Tagarchief: mentor

Activiteiten voor de Mentor

Activiteiten voor de Mentor

Als mentor heb je in ieder schooljaar de schone taak voor je liggen om het gehele schooljaar op nuttige wijze de mentoruren te vullen. In het begin doe je wat kennismakingsspelen en wissel je vooral ervaringen uit. De kans is echter groot dat je daar snel mee klaar bent en dat jouw leerlingen huiswerk gaan maken in jouw mentoruur. Prima natuurlijk, als er ook echt huiswerk gemaakt wordt. Maar ik zie vaak gebeuren dat het gewoon “gezellig” wordt. Leerlingen gaan kletsen, zitten op hun telefoon (want het huiswerk staat in Magister) en doen van alles…. behalve huiswerk maken.

Dus als jij het anders wilt… dan heb ik voor jou zeven mogelijke activiteiten voor de Mentor. Ze staan in willekeurige volgorde.

  1. Spellen waardoor de leerlingen elkaar echt gaan leren kennen. Bijvoorbeeld variaties op “over de streep” en “ga staan als je…”. Het begint natuurlijk bij hobby’s en huisdieren, maar later kun je ook persoonlijkere dingen vragen. Hier vind je nog meer leuke spellen voor in je klas.
  2. Maak groepjes van vier en ga aan de slag met een placematopdracht. Ieder viertal zit rondom 1 tafeltje met ieder een pen. Je zet een open vraag op het bord: bijvoorbeeld “wat zou er op school allemaal anders moeten”. De vraag kan gaan over van alles en nog wat (zelfs over de lesstof). Vervolgens krijgen de leerlingen 3-5 minuten om voor zichzelf (in stilte) het antwoord op te schrijven. Vervolgens kiest iedere groep een voorzitter. De voorzitter heeft als taak om de antwoorden van alle groepsleden te verzamelen, er vragen over te stellen en in het middelste vak een “grote gemene deler” te noteren. Daar krijgen de leerlingen 15 minuten voor. Daarna neem jij de groep weer centraal en verzamel jij de alle “grote gemene delers” van alle groepjes. En jij maakt daar weer een “grote gemene deler” van de hele klas van. Dat doe je allemaal op het bord. Deze opdracht geeft jouw veel inzicht in de leerlingen en de leerlingen leren veel van elkaar. Zorg wel dat je je strak aan de tijd houdt. De placemat kun je downloaden in de SterkNieuws.
  3. Heb het eens over huiswerk maken en het plannen voor proefwerken. De leerlingen moeten leren dat het belangrijk is om:
    1. Huiswerk op te schrijven in een planner of agenda. Plenda is een erg goede, maar prijzig. Hier vind je gratis huiswerkplanners.
    2. Niet langer dan 45 minuten achter elkaar te leren.
    3. Leer- en maakwerk af te wisselen.
    4. Water te drinken tijdens het leren.
    5. Telefoons uit te zetten: een kleine afleiding kost je 7 minuten om weer goed aan het werk te zijn.
    6. Te focussen voor je begint met leren.

Daarnaast is het belangrijk dat de leerlingen hun klachten over huiswerk en planningen (vooral van andere leraren) bij jou kwijt kunnen. Je moet wel duidelijk zijn in wat je wel en niet kunt doen om ze te helpen. Je mag ook je collega’s niet afvallen. Maar de leerlingen moeten wel jouw begrip voelen dus je moet vooral een steunend en luisterend oor zijn.

  1. Houd coachgesprekken! Doe dat één op één en geef de rest vrij (als dat kan). Bedenk wel van te voren goede, open vragen om te stellen. Hierdoor bouw je een goede band op met leerlingen. Respecteer wel openlijk hun privacy: vertel niets door en neem geen stelling. Luister goed en betrokken.
  2. Nodig gastsprekers uit. Dat kunnen mensen zijn die de leerlingen zelf bedacht hebben. Laat ze maar eens nadenken over wie ze zouden willen interviewen, of wiens verhaal interessant zou kunnen zijn. Zo had ik zelf jaarlijks een oud-verzetsstrijder te gast. Ieder jaar waren mijn leerlingen weer diep onder de indruk van het verhaal van de man.
  3. Geef les over leren leren. Hoe onthoud je de stof het beste? Oefen geheugentechnieken? Hoe slaan jouw hersenen de stof het beste op? Hier vind je veel tips.
  4. Organiseer een event met de klas. Ideeën kunnen de leerlingen uitwisselen d.m.v. de placematmethode. Het kan een feest worden, een geldinzameling, een project… het maakt niet uit, als er maar heel veel taken zijn, zodat iedereen zijn eigen bijdrage kan leveren. Zorg voor een duidelijk stappenplan, met tijd en deadlines.

Weet jij nog meer activiteiten? Reageer dan via “geef hier een reactie”.

Veel plezier!

Broodje Aap of waarheid?

Broodje Aap of waarheid?

Er gaan een hoop verhalen rond in het onderwijs, waarvan ik zo nu en dan stijl achterover sla. En ja, ik heb alles uit de tweede hand… dus aan jou de vraag: zijn deze verhalen waarheid of een Broodje Aap?

