vak een “grote gemene deler” te noteren. Daar krijgen de leerlingen 15 minuten voor. Daarna neem jij de groep weer centraal en verzamel jij de alle “grote gemene delers” van alle groepjes. En jij maakt daar weer een “grote gemene deler” van de hele klas van. Dat doe je allemaal op het bord. Deze opdracht geeft jouw veel inzicht in de leerlingen en de leerlingen leren veel van elkaar. Zorg wel dat je je strak aan de tijd houdt. De placemat kun je downloaden in de SterkNieuws.
  3. Heb het eens over huiswerk maken en het plannen voor proefwerken. De leerlingen moeten leren dat het belangrijk is om:
    1. Huiswerk op te schrijven in een planner of agenda. Plenda is een erg goede, maar prijzig. Hier vind je gratis huiswerkplanners.
    2. Niet langer dan 45 minuten achter elkaar te leren.
    3. Leer- en maakwerk af te wisselen.
    4. Water te drinken tijdens het leren.
    5. Telefoons uit te zetten: een kleine afleiding kost je 7 minuten om weer goed aan het werk te zijn.
    6. Te focussen voor je begint met leren.

Daarnaast is het belangrijk dat de leerlingen hun klachten over huiswerk en planningen (vooral van andere leraren) bij jou kwijt kunnen. Je moet wel duidelijk zijn in wat je wel en niet kunt doen om ze te helpen. Je mag ook je collega’s niet afvallen. Maar de leerlingen moeten wel jouw begrip voelen dus je moet vooral een steunend en luisterend oor zijn.

  1. Houd coachgesprekken! Doe dat één op één en geef de rest vrij (als dat kan). Bedenk wel van te voren goede, open vragen om te stellen. Hierdoor bouw je een goede band op met leerlingen. Respecteer wel openlijk hun privacy: vertel niets door en neem geen stelling. Luister goed en betrokken.
  2. Nodig gastsprekers uit. Dat kunnen mensen zijn die de leerlingen zelf bedacht hebben. Laat ze maar eens nadenken over wie ze zouden willen interviewen, of wiens verhaal interessant zou kunnen zijn. Zo had ik zelf jaarlijks een oud-verzetsstrijder te gast. Ieder jaar waren mijn leerlingen weer diep onder de indruk van het verhaal van de man.
  3. Geef les over leren leren. Hoe onthoud je de stof het beste? Oefen geheugentechnieken? Hoe slaan jouw hersenen de stof het beste op? Hier vind je veel tips.
  4. Organiseer een event met de klas. Ideeën kunnen de leerlingen uitwisselen d.m.v. de placematmethode. Het kan een feest worden, een geldinzameling, een project… het maakt niet uit, als er maar heel veel taken zijn, zodat iedereen zijn eigen bijdrage kan leveren. Zorg voor een duidelijk stappenplan, met tijd en deadlines.

Weet jij nog meer activiteiten? Reageer dan via “geef hier een reactie”.

Veel plezier!

Wisselmomenten in de les

Wisselmomenten in de les

De moeilijkste momenten in een les, zijn die momenten waar je wisselt van activiteit. Leerlingen grijpen die momenten aan om te gaan praten, lopen, rommelen… Waarom doen ze dat?

  • Omdat het mensen zijn, die even willen ontspannen na een inspannende activiteit.
  • Omdat ze de kans grijpen om de volgende activiteit uit te stellen.
  • Omdat de leraar ze die ruimte geeft.

Er zijn 5 dingen die je moet doen, om deze wisselmomenten rustig en snel te laten verlopen.

  1. Bedenk hoe je wilt dat de leswissel verloopt; stap voor stap en in hoeveel tijd. Schrijf het op.
  2. Maak er een routine van. Leer de leerlingen aan dat leswisselingen altijd om dezelfde manier in dezelfde tijd verlopen. Oefen de routine met de leerlingen.
  3. Vertel de leerlingen precies wat ze moeten doen (in zichtbaar gedrag) en vertel ook hoe lang ze er over moeten doen. Zet desnoods de stappen op het bord of op een poster.
  4. Zet een timer aan. Zichtbaar.
  5. Start! Complimenteer de leerlingen die goed op weg zijn. Geef ook complimenten als de tijd om is. Corrigeer algemeen als niet iedereen op tijd klaar is.

