Tagarchief: leerlingen

Pak de orde terug in vijf stappen

Pak de orde terug in vijf stappen

Het is mij best wel vaak gebeurd. Dat ik een klas heb waar het wel aardig loopt. Er zitten wel wat stoorzenders tussen de lieverdjes van leerlingen, maar die weet ik over het algemeen best in het gareel te houden. Meestal gaat het prima met mijn orde in de klas.

Maar dan gebeurt het. HET. Ik ben moe of sjaggerijnig of wat dan ook en in ieder geval niet alert. En ik reageer verkeerd op een leerling. Ik maak een verkeerde opmerking, kijk de verkeerde kant op, of mijn hele houding is gewoon FOUT. En ik voel de orde als zand tussen mijn vingers wegglijden.

Ik probeer dan nog krampachtig te redden wat er te redden valt, maar meestal lukt het niet, is het een kwestie van de les uitzitten en volgende les opnieuw proberen. Het fijne is dat dat ook lukt, omdat leerlingen je altijd weer een nieuwe kans geven. En als je dan zelf alert bent (en uitgeslapen en vrolijk) dan is het net alsof die vorige les nooit geweest is.

Eén keer deed ik iets compleet anders dan anders. En dat werkte echt supersnel; ik had de orde binnen no time terug. Ik heb er vijf stappen van gemaakt die ik hier met jou deel:

  1. Ik ging op een andere plek staan; achter in het lokaal en vroeg de leerlingen op zachte toon om hun spullen op te ruimen en even naar me te luisteren. Ik keek daar heel ernstig, bezorgd bij. Omdat ik iets onverwachts deed, luisterde iedereen redelijk snel. De leerlingen moesten zich omdraaien en waren daardoor met mij bezig en niet meer met elkaar.
  2. Ik stond heel stevig in de grond. Ik haalde een paar keer diep adem en keek omhoog. Dat gaf me nieuwe energie. Ik keek alle leerlingen een voor een aan.
  3. En ik bood mijn excuses aan voor het verstoren van de orde.
  4. En ik stelde de leerlingen voor de keuze. Degenen die geen zin meer hadden in deze les mochten (in stilte) hun huiswerk gaan maken. Degenen die de les nog wel wilden volgen, mochten naar mij luisteren. Twee leerlingen wilden door met de les. De rest ging aan het werk. Ik had de orde terug. Binnen tien minuten deed iedereen weer mee met de les.
  5. Na afloop bedankte ik de leerlingen voor hun coöperatie.

Maak hier je eigen variatie op; je eigen stappenplan.

  1. Zorg voor (echte) afleiding.
  2. Geef jezelf aarde en energie.
  3. Bied je excuses aan.
  4. Geef de leerlingen de keus. Wel een keus die als vanzelf stilte (en geen geloop door de klas) vereist.
  5. Bedank je leerlingen, of geef ze een compliment.

Een schoon schoolplein

Een schoon schoolplein

Het lijkt wel alsof iedereen het de hele tijd over het milieu heeft en de klimaatverandering. Plastic Soep is Hot!


Sinds een half jaar speur ik, iedere keer als ik buiten loop, de grond af op zoek naar zwerfvuil. Lege blikjes, plastic zakken, wikkels van snoeprepen… en iedere keer raap ik minimaal 2 dingen op. Ik gooi ze weg in de dichtstbijzijnde vuilnisbak. Dat geeft mij het idee dat ik ook een bijdrage lever aan de vermindering van afval en een beter milieu. Ik heb dat niet zelf bedacht, het stond op feestboek, maar het kost me weinig moeite, eigenlijk. Ik denk er ook makkelijk aan.

Maar het valt me op hoe weinig vuilnisbakken er op straat staan, vooral in de buurt van de scholen waar ik vaak kom. En rondom die scholen kan ik dan zoveel afval oprapen dat ik voor zeker een week mijn taks haal. Ik heb nu dus een plastic (ahum) zak in mijn auto (ahum 2) waar ik het zwerfafval dan in verzamel voor mijn eigen vuilnisbak.

