Tagarchief: saai

Stille saaie klas

Stille saaie klas

Soms kom je er wel eens een tegen: een stille saaie klas. Lesgeven aan zo’n groep voelt bijna als trekken aan een dood paard. Je moet alles uit de kast halen om er beweging in te krijgen.

Wat is er aan de hand in zo’n klas?

  1. Het kan zijn dat er een onveilig sfeer heerst. De leerlingen durven niets te ondernemen, uit angst voor nare reacties (in welke vorm dan ook) van een klasgenoot of klasgenoten. Een rotopmerking, uitstoting, uitlachen…. Soms merk je daar niets van als leraar, maar meestal zie je het aan blikken en voel je het aan de sfeer.
  2. De leerlingen vinden niets leuk, ze vinden alles stom. Het interesseert ze niet wat jij te vertellen hebt. Ze hangen onderuit en reageren nergens op of minimaal. Ze zijn zo geworden door andere leraren, dit is de heersende cultuur op school.
  3. Je hebt toevallig maar een paar soorten leerlingen in je klas, die allemaal verlegen, stug, saai, rustig, stil of combinaties daarvan zijn.
  4. De leerlingen zijn gedrild door een andere leraar (of jouw voorganger). Stil zijn is een tweede natuur voor ze geworden; ze zijn niet (meer gewend) om te praten, te lachen, te reageren.

Wat doe je eraan?

  1. Hoe wil je dat deze groep reageert? Welk zichtbaar gedrag wens jij?
  2. Wat is de oorzaak van het stille gedrag? Wat is er precies aan de hand? Ga grondig na wat er in het verleden gebeurd is, wie de informele leiders in de groep zijn, welke processen een rol spelen.
  3. Vraag wat deze leerlingen willen. Vraag door; neem geen genoegen met oppervlakkige antwoorden. Geef voldoende denktijd. Laat meerdere leerlingen antwoord geven, of laat alle leerlingen hun antwoord opschrijven. Dit proces kan heel taai worden, maar het is belangrijk dat je volhoudt. Maak grapjes tussendoor, dat ‘maakt het paard wat lichter’.
  4. Vertel wat jij wilt en waarom je dat wilt. Laat de leerlingen meedenken en neem ze serieus.
  5. Train je leerlingen in “het meedoen en uiten”. Dat doe je stap voor stap. Je introduceert alle vormen als een spel, dat maakt de drempel lager.
  6. In moeilijke klassen zijn de stapjes kleiner, ben je nog transparanter en duidelijker, en begin je pas met deze acties als je een band hebt opgebouwd met de leerlingen en de leerlingen de belangrijkste routines in hun systeem hebben zitten.

Wil je weten welke activiteiten je kunt doen om een stille klas in beweging te ktrijgen? Luister dan naar mijn vlog!

Succes!

Leerplicht… lekker saai?

Deze week een lekker saai onderwerp. Hoera!
In Nederland kennen wij leerplicht. Gelukkig wel. Maar weet jij precies hoe het zit? Wanneer een leerling vrij mag van school? En wat doet de leerplichtambtenaar precies?

Deze week: acht vragen over leerplicht.

Omdat ik het zelf eerlijk gezegd nooit zo goed op een rijtje had.

En omdat er vlak voor de zomervakantie altijd ouders kwamen met de vraag of ze een dag eerder op vakantie mochten.

Tip: Die ouders verwijs je altijd meteen door naar de directeur (of diens plaatsvervanger).

1. Wat doet de leerplichtambtenaar?

De leerplichtambtenaar:
a. Voert gesprekken met ouders en leerling bij ongeoorloofd verzuim. Dus als een leerling te vaak te laat is of veel spijbelt kan je een gesprek aanvragen.
b. Als een gesprek niet het gewenste effect heeft, kan hij of zij sancties opleggen of hulpverleningsinstanties inschakelen.
c. Ook kan hij of zij adviseren over school- of beroepskeuze en over verlofaanvragen. Dus als jij het niet weet, dan kun je hem of haar gewoon bellen.