1. Op een middelbare school mogen de leerlingen altijd een flesje water op hun bureau hebben. In de bovenbouw van de gymnasiumafdeling hebben de leerlingen alleen geen water in hun fles, maar wodka. De leraren weten dit niet.

2. Jongetje X werd op 5 december 4 jaar oud. Op 6 december ging hij voor het eerst “echt”naar school. In februari vinden de eerste oudergesprekken plaats. De juffen vertellen aan de ouders van jongetje X dat ze twijfelen aan zijn presentatievaardigheden. Zijn eerste boekbespreking was niet zo goed verlopen, dus ze willen de ouders nu vast mededelen dat de kans groot is dat jongetje X gaat blijven zitten in groep 1.

3. Twee moeders vechten in de gang voor het lokaal van groep 6. Ze trekken elkaar de haren uit, krabben waar ze de ander kunnen raken en schelden elkaar verrot. Catfight! Het blijkt dat de echtgenoot van de ene moeder een verhouding heeft met de andere moeder. In plaats van dat de omstanders (andere moeders en leerlingen) het duo uit elkaar halen, moedigen ze de moeder aan wiens man is vreemdgegaan.

4. En jonge docent wordt mentor van een moeilijke VMBO-klas. De leerlingen vechten, schreeuwen en doen precies waar ze zin in hebben. Alle pogingen van de docent om van de groep een groep te maken, lopen op niets uit. Ze gaat naar haar leidinggevende en vraagt op hulp. De sectieleider zegt doodleuk: “Het is jouw klas, dus het is jouw probleem. Los het maar op.”

5. Tijdens de handvaardigheidles steekt een leerling van groep 7 de prullenbak in brand met een zelf-meegenomen aansteker. De leerkracht blust de brand snel door haar flesje water er in leeg te gooien. Ze stuurt de leerling naar de directeur. Ze verwacht dat er sancties genomen zullen worden. Maar de volgende dag zit de betreffende leerling gewoon weer in haar klas met de mededeling van de directeur: “Hij heeft beloofd dat hij het nooit meer zal doen.” En tot overmaat van ramp dienen de ouders een klacht over haar in bij het bestuur wegens “het in gevaar brengen van de leerlingen”.

6. Op een hele grote basisschool wordt 2 tot 3 keer per jaar een hele week geen gymles gegeven. In die weken staan de tafels en stoelen in examenopstelling in het gymlokaal. Dan worden de Cito-toetsen afgenomen; klas voor klas. En ja: ook de kleuters worden getoetst in het gymlokaal.

7. Een klassenassistente staat na het uitvallen van de groepsleerkracht fulltime voor groep 4. Ze doet enorm haar best. Qua orde heeft ze de groep aardig onder controle, maar de opbrengsten van de Cito-toetsen vallen nogal tegen. Tijdens haar beoordelingsgesprek wordt ze beoordeeld als groepsleerkracht.

AU? Of Broodje Aap?
Ik ben benieuwd wat jij denkt…. Wil je je reactie in het commentaarveld plaatsen? Ik hoop op veel reacties.

Geen gedonder op het schoolplein

Geen gedonder op het schoolplein

Op de meeste scholen wordt er in de pauzes lekker gespeeld. Leerlingen rennen over het plein, doen spelletjes of hangen heerlijk rond.

Op sommige scholen is het iedere keer weer raak. Ruzies en vechtpartijen. Kinderen die niet mee mogen doen van andere kinderen. Ballen die te hard geschoten worden. Spullen die afgepakt worden. Geschreeuw en gehuil. De pleinwacht heeft het er dan erg druk mee…

Er zijn veel programma’s op de markt die leerlingen kunnen leren hoe ze beter met elkaar kunnen omgaan. Meestal zijn dit programma’s die uitgevoerd worden in de klas. De transitie naar het schoolplein (laat staan naar “na schooltijd”) wordt niet door alle leerlingen gemaakt.

Er zijn ook trainingen waarbij leerlingen geleerd wordt om als (peer)mediator op te treden tijdens conflicten op het plein. Ze zijn vaak herkenbaar aan hesjes of T-shirts en doordat ze hebben geleerd hoe ze om kunnen gaan met conflicten, is het veel leuker op het plein dan daarvoor.

Maar stel nou dat het opleiden van leerlingen tot mediator schoolbreed geen optie is? Wat kan je dan doen als leraar? Heel veel! Ik heb een “opleidingsplan in 9 stappen” gemaakt dat jou kan helpen!

Het maakt echt niet uit hoe oud jouw leerlingen zijn. Deze aanpak werkt zowel bij 4- als bij 16-jarigen; alleen je taalgebruik pas je aan).
Je kunt met jouw (mentor)klas het goede voorbeeld geven en je eigen “mediators” opleiden. Hoe zou je dat kunnen doen?

Een opleidingsplan in 9 stappen (je zou hier een maand over kunnen doen):

1. Je vertelt dat jouw doel van de komende maand is dat men zich “positief gedraagt” op het plein (gang, onderweg naar de gymzaal, na schooltijd, enzovoort).