En dan zie ik de kinderen op het plein naar mij kijken. Ze stoten elkaar aan. “Die is gek… dat is toch vies…”  

Ik meen mij te herinneren dat basisschoolleerlingen altijd een enorm hart hebben voor dieren en het milieu. Ze weten ons volwassenen altijd precies te vertellen hoe het moet. Waar zit het pijnpunt?

Is het geen idee om onze leerlingen (ja! Ook die van VO en MBO) ook aan te leren om 2 keer per dag zwerfvuil te rapen rondom de school? Dat kost geen extra tijd. Gewoon in de pauze en vóór en na schooltijd. Zo moeilijk is dat toch niet? Alles voor een beter milieu. Ik geloof in druppels op een gloeiende plaat. Gewoon doen.

Wel daarna even handen wassen. Ja. Dat doe ik ook!

Plastic Soup Foundation

Vakantie!

Vakantie!

Vakantie!
Voor de ene helft van het land is het net begonnen, voor de andere helft zit het er alweer bijna op.
We zien er altijd zo naar uit en voor je het weet is ie weer voorbij. Ik heb van te voren altijd het idee dat ik genoeg tijd heb om honderdduizend dingen te doen. Helaas valt dat altijd tegen…. Iedere vakantie vliegt voorbij en het maakt niet uit hoeveel weken ie duurt.

Mijn lijstje?
Lezen, bakken, naar de bioscoop, afspreken met vriendinnen,  iets leuks doen met de kinderen, alle nieuwsbrieven lezen die nog in mijn “to-read-bakje” in mijn in-box zitten, de schuur opruimen, oude kleren uitzoeken en wegbrengen, alle schoenen poetsen, strijken, keukenkasten schoonmaken, administratie opnieuw indelen, “The Crown” afkijken op Netflix, kijken waar ik heen wil op vakantie, financiën op orde brengen, foto’s uitzoeken, uitslapen (alhoewel dat steeds minder goed lukt naarmate ik ouder wordt), de opzet maken voor mijn nieuwe boek, boeken bestellen (die ik dan eerst moet lezen voordat ik kan beginnen met het vorige actiepuntje) en oh ja!: shoppen. Ik ben echt enorm toe aan nieuwe kleren.

Wedden dat ik nog niet eens tot de helft kom?
En dat die andere helft blijft liggen tot de kerstvakantie?
Of nog waarschijnlijker: blijft liggen tot de voorjaarsvakantie, omdat de kerstvakantie altijd vol zit met sociale verplichtingen en ik dan voorbereidingen moet treffen voor een verhuizing in januari.

Vind ik dat erg?
Welnee. Ik ben er inmiddels aan gewend. Mijn lijstje heet dan ook “dingen-om-misschien-wel-te-doen-in-de-vakantie-lijstje” in plaats van “to-do-lijstje”. Ik weiger in de stress te schieten, nog vóór de vakantie is afgelopen.

Dus vandaar: 5 tips voor het voorkomen van stress. In de vakantie, maar ook daarbuiten.

  1. Je weet dat er altijd een moment komt waarop de stress toeslaat. Accepteer dat. Het gebeurt gewoon. Er tegen vechten werkt averechts en levert nog meer stress op.
  2. Bedenk wat er gebeurt als je iets niet Vergaat de wereld dan? Ik denk het niet.
  3. Vervang “Ik moet…” door “Ik wil…” in je spreken en in je denken.
  4. Zorg ervoor dat er minimaal 1 dag in je vakantie is waarop je helemaal niets inplant. Een dag waarop je desnoods de hele dag in je pyjama op de bank hangt en pizza bestelt. Of iets anders (niet) doet waar je (geen) zin in hebt.
  5. Zeg gewoon eens “NEE!” tegen taken die je opgelegd krijgt en waar je het nut niet van inziet.

En 6: heb je wel zin om een goed boek te lezen voor school, maar wil je het wel snel uit hebben? Bekijk dan mijn VLOG!

Fijne vakantie, of fijne werkweek!