2. Wat wordt er van de school verwacht?

Scholen zijn verplicht om:
a. Een melding te doen bij regelmatig (ongeoorloofd of twijfelachtig) verzuim.
b. Een andere school te zoeken als een leerling niet op deze school kan blijven.
c. Een leerling te melden bij de gemeente als de leerling de school zonder startkwalificatie verlaat.

3. Wat wordt er van de ouders verwacht?

Ouders zijn verplicht:
a. Hun kind op een school in te schrijven.
b. Er op toe te zien dat hun kind op tijd op school is en alle lessen volgt.

Niet verplicht maar wel handig als ouders:
a. Overleggen met school als hun kind het niet naar de zin heeft op school of spijbelt.
b. Een goed contact hebben met de mentor.

4. Wanneer krijgt een leerling extra vrije dagen?

Alleen dan:
a. Verhuizing;
b. Religieuze verplichtingen;
c. Huwelijk van bloed- of aanverwanten;
d. Viering van 12,5-, 25-, 40-, 50- of 60-jarig huwelijksjubileum van ouders of grootouders;
e. Ernstige ziekte of overlijden van bloed- of aanverwanten;
f. Zogenoemde “andere gewichtige omstandigheden”; onverwachte omstandigheden die niet uitgesteld kunnen worden en buiten de wil van de ouders zijn gelegen.

Luxeverzuim:
a. Familiebezoek in het buitenland;
b. Vakantie in een goedkopere periode;
c. Vakantie omdat er geen ander moment geboekt kan worden;
d. Eerdere of latere terugkeer vanwege verkeersdrukte;
e. Verlof omdat andere kinderen in het gezin (al) vrij zijn;
f. Vakantiespreiding;
g. Samen willen reizen;
h. Verlofperiode van ouders vanwege een levensloopregeling.

In het geval van luxeverzuim kan de leerplichtambetnaar proces-verbaal opmaken.

5. Wanneer mag een leerling wel buiten de schoolvakantie op vakantie?

Nou nee. Dat mag dus niet. Behalve als het beroep van een van de ouders het onmogelijk maakt om in een schoolvakantie 14 dagen op vakantie te gaan.

En dan zijn daar 4 voorwaarden aan gekoppeld:
1. Het verlof moet minimaal 8 weken van te voren schriftelijk worden aangevraagd bij de directeur.
2. Er moet een werkgeversverklaring worden overhandigd.
3. Het verlof mag maar een keer per jaar voor een aaneengesloten periode van maximaal 10 schooldagen worden verleend.
4. Het verlof mag niet vallen in de eerste twee weken van het schooljaar.

6. En wie neemt de beslissing over een verlofaanvraag?

De directeur beslist in principe. Hij of zij kan advies vragen aan de leerplichtambtenaar.
Als het gaat om meer dan 10 verlofdagen, dan beslist de leerplichtambtenaar.
Er is een mogelijkheid tot bezwaar en beroep.

7. En wat gebeurt er als niets helpt… het ongeoorloofd verzuim gaat door?

De leerplichtambtenaar wordt ingeschakeld:
a. Leerlingen vanaf 12 jaar worden zelf aangesproken op hun verzuimgedrag, zij zijn dan medeverantwoordelijk.
b. Jongeren die hun afspraken niet nakomen, worden verwezen naar bureau HALT.
c. Er wordt een proces-verbaal opgemaakt en daarmee komt de leerling bij Justitie terecht. Een boete kan volgen.
d. Er kan een zorgmelding gedaan worden bij Bureau Jeugdzorg.

Het doel is altijd dat de leerling weer terug gaat naar (een) school.

8. De startkwalificatie

Een startkwalificatie = een diploma havo, vwo of mbo (minimaal niveau 2).
Een leerling van 18 tot 23 zonder startkwalificatie wordt ook verwezen naar de leerplichtambtenaar.
Er wordt dan gekeken welke mogelijkheden er zijn, of de leerling wordt doorverwezen naar een RMC.
Een geschikte baan of dagvoorziening behoort ook tot de mogelijkheden.

Pfff… nou dat was saai. Maar wel nuttig, hoop ik.