Tagarchief: onrust

Rommelpiet

Rommelpiet

Weer eens een verhaal met een opgeheven vingertje. Dit verhaal gaat over Sven. Sven is 9 jaar en zit in groep 6. Leuke jongen om te zien, kan goed mee op school, heeft vriendjes, zit op voetbal. Je ziet het niet aan hem, maar hij heeft toch wel wat “dingetjes”.

  1. Hij kan heerlijk wegdromen. Het is dan net alsof hij niet luistert naar wat je vertelt. En dan blijkt later dat hij je best wel heeft gehoord. Maar als je ernaar vraagt, dan kan hij maar moeilijk herhalen wat je verteld hebt.
  2. Bij de gymles en het buitenspelen maakt hij andere leerlingen er steeds weer attent op dat ze zich aan de regels moeten houden.
  3. Hij kan enorm netjes op zijn spullen zijn. Opruimen is ook echt opruimen. Dingen rechtzetten, boeken precies op de hoek van de tafel. En tegelijkertijd is hij slordig op zijn spullen. Raakt dingen kwijt.
  4. Als er een invaller komt, schiet hij meteen in de weerstand. Ook al is de andere juf nog zo aardig tegen hem, hij kan alleen maar nors en boos reageren. Hij snapt zelf niet waarom.
  5. Sommige dingen kan je vijf keer uitleggen, maar dan snapt hij het nog niet. En dat terwijl hij best heel slim is.
  6. Hij kan soms opmerkingen maken waar hij zelf heel hard om moet lachen. Maar de andere kinderen snappen de grap niet, of vinden de grap ronduit beledigend.
  7. Hij is echt heel erg eigenwijs. Hij weet alles beter.

Sinterklaas is weer in het land. En Sven is bang. Niet voor Sinterklaas of Zwarte Piet; daar gelooft hij niet meer in. Maar om wat er vorig jaar gebeurde. Vorig jaar, in groep 5 had de juf op een middag een uurtje te tijd gegeven om met z’n allen de hele klas op te ruimen. Alle laadjes, alle kasten, alle planken. Sven vond het heerlijk. Zijn eigen laadje was zo klaar. Alles in de tas mee naar huis, papieren in de papierbak, laadje lekker leeg. Hij mocht daarna de biebkast opruimen. Sven haal de alle boeken eruit, maakte de kast schoon en zette alle boeken op AVI-volgorde terug. De juf gaf hem een compliment. Sven was zo trots en de ruimte in de klas gaf hem een heel goed gevoel.

Toen Sven de volgende ochtend met hetzelfde gevoel de klas instapte, sloeg de schrik om zijn hart. De rommelpiet was geweest. Zijn bureau stond op zijn kop. En erger nog; de biebkast was helemaal leeggehaald en alle boeken lagen verspreid door de klas. En Sven barstte in huilen uit. De andere kinderen keken hem raar aan en lachten hem uit.

Sinterklaas op school geeft Sven nu een naar gevoel. Hij wil dat het gewoon weer januari is. Zonder rare feestdagen en rommelpieten.

Misschien heb jij ook wel een Sven in de klas. Denk dan twee keer na over hoe je de feestdagen organiseert. Niet alle leerlingen houden van verrassingen. En ja: Sven moet er wel mee leren omgaan. En dat kan jij regelen. Door Sven steeds op de hoogte te houden van alle veranderingen die hij kan verwachten. Wennen en meenemen werkt beter dan in het diepe gooien. Van een trauma wordt tenslotte niemand blij.

Orde Houden in de Klas

Orde Houden in de Klas

Orde houden is soms best ingewikkeld. Het is absoluut te leren en je moet voor ogen houden dat jij jouw manier van orde houden moet uitproberen en oefenen. De aanhouder wint, in dit geval (en ik kan het weten…).

Er zijn twee redenen waarom je de orde verliest:
1. Je pakt het onhandig aan. Je didactiek is niet in orde, je legt niet goed uit, je spreekt een leerling verkeerd aan
2. Je laat het er bij zitten:
a. Je voelt je niet verantwoordelijk
b. Je denkt dat je er geen last van hebt
c. Je durft geen grenzen te stellen
d. Je weet niet goed wat je moet doen
e. Je weet wel wat je moet doen, maar je kunt het (nog) niet
f. Je bent bang om het nog erger te maken

In het eerste geval is het belangrijk om serieus te luisteren naar de signalen uit de klas. Je leerlingen zijn dan waarschijnlijk in opstand gekomen, omdat jij iets verkeerd, of onhandig hebt aangepakt. In dat geval helpt dit stappenplan:
1. Leg de les stil en vertel je leerlingen dat je serieus naar ze zult luisteren, en dat je daar hun hulp bij nodig hebt.
2. Jij vertelt de regels en de procedure (en daar houd je de leerlingen aan).
3. Je inventariseert de “klachten” en vraagt om serieuze (!) oplossingen.
4. De oplossingen inventariseer je ook.
5. Je kiest de oplossing(en) die voor jou werken en je vraagt commitment aan de leerlingen door hun hand op te laten steken.
6. Je gaat verder met de les (als daar nog tijd voor is…).