En ze praten maar door…

Open

En ze praten maar door…

Ik hoor vaak van (startende) leraren dat ze soms een klas hebben die niet meer stopt met praten. Ze gaan maar door. Soms zijn het maar een of twee leerlingen die hun mond niet kunnen houden, en in de tijd die jij die leerlingen bestraffend (?) toespreekt, beginnen andere leerlingen hun eigen conversatie. En als je hen stil hebt, zijn er weer anderen begonnen. Dat kost je zoveel energie. En tijd. En het verpest (meestal) de sfeer in de klas.

Herken je dit?

Allereerst is het van belang om na te gaan waarom ze maar blijven praten. De volgende vragen kunnen je daarbij helpen:

* Praten ze omdat ze het gezellig vinden in de klas? Omdat ze het idee hebben dat er “een doorlopend theekransje” plaatsvindt?Gezelligheid troef! En alles in goede sfeer!

* Praten ze om jouw les te verstoren? Om je te pesten? Om te kijken waar jouw grens ligt? Omdat ze willen weten wanneer jij “uit je vel springt”? Of omdat de sfeer zo negatief is (geworden) dat ze niet (meer) anders kunnen?

* Praten ze omdat ze niet anders kunnen? Omdat ze “geprogrammeerd zijn” om meteen verbaal te reageren op alles wat er gebeurt in de klas?

Waarschijnlijk weet jij zelf het antwoord op deze vragen. Maar welke van de drie redenen het ook is, in alle gevallen heb jij een probleem dat je wilt en kunt oplossen. Ben je bang dat dit teveel tijd kost? Ga voor jezelf na of je de investering in tijd en energie over hebt om de situatie zo te krijgen zoals jij wilt. Als je blijft doen wat je deed, blijft het zoals het is.

Ik zet (per vraag) wat handvatten op een rij die jou kunnen helpen om het tij te keren.

*Praten uit gezelligheid.
Meestal is dat een hele sociale groep, die oprecht alles met elkaar deelt. Je kunt je probleem gewoon bij hen neerleggen, waarbij je hun behoefte aan sociale conversaties  ook benoemt. Belangrijk is om goed uit te leggen op welke momenten en waarom je wilt dat iedereen zijn mond houdt. Deze momenten kun je met de leerlingen inventariseren. Je vraagt ook aan de leerlingen welke sanctie past bij het overtreden van de regel “je ben stil op deze X momenten”. Jij kiest die sanctie uit die jij passend vindt. Daarnaast geef je ook ruimte aan hun behoefte door meer samenwerkopdrachten te geven en misschien zelfs (aan het begin- en/ of aan het eind van de les) “praatpauzes” van vijf minuten in te plannen.

* Praten om jou te pesten.
In dit geval zal je opnieuw moeten beginnen met de groepsvorming. Deze groep heeft een negatieve houding naar jou toe en die zal je moeten doorbreken. Hier moet je echt veel tijd en energie in investeren en het werkt pas echt goed als je ouders en je eventuele duo-partner (of een collega) hierbij betrekt. Voor een betere sfeer in de groep is een goed stappenplan onontbeerlijk:
1. Je gaat met je duo-partner om de tafel zitten en je maakt duidelijk dat je het voortaan anders wilt. Je vraagt de hulp van je duo-partner (of collega). Zeker als je deze klas maar een of twee dagen per week hebt, gaat het zonder zijn of haar steun niet lukken. Jullie maken samen een plan. Breng het hele team op de hoogte.
2. Jullie sturen (samen) naar alle ouders een e-mail om ze te vertellen dat jullie je zorgen maken over de groep en dat jullie de komende weken de sfeer in de groep “positiever gaan maken”. Omdat dan ook de leerprestaties sterk zullen verbeteren. En dat jullie daarbij de steun en hulp van de ouders nodig hebben. Vraag ouders ook vooral om hun eigen tips, ideeën en aanvullingen. Nog beter is om ook nog een extra ouderavond te organiseren waarbij jullie je mail mondeling toelichten en ook om de mening van de ouders vragen.
3. Jullie vertellen de leerlingen dat het zo niet langer kan en dat jullie de komende weken iedere dag aandacht gaan besteden aan groepsvorming.
4. Je begint met een groepsgesprek over normen en waarden in de klas. Jij vertelt wat je van de leerlingen verwacht en je vraag de leerlingen wat ze van hun klasgenoten verwachten in jouw les. Je geeft alleen de leerlingen de beurt waarvan je weet dat zij een positieve insteek hebben. Zo zet je een positieve norm. De hieruit ontstane regels (waarden) zet je op het bord en hang je ook op in de klas.
5. Iedere dag doe je met de klas een activiteit waarbij deze regels getest worden. Je beloont goed gedrag. Je evalueert met de leerlingen.
6. Vrijwel alle leerlingen zullen zich uiteindelijk neerleggen bij de nieuwe normen en waarden. Met de leerlingen die dit niet kunnen (als dat voorkomt), maak je een aparte afspraak. (Zie volgende…)
7. Houd en breng de ouders & collega’s steeds op de hoogte van de voortgang van het proces. Gebruik je duo-partner (of collega) als klankbord.

