Terug naar school

Hoe een filosofieleraar onderuit ging en toch overeind bleef

 

Waarom word je leraar? Filosofieleraar zelfs?

 

Je wordt leraar omdat je ouders in het onderwijs werken. Of omdat je van kinderen houdt. Of omdat je heel graag jouw vakkennis wilt overdragen aan anderen. Of omdat je toevallig een lesbevoegdheid meekreeg in je studie. Zo word je filosofieleraar. Er zijn nog 1001 redenen.

Sommige mensen rollen in het vak. En vragen zich dan af wat ze daar doen. Alsof ze in een bus stappen zonder een reisdoel voor ogen.

Kasper van Rooyen is zo’n leraar.

 

Je luistert eerst HIER naar zijn verhaal

 

Het lijkt wel alsof hij geen idee heeft waar hij aan is begonnen. Grote ordeproblemen, punaises in zijn koffie en brandende prullenbakken. Eén leerling beschuldigt hem zelfs van ongewenste intimiteiten. Uiteindelijk zit hij bij een therapeut. Dat helpt niet.

 

Wat doe je als je in zo’n situatie zit?

 

Je kunt natuurlijk meteen ontslag nemen. Kasper doet dat niet, hij zit het schooljaar uit. Op de één of andere manier gaat hij er zelfs nog de lol van inzien. Dat komt vooral door Bertje.

 

Heb jij ook een speciale band met één leerling?

 

Ze zeggen dat je geen lievelingetjes mag hebben als leraar. Zo heeft deze filosofieleraar Bertje geadopteerd als privéleerling. Maar natuurlijk hebben we allemaal onze favorieten, dat kan niet anders. Je vindt de ene persoon gewoon leuker dan de andere. Dat is menselijk. Het maakt niet uit of het grote of kleine mensen betreft.

 

Je mag het alleen nooit laten merken

 

Daar kunnen mensen slecht tegen, als iemand een ander aardiger vindt dan jou. Daar krijgen we de kriebels van. Terwijl we het wél leuk vinden om naar de bruiloft van een ander te gaan. We zijn beledigd als we géén uitnodiging krijgen. We willen ook graag dat onze leerlingen ons leuk vinden. En dat moet ook.

 

Leerlingen leren alleen nieuwe dingen van een leraar die ze aardig vinden

 

Dat zegt Rita Pearson en ze heeft gelijk. Wij gaan niets aannemen van iemand die we niet zien zitten. Dan zitten we vanaf het begin in de weerstand. En iemand in de weerstand kan niet luisteren. Die zit in zijn eigen hoofd, te bedenken hoe de aanval op de ander het best kan worden ingezet. Die leert niets op dat moment.

 

En Kasper?

 

Kasper trekt zich er allemaal geen klap van aan. Hij heeft alleen iets met Bertje en Bertje leert daarom iets van Kasper. Ik denk dat alle andere leerlingen niks geleerd hebben. Behalve dan misschien 25 manieren om een nieuwe leraar weg te pesten.

Meer lezen over met zelfvertrouwen voor de klas?