Succes!

Over het negeren van ongewenst gedrag

Over het negeren van ongewenst gedrag

Toen ik op de opleiding zat, heb ik heel vaak gehoord dat ik ongewenst gedrag moet negeren en gewenst gedrag moet bekrachtigen met belonen.

Dat klinkt heel logisch. Maar ik ben daar snel vanaf gestapt. Leerlingen die je les verstoren, daar heb je last van. Negeren helpt niet. De meeste leerlingen gaan er gewoon mee door. Je kunt “pesten” ook negeren, maar het gaat er niet van over…. Meestal wordt het alleen erger. En dat is ook met ongewenst gedrag het geval.

Wat doe je dan wel?

  1. Je stuurt een boze blik.
  2. Je geeft de leerlingen die het “goed” doen een compliment. Je kunt zeggen “ik wacht nog op 1 leerling”. Noem geen namen! Houd het algemeen.
  3. Je loopt er heen en spreekt de leerling onder 4 ogen aan. Je vertelt niet wat de leerling niet moet doen, maar je vertelt wat de leerling wel moet doen. Je zegt ook hoe, wanneer en dan bedank je de leerling. Vervolgens loop je weg.

Je kunt leerlingen wel dwars door de klas aanspreken, maar dan heb je de kans dat ze de strijd met je aangaan. Die strijd verlies je. Je kunt de hele klas tegen je krijgen, omdat de leerling de lachers op zijn hand krijgt. Of omdat je de leerling “voor gek zet”. Ook al is dat niet je bedoeling, hij kan het wel zo voelen.

Wanneer mag het wel?

  1. Als er een gevaarlijke situatie ontstaat. Dan roep je de naam van de leerling. Hard!
  2. Als echt helemaal niets helpt. Dan kun je met de leerling een code afspreken waarbij je zijn naam noemt.

En complimenten geven moet altijd! Heel veel. Dat is de beste beloning die je kunt geven. Vertel er dan ook bij wat er goed ging.

Succes!

Moeilijke klas – hoe doe je dat?

Moeilijke klas – hoe doe je dat?

Een moeilijke klas overnemen… hoe doe je dat?
Ik krijg altijd veel verzoeken om hulp van leraren die plotseling een moeilijke klas over moeten nemen. Ze beginnen enthousiast, maar na een paar weken gaan ze met lood in hun schoenen naar school. Natuurlijk: kinderen proberen een nieuwe leraar uit, dat is normaal. Maar in moeilijke klassen wordt het uitproberen van de leraar overstegen door negativiteit. Negatief gedrag is de norm geworden.

Wat zijn de symptomen van een moeilijke klas?
• De leerlingen letten de hele tijd alleen maar op elkaar.
• Ze reageren op alles; verbaal en onverbaal.
• Leerlingen lijken niks te pikken; niet van hun klasgenoten en niet van de leraar.
• Straffen en belonen lijken geen enkel effect te hebben.
• De groep wordt heel moeilijk stil. Als dat eindelijk is gelukt, beginnen ze weer opnieuw.
Allereerst is het zaak om een aantal zaken te onderzoeken. Wat is er aan de hand? En wat kan je met de antwoorden op jouw vragen?
• Neem een sociogram af. Het geeft je inzicht in welke relaties er in de groep zijn.
• Bekijk welke leerlingen een “etiket” hebben. Praat met deze leerlingen, hun ouders en je collega’s en vraag welke benadering bij deze leerlingen zou kunnen werken.
• Zoek uit wie de informele (negatieve) leider is van de groep. Deze leerling geef je geen speciale aandacht meer.
• Zoek uit welke leerlingen eigenlijk wel positief zijn, maar dit niet meer durven te laten merken. Deze leerlingen geef je extra positieve aandacht.
• Vraag naar het verleden van de groep. Wanneer is deze sfeer ontstaan? Wat zouden de oorzaken kunnen zijn?
• Zoek uit of je gesteund wordt door je leidinggevende, je collega’s en de ouders. Zo nee: leg je plan van aanpak voor en vraag vervolgensom hun uitgesproken steun en hulp.
In de klas zelf is het zaak om te focussen op je lessen en je klassenmanagement.
• Zorg voor een duidelijke, voorspelbare structuur en routines.
• Trek het je nooit persoonlijk aan. Het heeft niets met jou te maken, maar met groepsprocessen uit het verleden. Zie het als een uitdaging om het tij te keren.
• Benoem alle gedrag dat je ziet. Negatief gedrag kap je kort en duidelijk af, bij positief gedrag complimenteer je extra.
• Ga nooit in discussie. Spreek duidelijk je verwachtingen uit en geef twee keuzes.
• Voorkom stemverheffing. Praat zacht.
• Gebruik technieken die continue de aandacht op jou vestigen.
• Wees snel, kort en effectief.
• Blijf rustig, tactvol en lief. Zorg voor een warme ondertoon, hoe streng je ook bent.