* Praten omdat ze niet anders kunnen.
Dit betreft meestal een leerling of een kleine groep. Met deze leerlingen maak je een aparte afspraak voor een gesprek, waarin je vraagt wat deze leerling nodig heeft om zich zo te gedragen zoals jij wilt. Doe dat per leerling individueel, nooit als groep bij elkaar. Stel jouw grenzen hierbij heel duidelijk. Als een leerling bijvoorbeeld zegt: “Ik heb nodig dat jij weg gaat”, is dat (helaas voor die leerling) een onacceptabel antwoord, want jij gaat niet weg. Dat zeg je dus ook. En je stelt de vraag opnieuw. Als een leerling zegt: “Ik weet het niet”, dan zegt jij: “En hoe ziet het er dan uit als je het wel zou weten?” Of: “Hoe doe je dat dan bij meneer X?” Soms zijn dit lange gesprekken, omdat je soms lang moet wachten op een antwoord wat voor jullie allebei acceptabel is. Je eindig altijd met een afspraak. Laat de leerling zelf een sanctie bedenken in geval van overtreding.

* In alle gevallen:
1. Spreek leerlingen niet individueel aan, maar corrigeer algemeen en complimenteer algemeen.
2. Wees heel consequent. Stil is stil. Wacht tot het echt stil is.
3. Ga niet in discussie. Voorkom strijd.
4. Loop door de klas. Ga bij de kletsers staan en laat non-verbaal merken dat jij de enige bent die mag praten.
5. Leg steeds opnieuw uit waarom het echt stil moet zijn.

Stille saaie klas

Stille saaie klas

Soms kom je er wel eens een tegen: een stille saaie klas. Lesgeven aan zo’n groep voelt bijna als trekken aan een dood paard. Je moet alles uit de kast halen om er beweging in te krijgen.

Wat is er aan de hand in zo’n klas?

  1. Het kan zijn dat er een onveilig sfeer heerst. De leerlingen durven niets te ondernemen, uit angst voor nare reacties (in welke vorm dan ook) van een klasgenoot of klasgenoten. Een rotopmerking, uitstoting, uitlachen…. Soms merk je daar niets van als leraar, maar meestal zie je het aan blikken en voel je het aan de sfeer.
  2. De leerlingen vinden niets leuk, ze vinden alles stom. Het interesseert ze niet wat jij te vertellen hebt. Ze hangen onderuit en reageren nergens op of minimaal. Ze zijn zo geworden door andere leraren, dit is de heersende cultuur op school.
  3. Je hebt toevallig maar een paar soorten leerlingen in je klas, die allemaal verlegen, stug, saai, rustig, stil of combinaties daarvan zijn.
  4. De leerlingen zijn gedrild door een andere leraar (of jouw voorganger). Stil zijn is een tweede natuur voor ze geworden; ze zijn niet (meer gewend) om te praten, te lachen, te reageren.

Wat doe je eraan?