In het tweede geval is er sprake van een ordeprobleem. Hier is het belangrijk om na te gaan wat jij wilt. Pas als je dat op een rijtje hebt, kun je verder:
1. Welke regels vind jij echt belangrijk?
2. Wat mogen de leerlingen beslist niet?
3. Wat verwacht jij van de leerlingen?
4. Wat verwachten de leerlingen van jou?
5. Wat kunnen de leerlingen verwachten als zij zich niet aan het voorgaande houden?
6. Hoe kun je alle regels en afspraken positief stellen (zonder in gemopper en “geniet” te vervallen)?
Als je antwoorden hebt op deze vijf vragen, dan kun je die aan de leerlingen vertellen. En ze vragen om zich hier aan te committeren. En dan kun je opnieuw beginnen.
En hoe zorg je dat je de orde vasthoudt?
1. Je loopt zelf rustig door de klas en je hebt ogen in je rug.
2. Je grijpt onmiddellijk in zodra iemand jouw orde verstoort. Je gooit een boze blik, spreekt de dader onder 4 ogen aan, of je complimenteert de leerlingen die doen zoals jij het wilt.
3. Je goochelt met aandacht: humor is het toverwoord!
Het is in ieder geval heel belangrijk om consequent te zijn en te blijven. In het begin kost dat veel geduld en steeds opnieuw beginnen. Want leerlingen zijn a. gewoontedieren en b. snel afgeleid…

Ik wens je succes en veel vasthoudendheid!

Wil je de SterkNieuws nu verder lezen? Klik dan HIER.

Let op je woorden in de klas deel 1 – NEE

Let op je woorden in de klas deel 1 – NEE

Je staat voor de klas. Je hebt net een vraag gesteld en je krijgt NEE te horen. Heb jij dat ook wel eens meegemaakt? Ik best heel vaak. En ik raakte dan verzeild in strijd met een leerling. Strijd = onrust = niet leuk.

Herken je dit?
Je zegt: “Stop met … !” En je krijgt als antwoord: “Nee.”
Of ze zeggen “ja”, maar doen “nee”.
Voor je het weet ben je verzeild geraakt in een vervelende discussie (of strijd) die je teveel tijd en energie kost en die je misschien nog verliest ook…
Hoe voorkom je dit soort gedoe???
Je voorkomt dit soort gedoe door in de klas op je woorden te letten. Door je zinnen en opdrachten op een andere manier te formuleren.

Je vraagt: “Stop met … !” En je krijgt als antwoord: “Nee.”

Er zijn vier soorten nee:
De nee van het slachtoffer. Hij wil wel maar hij weet niet hoe.
De nee van de vechter. Hij wil de strijd met jou aangaan.
De nee van de verhevene. Hij wil zich beter voelen dan jij.
De nee van de vluchter. Hij wil er echt onderuit komen.
Het is zaak om er heel snel achter te komen wat voor “nee” je hebt gekregen. Als het goed is kun je dat goed inschatten door de toon van de stem, de houding en de gezichtsuitdrukking. Vraag wel even na of jouw interpretatie klopt. Benoem wat je hoort en ziet.

Je volgende stap is:
Het slachtoffer vraag je hoe je kunt helpen.
De vechter laat je in zijn sop gaar koken of geef je een keus.
De verhevene bejegen je tactisch. Toon begrip, beweeg mee en stel hem voor de keus  te kiezen wat jij wilt zonder dat hij gezichtsverlies lijdt.
De vluchter zal je eerst moeten uitvragen… waarom wil hij er onderuit komen? Wat levert hem dat op? Pas daarna weet je hoe je verder moet reageren. Je komt dat meestal op een van de reacties hierboven uit, maar soms is er iets anders aan de hand wat eerst opgelost moet worden.

Of ze zeggen “ja”, maar doen “nee”.

Dat betekent dat ze van jou de mogelijkheid hebben gekregen om iets te vermijden. Het is beter om een duidelijke keus te geven (en ze daar ook aan te houden). Gebruik het woord OF:
“Ga je je werk nu afmaken OF na schooltijd?”
“Ga je nu stoppen met praten OF ga je op de gang 3 minuten tegen de muur praten en dan terugkomen en opletten bij de les?”

Wees je bewust van je woorden, hoe je reageert op de NEE van de ander. Schiet niet zelf in de weerstand, maar besef dat jij de ander de mogelijkheid hebt gegeven om NEE te zeggen.

Als je geen NEE wilt horen, zorg er dan voor dat de ander geen NEE kan zeggen.