En tot slot:
• Houd vol!!!!
• Blijf lachen!
• Koester ieder klein succesje.
• Blijf geloven in een ommekeer.

Wetten van Waarschuwingen

Wetten van Waarschuwingen
Hoeveel Waarschuwingen geef jij in de klas aan jouw leerlingen voor dat je straf geeft? Twee? Drie? Of geen enkele? Waarom waarschuw je eigenlijk? En wanneer? En aan wie? En ben je dan ook altijd consequent, door de juiste consequentie toe te passen na jouw laatste waarschuwing? En hoe houd je dat bij?
Ik wil je wel even waarschuwen. Want er lijken wat wetten te kleven aan de toepassing van de waarschuwing. Vier, heb ik bedacht.

Wet 1: “Als er nu nog één iemand praat, dan ….” En het komt dan best vaak voor dat degene die dan als eerste iets zegt iets nuttigs heeft te melden, of het is precies degene die de hele les eigenlijk heel braaf was. Op dat moment moet je consequent zijn, maar eigenlijk wil je dat dan net even niet, anders gaat jouw systeem van Waarschuwingen de mist in.
Wet 2: “Maar ik deed helemaal niets…” Is een veel voorkomende reactie van leerlingen op een waarschuwing. En de ellende is dat je dat niet kunt controleren, dat de kans groot is dat je gaat twijfelen, en dat er een discussie ontstaat die je nooit kunt winnen.
Wet 3: Je hebt niet goed bij gehouden wie je wanneer hebt gewaarschuwd en waarvoor. Je “administratie” is niet op orde en daardoor ga je de mist in: je weet niet meer welke leerling je al hoe vaak gewaarschuwd hebt. Jammer maar helaas: ook deze strijd verlies je met de leerling in kwestie.
Wet 4: Als je met waarschuwingen de mist in gaat, krijg je de hele klas tegen je. Dat is echt heel naar, want hoe krijg je dat weer recht gebreid?

Hoe voorkom je dat deze vier wetten de kop opsteken? Zo doe je dat:
1. Je houd een administratie bij (kan op het bord, kan ook op een blaadje).
2. Weet heel goed waar je een waarschuwing voor geeft en wanneer. Zet deze (tijdelijke?) regels desnoods op het bord of op een blaadje.
3. Zeg altijd tegen de leerling voor welk gedrag je een waarschuwing geeft, de hoeveelste waarschuwing het is en ook vooral: dat het je spijt maar dat je niet anders kunt. Meen dat.
4. En zeker weten: wees echt consequent. Ook bij die ene brave leerling. Met veel spijt. Zeg wat je dwars zit.
5. Geef gewoon geen waarschuwingen. Deze oplossing werkt alleen in moeilijke klassen waar veel leerlingen zitten met grensoverschrijdend gedrag. Dit communiceer je natuurlijk ook duidelijk naar de leerlingen. En als ze vragen waarom je niet waarschuwt (want dat vinden ze oneerlijk) dan zeg je: “Jullie weten hoe het hoort. Je weet wat wel mag en wat niet mag. Dus een waarschuwing is overbodig.” Dit scheelt administratie en gedoe. En als je hier consequent in bent dan weet je zeker dat het helpt, en dat is ook prettig.

Succes!

Vastgeplakt achter je bureau!

Vastgeplakt achter je bureau!