  1. Hoe wil je dat deze groep reageert? Welk zichtbaar gedrag wens jij?
  2. Wat is de oorzaak van het stille gedrag? Wat is er precies aan de hand? Ga grondig na wat er in het verleden gebeurd is, wie de informele leiders in de groep zijn, welke processen een rol spelen.
  3. Vraag wat deze leerlingen willen. Vraag door; neem geen genoegen met oppervlakkige antwoorden. Geef voldoende denktijd. Laat meerdere leerlingen antwoord geven, of laat alle leerlingen hun antwoord opschrijven. Dit proces kan heel taai worden, maar het is belangrijk dat je volhoudt. Maak grapjes tussendoor, dat ‘maakt het paard wat lichter’.
  4. Vertel wat jij wilt en waarom je dat wilt. Laat de leerlingen meedenken en neem ze serieus.
  5. Train je leerlingen in “het meedoen en uiten”. Dat doe je stap voor stap. Je introduceert alle vormen als een spel, dat maakt de drempel lager.
  6. In moeilijke klassen zijn de stapjes kleiner, ben je nog transparanter en duidelijker, en begin je pas met deze acties als je een band hebt opgebouwd met de leerlingen en de leerlingen de belangrijkste routines in hun systeem hebben zitten.

Wil je weten welke activiteiten je kunt doen om een stille klas in beweging te ktrijgen? Luister dan naar mijn vlog!

Succes!

Houd de aandacht vast van jouw leerlingen!

Houd de aandacht vast van jouw leerlingen!

Als leraar heb je de rol van presentator. Dat betekent dat je jouw leerlingen mee moet nemen in jouw verhaal. Maar hoe houd je ze geboeid? Hoe zorg je ervoor dat ze blijven luisteren? Helemaal tot het eind van jouw les?

Ik heb daar 7 tips voor:

  1. Begin aan het eind. Vertel het doel van je les; de kennis en/ of de vaardigheden die de leerlingen aan het eind gaan weten en/ of kunnen.
  2. Zorg voor een boeiende “haak”; iets wat aansluit bij de leerlingen, iets wat ze interessant vinden of waarvan je zeker weet dat ze willen weten wat het is en/ of hoe het werkt. Maak het spannend.
  3. Zorg ervoor dat je zelf niet langer dan 4 à 5 minuten achtereen praat.
  4. Vervolgens moeten de leerlingen iets doen. Iets zeggen (allemaal!), over- of opschrijven, iets uitvoeren, nadoen, enzovoort. Geef ook duidelijk aan hoeveel tijd ze daarvoor hebben. Ze moeten voldoende tijd hebben om de taak uit te voeren, maar niet zoveel tijd dat ze zich kunnen vervelen (en afhaken/ iets anders gaan doen).
  5. Laat iets zien. Een filmpje, een voorwerp, een demonstratie… Maak het spannend, zorg ervoor dat de leerlingen willen kijken, nieuwsgierig zijn.
  6. Als leerlingen toch afhaken, grijp je onmiddellijk in en haal je ze er weer bij. Dan kan met een blik, een algemene opmerking of een gebaar. Maak duidelijk dat je verwacht dat iedereen actief meedoet. Bedank je leerlingen als ze weer meedoen.
  7. Houd het tempo hoog! Als jij vertraagt, zullen je leerlingen afhaken. Ze moeten jou nèt bij kunnen houden.

Succes! Houd je leerlingen bij de les!

Geef een hele goede les

Geef een hele goede les

De eerste weken van een nieuw schooljaar is het heel belangrijk dat je je lessen heel goed voorbereid. Iedere les die je geeft moet een hele goede les zijn.

Nu kun je natuurlijk zo’n ouderwets lesvoorbereidingsformulier gebruiken, maar die zijn meestal veel te lang en moeilijk te gebruiken in de praktijk. Daarom geef ik je een stappenplan waarmee je in 7 stappen je les kunt voorbereiden en geven. Je hoeft alleen maar de antwoorden op te schrijven.