2. Je vraagt aan de leerlingen hoe zij willen dat men buiten de klas (op de gang, op het plein en na schooltijd) met elkaar omgaat.
a. De leerlingen die positief gedrag benoemen, versterk je.
b. De leerlingen die negatief gedrag benoemen, negeer je.

3. Uit alle inzendingen destilleer je 3 tot 5 (positief geformuleerde) regels. Deze schrijf je op het bord. Je laat twee vrijwilligers deze regels over nemen op een groot vel papier en je hangt het papier in het lokaal.

4. Je vraagt aan de leerlingen hoe het mogelijk wordt dat iedereen (in deze klas) zich aan deze regels gaat houden. Benadruk dat het niet voor alle leerlingen even makkelijk is, maar dat iedereen het kan leren.

a. Het noemen van consequenties wuif je niet weg; je vertelt dat dit op een later moment aan de orde komt.

b. Alle suggesties die in de richting van “helpen door….” wijzen, beaam je en noteer je.

c. Je mag sturen in de richting van mediation. Als jullie ergens anders uit komen, dan is dat ook prima.

5. Je verzamelt alle suggesties. Je gaat alle suggesties met de leerlingen uitproberen. Dan kan met rollenspelen, het liefst buiten de klas. Per keer probeer je een suggestie en je bespreekt het rollenspel meteen na: Wat werkte wel en wat werkte niet?

6. Zodra jullie als groep iets hebben gevonden wat werkt, dan wordt de werkwijze (in een paar stappen) op een groot papier gezet en opgehangen.

7. Je vraagt wat een goede consequentie zou kunnen zijn voor het je niet houden aan deze werkwijze. Zijn er ook uitzonderingen mogelijk? Welke leerlingen hebben extra hulp nodig om geen consequenties op hun dak te hoeven krijgen? Hoe ziet die hulp eruit? En hoeveel waarschuwingen mogen gegeven worden? En door wie? Jij kiest de consequentie. Je zet de afspraak hierover op een kleiner papier en hangt het op naast de andere poster.

8. Iedere leerling committeert zich aan de consequenties en de werkwijze, door handopsteking (of iets anders).

9. Je evalueert dagelijks kort en past aan zodra dat nodig is.

Ik wens je veel plezier en succes!

Sorry sorry sorry, het spijt me zo

Het is pauze, het waait hard en de bladeren vliegen in het rond. Marius rent over het schoolplein. Hij probeert de bladeren te vangen en let daarbij compleet niet op andere leerlingen. KNAL! Marius botst keihard tegen Elvira aan. Elvira valt op de grond, in een plas. Elvira begint te huilen. Ze zit helemaal onder de modder en er zit een scheur in haar maillot. De pleinwacht komt aanrennen en vraagt wat er is. Elvira wijst snikkend naar Marius, die nog steeds bezig is met bladeren vangen. Juf haalt Marius erbij. “Ik denk dat je even sorry moeten zeggen tegen Elvira.” En dat doet Marius meteen. Want hij deed het niet expres. Volgens de juf is het probleem opgelost. Elvira komt huilend thuis. Het was haar lievelingsmaillot.

Twee meiden uit 3 VMBO praten al een week niet met elkaar. Niemand in de klas weet waarom. Eerst waren het best goede vriendinnen, maar nu werpen ze elkaar alleen dodelijke blikken toe. De hele klas heeft er last van. De meiden omdat ze zich gedwongen voelen om partij te kiezen en de jongens omdat ze er niets van begrijpen maar wel de spanning voelen. En dan dus een grappig bedoelde opmerking als “Yeah! Catfight!” maken, waar álle meiden boos om worden… De mentor is het zat en neemt de meiden apart. Het blijkt dat de een precies dezelfde jurk heeft gekocht voor een feest als de ander en ze weigeren allebei om de jurk te ruilen. “Ik zag hem het eerst!” “Je hebt het gedaan om mij te pesten”! Voor de neus van de mentor ontstaat een handgemeen. Nagels en haren vliegen in het rond. De mentor grijpt in en haalt de ouders erbij. Er wordt een oplossing bedacht die voor beiden acceptabel is. Ze gaan de jurk allebei ruilen omdat er nu toch een naar smaakje aan zit, qua feeststemming. De ouders van de meiden willen dat de dames hun excuses aanbieden. Dat doen ze, allebei. De meiden hebben snel een nieuwe jurk. Zowel de mentor als de ouders zijn tevreden over de afhandeling. Maar het ene meisje kan maar niet uit haar hoofd zetten dat het andere meisje het expres had gedaan.

Praktijkvoorbeelden genoeg.

Ervoor zorgen dat leerlingen sorry-zeggen lijkt een bijna dagelijks onderdeel van onze “opvoedende” taak.

Express gedaan? Per ongeluk gebeurd?

Je weet wat je moet zeggen.

“Sorry. Het spijt me. Ik zal het niet meer doen. Nooit meer.”

In een oude “Juf” (welbekend in PO-land… ook voor Meesters) vond ik het volgende stukje:

Een eyeopener. Vind ik.

unnamed

En wie het nog eens op een andere manier wil zien, kijkt naar dit filmpje:

download (1)