Ken jij hem al? De onzichtbare barrière tussen jou als leraar en jouw leerlingen? De grens die ontstaat als jij achter je bureau zit en de leerlingen met hun neus recht naar jou toe zitten? Soms lijkt het net alsof er een slagboom tussen jullie inzit. Of een muur, met of zonder prikkeldraad er bovenop. Dat hangt dan weer van de sfeer af…

Ik zie het minstens één keer per week: de leraar zit achter het bureau. Vastgeplakt. Soms staat de leraar vooraan in de klas, bij het bord. Maar meestal gaat de leraar meteen na de instructie weer zitten. Op de veilige stoel. Achter de muur die het bureau vormt.

De leerlingen zijn al of niet aan het werk, letten wel of niet op… maar op de een of andere manier is het altijd onrustig. Dan kijkt de leraar verstoord op, roept een naam door de klas, moppert even en kijkt of de leerling weer aan het werk gaat.

Soms gaat de leerling weer aan het werk. Maar meestal volgt er nog een opmerking, al dan niet brutaal. Bijna iedereen kijkt op. En met een beetje pech volgen er opmerkingen van andere leerlingen, gevolgd door een boze leraar, gegiechel van enkele meiden, nog meer opmerkingen en niemand werkt meer. Iedereen kijkt naar de leraar…. Met een beetje geluk krijgt de leraar ze weer aan het werk, met een beetje pech escaleert de boel en/ of stuurt de leraar net de verkeerde de klas uit.

In het nagesprek zegt de leraar tegen mij: “dit is altijd een drukke klas”. En ik zeg: “het is jouw schuld dat ze zo druk zijn”. Tja. Ik ben nogal direct.

Deze leraar hoeft maar één ding te doen: WEG achter dat bureau. Rondlopen. Ogen in de rug ontwikkelen. Leerlingen zachtjes, onder vier ogen aanspreken.

Haal die slagboom omhoog. Breek die muur af. Haal het prikkeldraad weg. Loop door de klas. Heel simpel. Gewoon doen.

Heb je zin om nog meer te leren over orde houden? Kijk dan eens hier.

orde-houden

Waarom hebben ze nu weer een onvoldoende?

Waarom hebben ze nu weer een onvoldoende?

Een paar weken geleden was ik in een klas waar een slecht gemaakt proefwerk werd nabesproken. Het proefwerk was niet moeilijk geweest, de docent snapte er niks van.
De leerlingen mopperden.
De docent deed haar best om de moed erin te houden. “Kom op jongens, over twee weken is de herkansing en als jullie nu goed meedoen, dan gaan jullie allemaal een voldoende halen.”
Het gemopper verstomde. Een beetje. En alle leerlingen deden echt hun best om actief mee te doen.
Maar het ging al gauw mis.
De docent las de eerste vraag voor en gaf vervolgens het juiste antwoord.
Een leerling riep: “ja, maar dat bedoelde ik ook! Het staat er toch? En toch heb je me daar geen punten voor gegeven!”
Het werd weer onrustig in de klas. De docent keek een beetje wanhopig rond en wist blijkbaar niet wat ze nu moest doen. Ze zei: “Oké. Als je een individuele vraag hebt, dan mag je na afloop van de les even bij me komen.”
Na afloop van de les bleven alle leerlingen zitten. Ze hadden allemaal een individuele vraag. Ze wilden er punten bij. Want de vraag was onduidelijk gesteld. Of de docent had hun antwoord niet goed begrepen. De docent besloot contact op te nemen met de teamleider, want ze wist niet zo goed wat ze hier mee moest.
De conclusie van de teamleider was, dat de meeste leerlingen de vragen niet goed hadden gelezen. De vragen bestonden uit lange, samengestelde zinnen. Sommige vragen konden anders geïnterpreteerd worden.  De docent had het proefwerk niet zelf gemaakt. Alle parallelklassen hadden hetzelfde proefwerk gemaakt, maar niet in alle klassen zo slecht als bij haar. En de docent had het proefwerk wel nabesproken, maar niet vóórbesproken. En daar zat de crux.