  1. Waar gaat de les over? Wat is het thema, het onderwerp?
  2. Waarom moeten jouw leerlingen dit leren? Wat moeten ze weten en/ of kunnen aan het eind van deze les? Wat is het doel van jouw les?
  3. Welke stappen moeten de leerlingen nemen (wat moeten ze precies doen en in welke volgorde) om het doel te bereiken?
  4. Hoe ziet jouw instructie eruit? Welke stappen moet jij nemen om ervoor te zorgen dat alle leerlingen precies doen (in de juiste volgorde) wat ze moeten doen om het doel te bereiken?
  5. Hoe ga je ervoor zorgen dat alle leerlingen betrokken worden én blijven bij jouw les? Hoe houd je ze bij de les?
  6. Welke voorbeelden geef jij zodat de leerlingen (begeleid) kunnen oefenen en welke opdrachten moeten de leerlingen maken om zelfstandig te kunnen oefenen (verwerken en zelfstandig werken)? Welke huiswerk hoort daarbij?
  7. Hoe ga je toetsen of de leerlingen het doel bereikt hebben en wanneer ga je dat doen?

Het is hierbij ook heel belangrijk dat je steeds aangeeft hoe de leerlingen het moeten doen. Zet op het bord aan welke eisen het werk (zowel tijdens de instructie als tijdens de verwerking en het zelfstandig werk) moet voldoen. Denk hierbij aan tijd, netjes werken, samen of alleen, wanneer moet het af zijn, in stilte of in overleg, enzovoort. Zo zorg je ervoor dat iedere les een hele goede les is.

PS Haal de “flauwekulopdrachten” die de methode ook geeft eruit als ze niet tot het lesdoel leiden en vervang deze opdrachten door jouw eigen opdrachten die wél tot het doel leiden!

Ik wens je veel plezier met het geven van de beste lessen van het jaar!

Negen dingen die je niet moet vergeten aan het begin van het schooljaar

Negen dingen die je niet moet vergeten aan het begin van het schooljaar

De eerste dag, de eerste les, de eerste week….

De eerste schooldag is altijd spannend. Alles staat klaar. Je lokaal is schoon. Alle materialen liggen in de kasten. Je lesplannen zijn gekopieerd…. En ook jouw hoofd staat op scherp. Ik sliep altijd heel slecht, de laatste nacht voor de eerste schooldag. Heb jij dat ook? Ik kan nu natuurlijk tips gaan geven voor een goede nachtrust, maar eigenlijk is dat niet nodig. Die ene slechte nacht hoort er gewoon bij en na 3 dagen is het toch net alsof je nooit vakantie hebt gehad. De waan van de dag heeft je alweer overspoeld. Mocht je toch tips willen, luister dan naar een slaapmeditatie op YouTube. Succes verzekerd ;-).

Deze eerste blog van dit nieuwe schooljaar geef ik je tips voor de eerste dag, de eerste les en de eerste week. Drie per “eerste”. Volgens mij zijn dit de meest belangrijke zaken om aan het begin van een nieuw schooljaar de toon meteen goed neer te zetten. Ik ga het niet hebben over “de Gouden Weken”. Die kennen jullie al en zo niet; Google. Dus er komen ook geen kennismakingsspelletjes (ook Google) of inhoudelijke leerlijnen op sociaal emotioneel gebied. Alleen maar basis:

Negen dingen die je niet moet vergeten aan het begin van het schooljaar

De eerste dag:

  1. Neem je ruim de tijd om de regels en routines te bespreken.
  2. Observeer je heel goed hoe de leerlingen op elkaar reageren. Als dat positief is, dan kun je in een veilige sfeer nader kennismaken, grapjes maken en spelletjes doen. Als leerlingen negatief op elkaar reageren, dan houd je vast aan structuur, streng en duidelijk.
  3. Oefen je met de leerlingen alle routines die in jouw klas nodig zijn tijdens alle lessen. Spullen pakken, uitdelen, vragen stellen, opruimen, toilet/ water, naar en op de gang lopen, het lokaal inkomen,huiswerk, Alles wat jij  nodig vindt dat de leerlingen snel kunnen op een handige manier om jouw lessen soepel te laten verlopen.

De eerste les:

  1. Vertel je meteen wat jouw doel is voor de leerlingen voor dit schooljaar. Jouw eerste les is meteen de eerste stap om dat doel te bereiken. Jouw eerste les moet heel goed zijn.
  2. Maak je duidelijk hoe de structuur van jouw lessen verloopt. Hoeveel tijd er voor alles is en wat er van de leerlingen verwacht wordt. Zorg voor zichtbaar gedrag en zet alles op een poster.
  3. Oefen jij de namen van de leerlingen en zorg je dat je erachter komt wat iedere leerling typeert en leuk vindt. Dit is het begin van een goede relatie.

De eerste week:

  1. Grijp je meteen in zodra iemand de orde verstoort. Maak het groot maar houdt het buiten de persoon. Bespreek het algemeen.
  2. Evalueer je iedere les en iedere dag. Je benoemt alleen wat goed ging en je laat de leerlingen vertellen hoe het kwam dat het goed ging.
  3. Ben je heel erg enthousiast over de school, de leerlingen, de lessen, alles! Je zet zo een hele positieve sfeer neer waardoor de leerlingen zich verheugen op het hele schooljaar. Speel toneel. Lieg desnoods “ik ga jullie vertellen waarom grammatica zo leuk is!” Overdrijf.

Ik wens jullie allemaal een heel mooi en leuk schooljaar.

Lesgeven in moeilijke klassen

Lesgeven in moeilijke klassen

Voorbereiding:

  1. Bedenk een schriftelijke opdracht (begintaak) die de leerlingen moeten maken zodra ze binnenkomen (zie TLAC voor de omschrijving hiervan).
  2. Zet alle tafels in rijen recht naar voren.
  3. Zorg dat ze vloer schoon is en alle kastjes leeg.
  4. Schuif de tafels zo dat de leerlingen nergens met hun handen in of aan kunnen komen.
  5. Zet alle materialen klaar.
  6. Op het bord: opdracht begintaak, regels en rooster.

Bij het binnenkomen:

  1. Bij binnenkomst (jij staat bij de deur) vertel je iedere leerling individueel:
    1. Fijn dat je er bent 😊
    2. Dat ze de begintaak gaan maken, in stilte en alleen én dat de begintaak ook op het bord staat.
    3. Dat je verwacht dat het vandaag een les wordt waarin de leerlingen laten zien dat zij weten hoe zij zich moeten gedragen tijdens de les.

Tijdens de les:

  1. Pas gaan praten als iedereen stil is (wees hier heel consequent in; zie het als een wedstrijd en zorg dat je die wedstrijd wint).
  2. Iedereen blijft zitten.
  3. Meteen ingrijpen bij verstoring.
  4. Hulpleerlingen aanstellen die uitdelen.
  5. Hardop complimenten geven aan de leerlingen die laten zien dat zij weten hoe zij zich moeten gedragen tijdens de les.
  6. Steeds herhalen wat je verwacht.
  7. 15 minuten voor tijd stap voor stap opruimen.

Na de les:

  1. Precies prijzen: exact vertellen wat wél goed ging en wat je volgende week ook nog verwacht.
  2. Houd de regie tot de laatste leerling is vertrokken.
  3. Leerlingen individueel vertellen (je staat weer bij de deur):
    1. Een (specifiek benoemd) ding dat ze goed gedaan hebben.
    2. Fijn dat je er was, tot volgende week 😊

Hoe zit het nou echt met het Nederlandse Rekenonderwijs?

Hoe zit het nou echt met het Nederlandse Rekenonderwijs?

Het stond met chocoladeletters overal in de kranten: “De rekenvaardigheid van onze leerlingen loopt terug.” Afgelopen jaar zijn op de hele wereld op scholen (PO en VO) weer de internationale toetsen afgenomen, die de ranking van het onderwijs op internationaal niveau aangeven. Voor rekenen wordt de TIMSS afgenomen; TIMSS staat voor “Trends in International Mathematics and Science Study”. Sinds 1995 wordt wereldwijd elke vier jaar de kennis van leerlingen in de exacte vakken gemeten met een internationale TIMSS-toets voor het basisonderwijs en/of het voortgezet onderwijs. Voor ons nationale onderzoek kennen we de PPON: Peilingsonderzoek van het CITO. Er worden dus 2 toetsen afgenomen bij onze leerlingen die iets zeggen over het niveau van het Nederlandse (reken)onderwijs. PPON bekijkt verschillen tussen jaargangen en TIMSS geeft een ranking aan op internationaal niveau.