Als je wilt dat je leerlingen een voldoende halen voor een proefwerk, dan kunnen de volgende tips je helpen:

  1. Neem de tijd om (belangrijke) proefwerken voor te bespreken.
  2. Deel een “proef-proefwerk” uit en maak het klassikaal, interactief.
  3. Leer je leerlingen samengestelde zinnen goed lezen.
  4. Laat de leerlingen steeds hardop bedenken: “Wat wordt hier precies gevraagd?”
  5. Laat je leerlingen hun ogen dicht doen en zich inbeelden dat ze in de toekomst zijn. Dat ze hier over een paar weken weer zitten en een voldoende hebben gehaald voor hetzelfde proefwerk.
  6. Laat de leerlingen hun ogen opendoen en vervolgens in tweetallen bedenken wat ze nodig hebben om het proefwerk goed te kunnen maken.
  7. Laat leerlingen een eigen stappenplan maken om een vraag goed te kunnen beantwoorden. Samenwerken mag hierbij.
  8. Zorg dat ze dit stappenplan bij zich hebben bij de toets.
  9. Eindig met een energizer, zodat iedereen fit en vol goede moed het proefwerk kan gaan maken.
  10. Vlak voor het echte proefwerk: doe diezelfde energizer nog een keer!

Welke tips heb jij om onze leerlingen goede cijfers te laten halen? Deel ze in het commentaarveld!

Consequenties in de klas

Consequenties in de klas

Jaaaa…. Leuk! Alweer een blog naar aanleiding van een vraag van een leraar. Dit keer is de vraag: Welke consequenties kan ik toepassen in mijn klas als leerlingen niet luisteren?

Ik heb een paar maanden geleden al een blog geschreven over “de aanspreekladder”. Daar staat eigenlijk al heel veel in. Als je deze tips wilt lezen, klik dan HIER.

In deze blog zet ik alleen een rijtje  mogelijke consequenties en 3 regels waar jij je als leraar echt aan zult moeten houden, willen jouw acties effectief zijn.

Mogelijke consequenties tijdens de les:

  1. Streepjes zetten op het bord.
  2. Streng kijken, de leerling (onder 4 ogen) aanspreken,
  3. Beloningen voor leerlingen die wel luisteren.
  4. Op een aparte plek in het lokaal zetten met eigen werk.
  5. Buiten de groep en/ of activiteit plaatsen.
  6. Voor je neus laten zitten en continu in de gaten houden.
  7. Teksten uit een schoolboek laten overschrijven (foutloos) of vertalen.
  8. In een andere klas parkeren met werk of strafwerk.
  9. Naar de directeur/ de IB-er/ de conciërge/ time-outplek.

Mogelijke consequenties na schooltijd:

  1. Een goed gesprek voeren.
  2. Ouders op school laten komen.
  3. Strafregels laten schrijven (les op: positief gestelde strafregels).
  4. Het lokaal laten schoonmaken.
  5. De gemiste les na schooltijd inhalen.
  6. De volgende dag 30 minuten voor schooltijd melden.

Drie regels waar jij je echt aan moet houden:

  1. Wees consequent. Waarschuw niet en als je wel wilt waarschuwen, houdt het dan bij één waarschuwing en ga nooit in discussie. Als jij zegt “nog één keer en dan krijg je straf” en je geeft geen straf, dan ben je ongeloofwaardig en gaat het van kwaad naar erger.
  2. Beloon altijd duidelijk alle leerlingen die wel luisteren en het goede voorbeeld geven.
  3. Vertel altijd welk (zichtbaar) gedrag je verwacht en ga er in taal en houding van uit dat de leerling dit gaat doen.

Ik wens je veel succes en weinig consequenties. En natuurlijk veel plezier met het verder lezen van de Sterk Nieuws.

Wat snap je precies niet?

Wat snap je precies niet?

Ik moet het heel eerlijk bekennen: in mijn onderwijscarrière heb ik deze vraag vermoedelijk wel een miljoen keer gesteld aan een leerling. Meestal gebeurde dat na een hengelende vinger en de opmerking: “Juf, ik snap het niet”.
En misschien is het wel confronterend om dit te horen (dat vond ik in ieder geval wel), maar “Wat snap je precies niet?” is de meest stomme opmerking die je in zo’n geval kunt maken.

Waarom?

Ten eerste: Als een leerling precies kan uitleggen wat hij NIET snapt, dan bewijst dat dat hij (of zij) het dus WEL snapt.
Ten tweede: Meestal zijn die vinger en de bijbehorende opmerking een a) bewijs van luiheid (jij gaat nu het denkwerk voor hem of haar doen) of b) behoefte aan aandacht.