Nederland zakt al 20 jaar langzaam naar beneden, bij beide onderzoeken. Hogescholen en universiteiten klagen over het rekenniveau van de studenten. Voor- en tegenstanders van expliciete directe instructie maken elkaar af op twitter. Kortom: het is de hoogste tijd dat ik er ook iets over zeg.

Helaas ben ik geen alwetend wonder, dus ik moest uitzoeken wie er nu echt verstand van heeft. En ik kwam uit bij Dr. Marian Hickendorff van de Rijksuniversiteit Leiden. Die doet onderzoek naar rekenonderwijs in Nederland. Zij had een aantal boeiende dingen te zeggen, die ik even voor jullie op een rijtje ga zetten. Puntsgewijs. Natuurlijk.

  • Sinds wij/ de methodes volgens het realistisch rekenonderwijs werken, zijn onze leerlingen beter gaan rekenen op deze gebieden: schatten, hoofdrekenen, relaties/ verbanden en procenten. Onze leerlingen hebben dus meer rekeninzicht dan ooit.
  • Onze leerlingen zijn slechter gaan presteren op het gebied van bewerkingen (optellen, aftrekken, tafels, etc.).
  • Gemiddeld scoren onze leerlingen op de PPON dus al jaren op gelijk niveau.
  • De inspectie wil onze leerlingen (ongeacht taalniveau of intelligentie) graag op bepaalde niveaus zien. Zij hebben een fundamenteel niveau vastgesteld (dus het basisniveau dat nodig is om te kunnen functioneren) en een streefniveau (dus een “hoger” niveau).
  • Meer dan 85% van onze leerlingen haalt het fundamenteel niveau en iets minder dan 50 % haalt het streefniveau.
  • Dat betekent dat onze leerlingen dus in principe goed kunnen rekenen. Die 15% is te verklaren vanuit o.a. lichamelijke en geestelijke beperkingen. Dat bijna 50% het streefniveau haalt is heel goed; dat is namelijk meer dan het aantal leerlingen dat uiteindelijk gaat studeren aan de universiteit.
  • Op internationaal niveau dalen we gestaag. We stonden eerst in de top 10, daar zijn we nu uit.
  • We weten niet of wij slechter worden in rekenen of dat de andere landen beter worden of sneller beter worden.
  • Op internationaal niveau scoren wij hoog met onze 50% basisniveau; de andere landen halen dat nauwelijks.
  • Onze sterke rekenaars scoren veel lager dan de sterke rekenaars uit andere landen. We hebben dus minder excellentie. (Hoor ik daar Sander Dekker in de verte?)
  • Hoge verwachtingen van leraren zorgen voor hogere opbrengsten.
  • Het maakt niet uit welke rekenmethode je gebruikt, als je maar weet wat je waarom doet.
  • Hoe beter de leraar is, hoe beter het rekenonderwijs is.
  • Een methode die uitgaat van realistisch rekenen werkt net zo goed als directe instructie. Het gaat erom dat de leraar er goed mee om kan gaan, het een fijne methode vindt en heel goed kan uitleggen.
  • Leraren die bijleren op rekengebied worden steeds beter en hun leerlingen scoren steeds hoger.
  • Voor leerlingen maakt het niet uit wat er gedaan of gekozen wordt, als de leraar maar goed is. Het zou kunnen zijn dat voor leerlingen met een taalachterstand directe instructie effectiever is, maar dat is niet onderzocht.
  • Leerlingen met minder zelfvertrouwen rekenen net zo goed als andere leerlingen.

CONCLUSIE: huiswerk, pre-teaching, verschillende werkvormen, directe instructie, realistisch rekenen, enzovoort… ALLES WERKT zolang de leraar het maar met passie doet.

Ik wens jou dus veel passie.