Hoe los je dat op?

a. Je zorgt dat alle instructies in genummerde stappen op het bord (of in het instructieschrift) staan.
b. Je loopt een (al dan niet) vaste route door het lokaal en je observeert vanuit iedere hoek 30 seconden.
c. Je blijft maximaal 30 seconden bij een leerling met een hulpvraag. Je stelt 2 vragen:
1. Welke stap heb je al gedaan?
2. Wat moet je nu gaan doen?

En mocht het om de aandacht gaan, dan zou ik 10 seconden aandacht geven in de vorm van een knipoog, aai over de bol, compliment, enzovoort.

Het voordeel van deze methode is ook dat het rustig blijft achter je rug.

Veel succes!

Wil je nu de SterkNieuws verder lezen? Klik dan HIER.

Evalueren en reflecteren met leerlingen

Evalueren en reflecteren met leerlingen

Evalueren en reflecteren met leerlingen: ik vond het altijd erg leuk. Ik vond het zelfs een sport. Ik vroeg het me iedere keer weer af: Zou het me lukken om ook deze keer weer meer antwoorden te krijgen dan alleen:
“Ik weet het niet.”
“Ja, gewoon. Je weet wel.”
of:
” …” (= schouders ophalen)

En toch moeten onze leerlingen het leren, of ze nu willen of niet. Zelfreflectie is een belangrijke vaardigheid. Je moet inzicht hebben in je eigen leren om goed verder te kunnen leren.
Helaas is het iets dat de meeste leerlingen niet vanzelf kunnen. Niet iedere leerling krijgt dit van huis uit mee. De meeste leerlingen moeten het leren. Moeten ja! Omdat anders de achterstand (de “kloof”) nog groter wordt.

Gelukkig zijn er technieken voor die je in combinatie kunt gebruiken. Eerst één, en later de rest ook. Ik zet ze voor je op een rij:
1. Je leert een aantal standaardzinnen aan, die de leerlingen kunnen gebruiken. Dit zijn allemaal zinnen die iets zeggen over hoe zij vinden dat zij zelf iets hebben gedaan. Zorg wel dat ze ook leren wanneer ze welke zin moeten gebruiken. Je zult zien, dat ze na enige tijd (weken, maanden of jaren) weten wat ze moeten zeggen en dat er uiteindelijk meer uit komt dan alleen de standaardzinnen; ze hebben het zichzelf eigen gemaakt en weten nu pas hoe ze echt kunnen evalueren en reflecteren.
2. Je eist dat de leerlingen steeds meer zinnen gaan gebruiken om te antwoorden. In het begin neem je genoegen met één zin (de “wat”). De volgende stap is een tweede zin, waarin de leerling de “wanneer” toevoegt. Vervolgens volgen nog meer zinnen: de “hoe”, de “waarom”, enzovoort.
3. Vervolgens mogen de leerlingen de zinnen uitbreiden naar langere zinnen. Er komt dan achter iedere zin een , omdat….. of , want…

Ik weet het, het klinkt stom. Maar het is echt super-nuttig. Je maakt het leuk voor de leerlingen door er een sport van te maken, met leuke gekleurde en gelamineerde kaartjes en ze leren er ook nog iets van zinsbouw mee.

Het is me gelukt met leerlingen op en onder basisniveau van 15 jaar:
Na 3 maanden oefenen en zeuren kreeg ik eindelijk acceptabele antwoorden op mijn vraag: “Hoe kijk je terug op je stagedag van gisteren?”

Stephan: “Ik mocht voor het eerst helpen met broodjes klaar maken. Ik heb dat goed gedaan, want ik heb niet in mijn vingers gesneden. Ik was op tijd klaar. Ik heb wel een pot mayonaise laten vallen. Dat vond de baas niet leuk. Ik moest het zelf opruimen. Dan was moeilijker dan ik dacht, omdat het lang glad bleef. En dat mocht niet. Want het is gevaarlijk als mensen kunnen uitglijden in de keuken. Gelukkig is er niemand uitgegleden omdat ik het goed had schoongemaakt,”

Ik was echt supertrots.

Wil jij nu de SterkNieuws verder lezen? Klik dan HIER.